Alle provincies op één dag. Waanzinnig avontuur.

Het moet ergens in oktober 2016 geweest zijn. Goede vriend Herman had op de redactie ineens een ritje op Strava in elkaar geflanst: The Longest Day. Op vernuftige wijze had ie alle 12 Nederlandse provincies aan elkaar weten te knopen. De gevolgen van die paar muisklikken waren toen nog niet echt te overzien…

De voorbereiding had nog best wat voeten in de aarde. Want wat doe je als de wind de hele dag uit het noord-oosten komt en Bergen op Zoom (want dat was in eerste instantie het plan) is de vertrekplaats? Begripvolle hotels bleken na enige uitleg een uitkomst: tot vier dagen van tevoren kon er kosteloos worden geannuleerd. Tel daar privé-weerman Gerrit Hiemstra die de perfecte weersverwachting afleverde bij op en voila, daar kon het dus in ieder geval niet meer aan liggen.

En zo werd het dus ineens 21 juni. Voor dertien renners (Aart, Aart-Kees, Frank, Herman, Jasper, Johnny, Lieuwe, Martijn, Nick, Pepijn, Sjoerd, Tijl en Tim) letterlijk en figuurlijk The Longest Day. Inmiddels waren er in Han en Pascal ook nog twee ploegleiders gevonden die in niets minder dan een Maserati Ghibli de gehele dag achter ons aan hebben gereden. Waarvoor oneindig veel dank. Zonder hun hulp – bijvullen van bidons, regelen van restaurants en veel morele steun – was deze dag niet mogelijk geweest.

Vertrek bij Spaak

Om 04:00u had Spaak de deuren voor ons geopend voor een heus rennersontbijt. Een half uur later klonk in de vorm van veel Garmin-piepjes het startschot. Geen kip op de weg en dus lekker over de grote baan, af en toe een fietspad negerend, richting het pontje in Genemuiden, de eerste plek waren we even de druk van de pedalen zouden halen. Onderweg door Groningen, Drenthe en Friesland doorkruisten we de mooiste landschappen. Vooral de grindweggetjes in het Drents Friese Wold, zijn van een absolute schoonheid. Ook bij 6 (!) graden Celsius.

Schelpenpaadjes in Drenthe

Ondertussen vonden de reepjes, gelletjes en bidons van Aart gretig aftrek. Al gauw was daar Kampen en via de schoolgaande scholieren reden we Flevoland binnen. Zestig kilometer rechtdoor. Heerlijk. Iedereen deed zijn beurt op kop. En met een gemiddelde van veertig per uur koersten we richting Soest (180 km), waar er kilo’s pasta, pannenkoek, koffie en cola op ons stonden te wachten (my god, wat is mijn Lon een schat).

Niet iedereen kende elkaar. En dus viel er onderweg veel te praten over wie, wat, waar en waarom. Via het voor mij bekende terrein van de Utrechtse Heuvelrug kwamen we op het stuk van het parcours waar velen van ons nogal huiverig voor waren: de dijken met tegenwind richting Nijmegen (260 km). Johnny zette echter even keurig een waaiertje op, iedereen draaide zijn dienstje op kop en al gauw was het enige stuk in zuid-oostelijke richting passé.

Nijmegen zelf was een veldslag – ook wegens twee keer verkeerd afslaan – maar kreetje, er staan daar o-ver-al stoplichten. Wonder boven wonder zijn we in Nijmegen al stilstaande niet gesmolten en na een gek bos was daar ineens Limburg. Om na driehonderd meter direct weer terug te keren naar Gelderland. Belangrijkste: het vinkje bij de negende provincie was gezet. Alleen nog Brabant, Zuid-Holland en Zeeland. Eitje.

Brabant bleek een uitputtingsslag. Tussen kilometer 330 en 370 werd er in ons pelotonnetje weinig meer gesproken. Veel draaien en keren. Elke keer aanzetten na een bocht voelde inmiddels als een eindsprint. En de wegen met klinkers waren op dat moment ronduit kut.

In Zevenbergen (370 km) hadden we de derde en laatste tussenstop van de dag. Han en Pascal hadden een tentje genaamd Legends (!) gevonden dat voor ons op verzoek kippensoep (vraag me niet waarom ik daar drie uur eerder nog zin in had) had gemaakt. Het waren vier heerlijke hapjes, meer ging er niet meer in. De airco, binnen in een gek hoekje, was op dat moment mijn grootste vriend. Buiten lagen er renners uitgestald op tafels of hingen ze half slapend in hun stoel.

Handig, zo’n tafel

Er ontstond een kleine discussie (2,3 seconden) over wat we zouden gaan doen: er was namelijk een kleine escape. Twee keer een brug over om zo Zuid-Holland en Zeeland aan te tikken. 35 kilometer minder dan het plan. Op papier zou ook dat missie geslaagd betekenen. Maar daar was Johnny het niet mee eens. “Niks ervan, we doen de deftige route!” En daar was iedereen het eigenlijk meteen mee eens. Nu afmaken ook. En dus richting Goeree-Overflakkee. Zuid-Holland hallo! Onderweg bij een carpoolplaats nog een keer een bidon van Pascal en Han (had ik al gezegd dat zij geweldig zijn?) in onze nekken en door.

En toen, ineens, ineens, ineens, stond daar een wit groenig bordje: Zeeland. Iedereen begon te juichen op de fiets. High fives werden uitgedeeld. Opluchting was bij velen van het gezicht af te lezen. Dat de temperatuur inmiddels gezakt was van 33 naar 25 graden, droeg ook flink bij aan de feestvreugde op de Philipsdam.

Zeelandselfie

Finishplaats Bergen op Zoom (445 km, 21.30u) was inmiddels op onze komst voorbereid. Een extra vat bier was koud gezet en de frituur opgewarmd. Ik at op dat terras mijn lekkerste frikadelletje ooit, zag Herman zittend tegen een prullenbak verkleuren van groen naar normaal, hoorde Lieuwe bellen in het Fries (hjir binne wy), constateerde dat Tim er hetzelfde uitzag als vanochtend, trachtte Nicky zijn laatste sapjes te ontdooien en maakte de vrouw van Johnny onze groepsfoto.

Iedereen helemaal stuk, maar dolgelukkig. De maanden voorpret, de zenuwen de dagen er vlak voor, The Longest Day zelf en de napret die inmiddels al een uur of twintig duurt.

Nooit stap ik meer voor zo’n tocht op de fiets. 21 juni 2017 is voor mij – en ja, ik geef toe, ik ben nog wat emotioneel van de moeheid – een heel bijzondere dag geworden. Met veertien kerels op stap, zo’n avontuur beleven. Zo gigantisch afzien, maar ondertussen zo veel genieten, hard lachen, goed praten en elkaar steunen als het nodig is.  Ik ben een gelukkig man. Dank vrienden.

Dank vrienden!

En oh ja, als het gevoel in mijn twee grote tenen weer terug is, meld ik me weer.

Een dagje in De Hel. Schitterend.

Het is pas de tweede strook van de dag. Op de teller staat een kilometer of 55. De benen zijn nog onwijs fris en de geest is nog zo helder als wat. Toch geloof ik mijn eigen zintuigen niet als ik honderd meter onderweg ben in het Bos van Wallers. Het kan niet zo zijn dat wat ik nu meemaak echt waar is. Ik zie stenen schots en scheef liggen, mijn stuur geselt mijn handen en mijn wielen maken een teringherrie.

Het Bos van Wallers. De Hel.

We zijn inmiddels 300 meter onderweg in het Bos. Ik roep ‘wat gaaf!’ naar fietsvriend Marcel. Rechts schiet over het schelpenpaadje Nick voorbij. ‘Af!’, schreeuw ik. Wat ik dan nog niet weet is dat ik een strook of vijf later ook dolgelukkig ga zijn met ‘het kantje’, waar je eventjes niet over de kasseien hoeft te rijden.

Diezelfde Marcel haalt mij en vijf andere vrienden een paar weken geleden over om Parijs – Roubaix te gaan rijden. Niet de ‘echte’ versie, dat is vervoerstechnisch nogal onhandig. Maar een eigen uitgezette versie. Parkeren om de hoek bij de wielerbaan, fietsen uit de auto, 50 kilometer naar het zuiden en vanaf daar de laatste 102 kilometer van het parcours rijden. In totaal 20 kasseistroken, 33 kilometer hel.

Wat ik dan nog niet weet, is dat deze kasseistroken in Noord-Frankijk in geen enkel opzicht te vergelijken zijn met die in Vlaanderen. Of ik moet een slecht geheugen hebben, dat kan ook. Maar ik kan mij niet herinneren dat toen ik een paar jaar geleden voor het laatst over het parcours van de Ronde van Vlaanderen reed, ik zo veel heb afgezien. Terwijl ik nu toch echt fitter ben dan in mijn studententijd.

Nee. Mijn carbonnen De Rosa gaat no way mee naar Roubaix. Daarvoor houd ik simpelweg te veel van deze fiets. Mijn stalen dan? Die moet toch wel tegen een stootje kunnen. Nee, dat ding is net he-le-maal opnieuw gespoten en opgebouwd. Dat gaat huilen worden als daar ook maar een krasje op komt. Mijn crosser! Die kan wel tegen een stootje. Als ik op mijn oude 36-spaaks wielen nou eens even wat brede bandjes leg, dan moet het goed komen toch?

De hellefiets.

Maar hoe breed moeten die banden dan zijn? En hoeveel bar moet ik in die dingen pompen om mijn 90 kilo over die kasseien te krijgen? Gelukkig bieden Twitter en Maarten Tjallingii (inmiddels een soort van collega) uitkomst. Het worden Vittoria 28 mm met 5,4 bar. Na twee keer lek (1 x eigen schuld en 1 x pech) zal ik uiteindelijk toch met iets hogere bandenspanning gaan rijden. Better safe than sorry.

Om 10:30 uur fietsen we weg. We rijden langzaam naar het zuiden, op weg naar de eerste strook van de dag. Ik kan niet wachten tot het zover is. Meer dan een keer trekt Marcel aan mijn arm dat ik rustiger moet rijden. “Straks mag je los, nu nog even niet.” We rijden Haveluy in. Aan het einde van de straat beginnen de kasseien. De eerste echte secteur pavée van mijn leven. Ik draai me om, sla voor de grap een kruisje, roep iets van jieeeeehaaaa, schakel op en begin te raggen over de kasseien.

Ik denk aan alle tips die ik de afgelopen jaren heb gehoord en gelezen: midden over de strook rijden en keihard blijven trappen. Op die manier spring je van steen naar steen in plaats van tegen elke steen aan te rijden. Als eerste rijd ik weer het asfalt op. Dat zal meteen de laatste keer zijn: gedurende de negentien stroken die volgen, word ik slechter en mijn vrienden beter.

Ja, ik (links) moet naar de kapper. Maar dit is het Bos.

De route hebben we gemaakt op Strava, waar anders. De finale van Parijs – Roubaix gewoon digitaal overgetekend van Quinziato en Greipel. De weg naar het punt waar we het parcours opdraaien zelf even uitgeplozen. Appeltje eitje. Voor mijn vrienden maak ik – net als in het echt  – een papiertje met daarop alle stroken van de dag. Een mooie dag begint immers al met de voorpret.

Na tien stroken is mijn respect voor alle profs tot een maximum gestegen. Ik denk strook na strook: mijn hemel, bizar. Dat die gasten hier zo hard overheen rijden. En dan ook nog met een aanloop van 150 kilometer. Ja, ze zijn dan wel prof. Maar wat wij doen – na elke strook nog op elkaar wachten en tussen de stroken door lekker kletsen – is nog minder dan peanuts vergeleken met wat die gasten doen.

Voorpret-deluxe!

Mijn handen zijn inmiddels naar de klote. Na elke strook wordt het moeilijker om de vingers weer te strekken. Het voelt als zware reuma. “Handjes rustig op het stuur laten liggen”, roept Tjallingii nog, vlak voor hij de studio van het Girojournaal induikt. “Veel plezier!” Voor het eerst sinds jaren heb ik weer handschoentjes aan. Ik heb niet het idee dat ze helpen. Op de terugweg in de auto – godzijdank hoef ik niet te rijden – heb ik moeite met het vasthouden van mijn telefoon.

Is het rijden van Parijs – Roubaix iets wat je als wielertoerist een keertje gedaan moet hebben? Absoluut. Het is echt blits. Je weet niet wat er gebeurt op die stroken. Het is een ervaring die ik nog niet eerder had meegemaakt. Is het leuk? Nou eigenlijk niet. Want het doet takkeveel zeer. Niet eens in de benen, die zijn wel in vorm. Maar met name in de handen. Als ik nu, vijf dagen later, op bepaalde plekken op mijn handen en vingers druk, zijn er nog pijnlijke plekken. Maar ben je gelukkig als je na (in dit geval) 150 kilometer afsprint op de wielerbaan? Onwijs. Wat is dit gaaf om te rijden.

Finish with an attitude.

Moet je gehecht zijn aan je materiaal? Ja en nee. Ja, je fiets moet in topconditie aan het vertrek staan. Het materiaal gaat het zwaar te verduren krijgen. Aan de andere kant: nee, je moet niet denken dat er bij elke strook wat kapot kan gaan. Dat had ik een beetje in het begin. En dan zit je niet lekker op de fiets.

A Saturday in Hell. Ik had het niet willen missen. Volgend jaar weer? Misschien.


Onderstaande route, die van ons, is uiteraard voor jullie lieverds beschikbaar.

Michele Scarponi en het ‘niet onomstreden’

Het is zaterdag 22 april. Ik sta te wachten bij De Biltsche Hoek. Voor veel fietsers uit Utrecht en omstreken een ideale verzamelplek om vanuit daar een fijn rondje te gaan rijden. Fietsmaat J. is er nog niet. Dan maar even een snelle blik op Twitter om te kijken of er nog nieuws is.

Michele Scarponi overleden, melden meerdere twitteraars op basis van de Gazzetta dello Sport. Het is op dat moment iets voor tien uur in de ochtend. Ook mijn werkgever NOS Sport heeft dan (09.53 uur) al een kort berichtje op NOS.nl gepubliceerd op basis van de Italiaanse sportkrant. Dat bericht zal in de daaropvolgende minuten enkele keren worden uitgebreid.

J. arriveert na enkele minuten. Hij krijgt een grote knuffel van mij. Hij is enkele dagen daarvoor voor de tweede keer vader geworden. Sinds elf maanden weet ik hoe dat voelt. Hij heeft het laatste nieuws nog niet gehoord. Ik hou het nog even even voor me.

We fietsen weg. Ik ben een tikkie afwezig. Het beeld van papa Scarponi met zijn zoontjes op zijn rug, een foto die hij de avond voor zijn tragische ongeluk heeft getwitterd en ik net heb geretweet, krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Twee kersverse vaders. Allebei een zoon. Dan hakt zo’n plaat er keihard in. Na driehonderdmeter vertel ik J. wat er met Scarponi is gebeurd. Hij is er stil van.

Scarponi met zijn twee zoontjes

De twee uur daarna kijk ik niet meer op mijn telefoon. Ik hoor een boel piepjes van mijn telefoon. Allemaal WhatsApp’jes. In diverse app-groepen, zowel zakelijk als privé, wordt er gesproken over Scarponi. Ik lees het pas als ik om 13.00 uur thuis ben en gedoucht heb. Dan lees ik ook het tweede verhaal wat er ondertussen op NOS.nl is geschreven en gepubliceerd is om 10.44 uur. Uiteraard valt mijn oog ook op de kop waar zo veel over te doen is:

Begenadigde klimmer Scarponi was populair, maar niet onomstreden

De redactie heeft na het nieuws contact opgenomen met onze wielercommentator en -analist Maarten Ducrot. Hij schetst het leven van Scarponi en dat leidt tot deze online necrologie. De eerste alinea’s beschrijven de levensloop van de Italiaanse veteraan. Zijn beste prestaties worden vermeld. Er wordt uit de doeken gedaan wat voor een karakter hij was: populair, vrolijk, grappenmaker, immer opgewekt, gangmaker, de man van de practical jokes, bijzonder geliefde renner, altijd een woord voor iedereen en altijd gein.

In de zevende en achtste alinea (in totaal heeft het artikel veertien alinea’s) wordt ook het dopingverleden van Scarponi belicht. Scarponi heeft in zijn carrière contact gehad en zaken gedaan met Eufemiano Fuentes, een Spaanse arts die verder geen introductie behoeft, dunkt mij. Ook heeft hij contact gehad met Michele Ferrari (idem). Hij wordt daarvoor twee keer geschorst.

Daarna spreekt Ducrot in een quote zijn waardering uit voor Scarponi. Hij steekt de loftrompet over hoe de Italiaan terug is gekomen na zijn schorsingen.

“Toen hij beter ging presteren dan vóór zijn schorsing doken gelijk de verhalen over doping weer op. Die geruchten zijn nooit uitgekomen. Ik vind het vooral heel knap hoe hij door die moeilijke periode heen is gekomen. Mentaal heel sterk. Ga het maar doen!” – Maarten Ducrot.

Mevrouw van Zetten uit Tiel, een door Mart Smeets veel aangehaald, fictief persoon, heeft na het lezen van dit artikel / deze necrologie een goed beeld wat voor een persoon en renner was. Een populaire man, een begenadigd klimmer, maar wel met een smetje. Dat vindt zijn weg terug in de eerder genoemde kop. Twee pluspunten en een, netjes omschreven, minpunt.

De begrafenis van Scarponi

Voor de duidelijkheid. Het bericht met de kop waarover zo veel te doen is, is dus het twééde bericht dat op NOS.nl verschenen is. Dat bericht, de necrologie, verschijnt een klein uur na het eerste bericht. Het artikel met ‘niet onomstreden’ is dus de follow-up op het nieuwsbericht. Een uur, dat lijkt misschien snel. Maar in het online tijdperk, is dat een lichtjaar. Zeker als je nagaat dat er van Scarponi (logischerwijs) geen necrologie klaar stond. Niemand houdt immers rekening met zijn overlijden.

Álle redacties in binnen- en buitenland hebben van veel bekende en minder bekende personen een necrologie klaarstaan die met één druk op de knop gepubliceerd kunnen worden. Redacties kunnen niet wachten met het schrijven van een levensloop tot iemand daadwerkelijk is overleden. De necrologie van Scarponi stond pas relatief laat online.

Velen, gezien de redacties op Twitter en andere social media, vonden de kop van de NOS boven de necrologie niet kunnen, to put it mildly. Het ‘niet onomstreden’ zou onder andere respectloos en misplaatst zijn. Ik vraag me af waarom. Het is een kop die de lading van het artikel en zijn levensloop dekt. Van de veertien alinea’s gaan er twee over zijn dopingverleden. Een feit dat niet genegeerd kan worden: dat verleden beïnvloedt direct zijn wielercarrière.  Twee schorsingen tijdens je wielerleven is geen sinecure. Er zijn (gelukkig) niet veel renners voor wie dat ook geldt. Zoiets kan niet dus onvermeld blijven. En dat hoort ook in de kop.

Dat in dit bericht volledig voorbijgegaan zou zijn aan het feit dat Scarponi mens met een sportcarrière was, zoals Lidewey Van Noord schrijft, kan ik daarom ook niet beamen. In Bureau Sport uit Erik Dijkstra ook kritiek op de berichtgeving van de NOS. Zijn feiten heeft hij jammergenoeg niet helemaal op een rij en daardoor schetst hij een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

In de gewone wereld én in de sportwereld gaan er nog een boel mensen overlijden wiens leven geen doktersromannetje was. Het heeft geen zin om met z’n allen te gaan voorbeschouwen welke persoonlijkheden ook ‘niet onomstreden’ of woorden van andere strekking genoemd zullen gaan worden. Dat is het ‘fijne’ van journalistiek: je maakt per keer, met de redactie, een afweging. Journalistiek heeft geen handboek, zoiets valt niet in regels te vatten.

In de dagen tussen zijn overlijden en begrafenis duiken er online allemaal mooie filmpjes op van Scarponi. Ik vind het jammer dat ik nooit met hem heb gesproken. Dat hij een graag geziene gozer in het peloton was, daarvan ben ik absoluut overtuigd. En die foto, met zijn zoontjes op zijn rug, daarvan krijg ik nog kippenvel als ik eraan denk. Voor emotie is in de journalistiek absoluut een plaats, maar de waarheid mag er niet onder lijden. De vermelding ‘niet onomstreden’ hoort daarom thuis in en boven een necrologie.


Dit bericht is mijn persoonlijke visie op het geheel, daarom staat het ook op martinello.nl. Dit schrijven moet niet gezien worden als een mening van mijn werkgever. Daarvoor verwijs ik u naar de officiële woordvoerders. 

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig

Het zou zo mooi kunnen zijn: je opent een app op je televisie, je logt in en je kan daar alle WorldTour-wedstrijden bekijken. Live of integraal. Maar helaas. Dat moois is er niet in de wielerwereld. En voorlopig zal dat er ook wel niet komen. Want wie moet de Bernie Ecclestone van het wielrennen worden?

Sinds Eurosport in Nederland én België de exclusieve uitzendrechten van een aantal wielerkoersen heeft bemachtigd, is de zoektocht voor de wielerfan begonnen. Want het is absoluut geen vanzelfsprekendheid meer dat de NOS of Sporza je favoriete wielerkoers uitzendt. Steeds vaker zal je af moeten stemmen op Eurosport 1 of 2.

De Giro is dit jaar alleen live te zien op Eurosport

Daar is natuurlijk niks ergs aan. Afgezien van een boel reclameblokken kan je op Eurosport prima koers kijken. Sterker nog, ze zenden soms de meest prachtige wedstrijden uit die ik anders nooit gezien zou hebben. Maar weet iedereen in Nederland en België de weg naar deze zenders te vinden? Ik vrees van niet. En wat vinden adverteerders en organisatoren van minder kijkers? Ik weet het antwoord wel…

Wie heeft wat?
In de praktijk zijn er twee grote wielerorganisatoren: de RCS en de ASO. Zij hebben het verreweg het meerendeel van de belangrijkste wielerkoersen in hun portefeuille.  Maar er zijn ook nog tientallen losse organisatoren, koersen die alles zelf organiseren en zelf contact leggen met de diverse zendgemachtigden. Al deze factoren zorgen voor een diaspora.

Een kleine greep uit de rechten van ASO en RCS

Voor Milaan-Sanremo moet je bij de RCS zijn. De Ronde van Vlaanderen valt onder Flanders Classics, maar de rechten worden weer los verhandeld. Parijs-Roubaix is van de ASO en de Amstel Gold Race is onafhankelijk. Zie daar de problemen die kunnen ontstaan / ontstaan aan het zijn: elke zondag moet je op een andere zender afstemmen om een klassieker te zien. En, objectief gezien, dat is voor niemand goed.

Ik zou het waanzinnig fijn vinden als de grote spelers in de wielerwereld de handen in elkaar slaan en ervoor zorgen dat de 37 grootste wielerkoersen onder één vlag gaan opereren. Dat is de enige manier waarop de wielerwereld zichzelf een beetje kan gaan redden. Sommige wielerkoersen worden anno 2017 nog georganiseerd door vrijwilligers die niet weten wat er met de rechten van hun koersen gebeurt.

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig. De man die in de jaren zeventig de F1-teams verenigde en de uitzendrechten als één pakket verkocht. De rest is geschiedenis. En ja, natuurlijk was Bernie een aparte en heeft hij de opkomst van social media totaal verkeerd ingeschat. Maar dat laatste zal door een de nieuwe wielerBernie zeker niet gebeuren.

Ronde van Catalonië

Quid pro quo
Alle 37 WT-koersen zien er dan hetzelfde uit in beeld. Alle 37 wielerkoersen zijn te zien via de eigen app en/of op televisie. Alle WorldTour-ploegen delen mee in de opbrengst van de televisierechten. Zoals het hoort.

De kijker is de winnaar. Al zal die kijker voor extra dingen wel wat centjes op tafel moeten gaan leggen. Want voor niks gaat alleen de zon op. Kijk naar de NBA, de MLB en de Champions League. De fans van die sporten weten waar ze aan toe zijn: compleetheid en kwaliteit. Wil je altijd je favoriete team zien en niet afhankelijk zijn van de keuze van een televisiemaatschappij, dan zal je een extra pakketje aan moeten schaffen. In het wielrennen wordt dat niet anders.

Wat ik daarmee probeer te zeggen: de nieuwe Bernie zal het mes aan twee kanten willen laten snijden. Hij of zij zal zijn rechten ook ‘gewoon’ verkopen aan de Eurosporten, Sporza’s en NOS’en van deze wereld. De gewone, ouderwetsche televisie blijft heilig én een melkkoe.

WorldTourTV
Vanzelfsprekend zullen de Grote Rondes en de zes monumenten altijd wel ergens op televisie te zien zijn. Maar ik wil dolgraag 100 euro per jaar neerleggen als ik daarmee via een app op mijn tv gegarandeerd goed beeld heb van de Tour Down Under, Ronde van het Baskenland, GP Plouay en alle andere topkoersen. Nu moet ik voor een groot aantal van de WorldTour-wedstrijden op zoek naar duistere live-streams, waar ik gek word van de pop-ups. Één ding is daarbij zeker: daarvan belandt geen cent in de wielercommunity.

Velon, een samenwerkingsverband van elf WorldTour-ploegen, doet hard zijn best om bovenstaande te regelen. Maar zie daar ook weer het probleem: het zijn er elf. De zeven andere ploegen die uitkomen op het hoogste niveau doen niet mee. Bijvoorbeeld: hebben de Velon-ploegen een akkefietje met de ASO, de organisator van de Tour, staan de andere ploegen gewoon wel aan de start. Voila, daar is de verdeling weer.

De rol van de UCI? Ja, de internationale wielerbond is de grote afwezige in bovenstaand verhaal. Zij spelen totaal geen actieve rol. Zij en de ASO ruziën af en toe wat met elkaar over wie waar mag starten, maar daar houdt het dan ook bij op.

Mr. Ecclestone.

I Have a Dream
Mijn grote droom: laat de ASO de Bernie worden van het wielrennen en zorgen voor eenheid in de sport. Alle wielerkoersen worden door de Fransen in beeld gebracht. Zij verkopen de uitzendrechten en verdelen het geld over de wielerploegen, die met één stem spreken. Zorg voor een goede directie waar organisator, ploeg, renner evenveel te zeggen hebben. Dan kan het echt wat worden. En zijn we af van individuele grillen van organisatoren en zendgemachtigden.


Ja. Het klopt dat ik werk voor de NOS. Bovenstaande is echter geheel op persoonlijke titel geschreven.

Nieuwe ploegen, nieuwe namen, nieuwe koersen

Het nieuwe seizoen staat op het punt van beginnen. Er zijn een boel ploegen die een ware transformatie hebben ondergaan. Straks in de Tour Down Under, de eerste van de 37 WorldTour-koersen, staan er een boel nieuwe en ‘nieuwe’ ploegen aan de start. De belangrijkste wijzigingen eventjes op een rij.

Bahrein – Merida is nieuw in het peloton. De ploeg heeft, mede dankzij centjes uit het Midden-Oosten, zijn zaakjes goed op orde. Alles lijkt tot in de puntjes verzorgd. Daarmee hebben ze in ieder geval een grote voorsprong op ploegen die deze winter een metamorfose hebben ondergaan.

Zo neem je een teamfoto

Vincenzo Nibali is hét uithangbord van Bahrein, waar Tristan Hoffman ploegleider is. De Italiaan ruilt na vier jaar bij Astana zijn Specialized in voor een Merida-frame. Dat zal even wennen zijn. Hoffman komt over uit de stal van Tinkov. De excentrieke Rus vond dat hij na een paar jaar in de wielerwereld rond te hebben gelopen, genoeg roebels in zijn speeltje had gestopt. Ook IAM, de werkgever van onder andere Stef Clement, vond het wel mooi geweest.

Bahrein is een internationaal gezelschap waar ook Colbrelli, Gasparotto, Haussler, Izagirre, Navardauskas, Pellizotti en Visconti onderdak hebben gevonden.

Een gouden helm, wow.

Niet echt nieuw, maar wel anders is Bora – Hansgrohe. De keukenboer en kranenspecialist hebben een stap naar het hoogste niveau in de wielerwereld gemaakt. En, niet geheel onbelangrijk, ze hebben het grootste uithangbord dat de wielerwereld heeft, binnen weten te hengelen: Peter Sagan. Het fenomeen uit Slowakije kan genieten van hulp van veel ploeggenoten, want écht grote jongens rijden er eigenlijk niet rond bij de Duitse formatie. Oh wacht, Rafal Majka. Ja, hij moet het gaan doen in de Franse bergen. Maar daar heeft Peter Sagan dan weer totaal geen last van.

Droef verhaal bij Lampre. Of wat daar nog van over is. De vrolijke roze Italiaanse metaalbewerker is niet meer. Maandenlang flirtte de ploeg met een Chinees bedrijf; TJ Sports. Maar die zeepbel spatte half december uiteen. Halsoverkop werd er een investeerder in de Emiraten gevonden. De ploeg heet nu UAE Abu Dhabi. En het gaat er allemaal (nog) niet zo professioneel aan toe als bij andere die andere ploeg uit het Midden-Oosten. Dat is niet gek als je half december pas een sponsor vindt, maar het is wel iets om bij stil te staan. Hoe kan het dat je één van de achttien grootste wielerploegen ter wereld bent, en dat dingen dan zo lopen?

Een wit laken en een wielrenner

Over smaak valt niet te twisten, maar het tricot van Abu Dhabi is niet het meest fraaie. Daarnaast is er nog geen website en heeft het Twitter-account pas 1.100 followers. Waarom een nieuw account starten als je toch de inboedel van Lampre overneemt? Dan heb je een fijne pikstart met 76.000 volgers. Amateuristisch is een heel groot woord, maar het voelt wel een beetje zo.

De andere teams hebben wat kleinere mutaties ondergaan. Giant en Alpecin hebben afscheid genomen als naamgever. Sunweb is, zoals al enige tijd bekend, de nieuwe naamgever. Michael Matthews en Wilco Kelderman zijn nieuw in de zwart-witte brigade van Iwan Spekenbrink. John Degenkolb heeft de Duitse ploeg verlaten voor een avontuur bij Trek.

Barguil op de teampresentatie

Alpecin is nu co-sponsor bij Katusha, dat ontrusland is. Reden er vorig jaar nog veertien Russen rond, nu zijn er dat nog maar drie. Ook rijdt de ploeg dit seizoen rond op een Zwitserse licentie en wil het een internationalere uitstraling hebben. Op papier lijkt dat gelukt. Onder anderen Tony Martin, Baptiste Planckaert en Maurits Lammertink zijn overgekomen en zullen samen met Alexander Kristoff en Ilnur Zakarin voor hopelijk mooie dingen gaan zorgen.

Etixx – QuickStep heet gelukkig weer QuickStep. Zoals iedereen, behalve de ploeg zelf, het eigenlijk is blijven noemen. Terpstra krijgt er met Gilbert een mooie ploeggenoot bij. Tommeke Boonen neemt na Parijs-Roubaix afscheid van vijftien seizoen Patrick Lefevere.

Alles voor de sponsor

De WorldTour-kalender is van 27 naar 37 wedstrijden gegroeid. Dat zouden er eigenlijk 38 zijn, maar de Ronde van Qatar meldde zich een paar weken geleden af. Geldgebrek, meldde de organisatie van het oliestaatje. Gelach was de reactie uit het Westen. WorldTour-ploegen moeten verplicht starten in de originele WorldTour-wedstrijden. Ze zijn vrij om deel te nemen in de nieuwe tien koersen. De facto zullen ze eigenlijk overal starten en slaan ze er maar één of twee over.

  1. Cadel Evans Road Race
  2. Abu Dhabi Tour
  3. Omloop Het Nieuwsblad
  4. Strade Bianche
  5. Dwars door Vlaanderen
  6. Ronde van Turkije
  7. Rund um den Finanzplatz
  8. Tour of California
  9. Prudential Ride Londen
  10. Tour of Guangxi

17 januari begint het wielerfeest eindelijk weer, met de Tour Down Under. Ik kan niet wachten.