Mountainbiken in Marokko; bucketlistmateriaal

Dat het zo onwijs gaaf zou zijn, dat had ik van tevoren niet gedacht. Vijf dagen mountainbiken door het Marokkaanse Atlasgebergte is een fietsvakantie geworden om nooit te vergeten. Met veertien vrienden in hitte, over onverharde wegen en door prachtige landschappen. Ik had het voor geen goud willen missen.

Elk jaar in de eerste week van september wordt er ‘De Hel’ georganiseerd. Wat in 1993 begon – ondergetekende was toen tien en had geen idee – is inmiddels uitgegroeid tot een heuse traditie: een kleine week weg met goede vrienden, racefietsen mee, overdag lekker karren, uitgebreid lunchen, ’s avonds weer goed eten, drankje erbij natuurlijk. En dat allemaal in en rondom een groot gehuurd landhuis.

Zo verbleven we de afgelopen jaren onder andere in Yorkshire, Girona, Toscane en de Dolomieten. Uitstekende locaties, meer dan prima. Maar de organisatie (ondergetekende incluis) van 2017 sloeg even een andere weg in. Geen luxe zoals hierboven beschreven, maar toch werd ‘De Hel’ van dit jaar er eentje als een sprookje uit 1001 nacht.

De reis begint op zondag 3 september en is vanuit Nederland grotendeels geregeld door TransAtlas Bike. Wijzelf bleken niet in staat om lokaal gidsen, hotels, huurfietsen en ga zo maar door te regelen. Steven, de eigenaar van TransAtlas, had die kennis wel en heeft voor ons een meer dan perfecte week afgeleverd. Onze dank aan hem is oneindig.

Aangekomen op het vliegveld van Marrakech staat een taxibusje ons keurig op te wachten en brengt ons naar het hotel. Onderweg nog even pinnen (want dat is de komende dagen niet meer mogelijk) en naar bed. Morgen vroeg weg voor een transfer van twee uurtjes. Weg uit de bewoonde wereld, richting onze gidsen en onze fietsen voor de komende vijf dagen.

En ja hoor, verrek. Daar staan ze ineens: vijftien mountainbikes omringd door Saïd – onze gids voor de komende dagen – en zijn vijf assistenten. Iedereen kleedt zich om, vult zijn CamelBak en rijdt een testrondje. Een uurtje later zit iedereen op de fiets en rijden we weg. Het grote avontuur tegemoet. Weg van alle luxe waar we de voorgaande edities in hebben geleefd.

We rijden gemiddeld 75 kilometer per dag. Met een gemiddelde van tussen de 11 en 14 kilometer per uur. Harder gaat het op de onverharde wegen (of moet ik zeggen ‘wegen’) van Marokko eigenlijk niet. Sommige klimmen zijn lang, steil en zwaar en de afdalingen zijn door losliggende stenen en zand te link om vol naar beneden te rijden. Maar niet hard kunnen rijden is deze week helemaal niet erg. Het landschap is prachtig en elk uur totaal anders. Waar de handen met dit gezelschap vaak onderin de beugel verblijven, zijn ze nu drukker met het maken van foto’s.

Op een gegeven moment dirigeert Saïd ons van de weg af. Het is tijd om te lunchen. Maar niemand heeft onderweg een restaurant gezien. En dat gaan we hier, onder deze paar bomen, ook niet vinden. Of toch wel? Inderdaad. Onze crew heeft een perfecte lunchplaats gemaakt. We nemen plaats op kussens, aan lage tafeltjes en krijgen wat te drinken. Even later staat er een perfecte pastamaaltijd voor onze neus. Daarna volgt vers fruit. We zijn verbaasd, we genieten, we lachen en hebben het fijn.

Het tweede deel van de rit is zwaar. Het is meer dan heet en de weg loopt lang en flink omhoog. Af en toe rust er iemand uit in de zeldzame schaduw of wordt er een bidon in de nek gegooid. Saïd volgt ons met zijn Landrover. De anderen zijn doorgereden naar onze gite voor vanavond.

Het is wennen. De eerste dag off road en in de warmte. Toch haalt iedereen de finish van de eerste dag. In Toufghine krijgen we een glaasje whiskey berber. Alchohol? In Marokko? Het betreft een grap die we de komende dagen nog vaak zullen gaan horen: whiskey berber blijkt een kopje muntthee.

Slapen gaat op matrasjes, knus naast elkaar en onder onze zelf meegebrachte slaapzakken. De wielerkleding hangt buiten te drogen aan het huis van de buurman. Saïd en zijn mannen slapen naast de fietsen en op de auto. De maan schijnt fel. Het is fijn in Marokko.

De tweede etappe begint spectaculair! Het water staat laag genoeg en dus kunnen we door de rivierbedding mountainbiken. Over grote keien en door stromende beekjes. Het water staat soms hoger dan de assen, voeten zijn kletsnat, maar niemand die klaagt. Het is hier prachtig rijden, het is een totaal andere wereld en we hebben het onwijs naar ons zin.

Onderweg passeren we kleine dorpjes waar mensen gelukkig, maar toch ook primitief leven. Jochies van tussen de drie en acht jaar willen ons allemaal een highfive geven als ze ons zien. Ze lachen, springen (één keer gooit er iemand een steen) en vragen om balpennen en snoepjes. Het is aan de ene kant mooi om te zien dat die kinderen zo gelukkig worden van een paar passerende MTB’ers. Aan de andere kant is er bij mij enig schuldgevoel. Wij in Nederland zo veel, en zij hier zo weinig…

Het laatste stuk gaat over asfalt en is vol wind tegen. Ik heb mijn slechtste moment van de week en kom als laatste aan. Midden in de woestijn, vlak bij Toundoute is ons verblijf. We worden door de eigenaar hartelijk welkom geheten. Whiskey berber? Iedereen knikt.

De drie dagen die volgen zijn elke keer anders. De kleuren van de bergen veranderen van rood via groen naar zwart. Het is adembenemend om te zien en verdraaide lastig te vangen op een foto. Onze meefietsende gidsen, Youssef en Mustafa, kennen de streek als hun broekzak. Ze gidsen ons door moeilijk begaanbare gebieden, maken een praatje in prima Frans en hebben lol in hun werk. Over waarom ze mouwstukken dragen in deze temperatuur stelt niemand een vraag.

De plekken waar we overnachten voldoen waar ze aan moeten doen: een bed, een douche en een stopcontact om de Garmin op te laden. Meer is er vaak niet en dat is ook helemaal niet nodig. Maar áls je dan vraagt om een cola, stapt de eigenaar net zo makkelijk op de fiets om dat voor je te gaan halen. De mensen die we ontmoeten zijn meer dan vriendelijk.

Op donderdag rijden we onze wedstrijd op de flanken van de Tizi-n-Tazzazert. Twintig kilometer lang onverhard omhoog, met af en toe een stukkie naar beneden. Ik rijd uit het vertrek – naar goed gebruik – als een malle weg. Na drie kilometer word ik ingehaald door de grote meneren. En zit de winst er deze editie ook weer niet in. Goh! Op de finish rijdt winnaar J. kilometers door naar beneden: parcourskennis van lik-me-vestje. H. leeft een klein uur in de veronderstelling dat zijn naam in de beker zal worden vereeuwigd. De jury beslist anders.

Na een nacht in een tent in the middle of nowhere rijden we op vrijdag de laatste 25 kilometer over een mooie weg naar N’Kob. We geven vol gas, er verschijnen mooie stofwolken achter ons. Bij een tankstation nemen we afscheid van onze zes begeleiders. Zij hebben deze trip tot een groot succes gemaakt. We frissen ons even snel op, drinken een cola en stappen in een taxibusje dat ons in zeven uur terug naar Marrakech brengt. Terug naar de bewoonde wereld.

’s Avonds slenteren we over het beroemde Djema el Fna, een groot plein in het hart van Marrakech, in de medina. We ruziën met taxichauffeurs over de ritprijs en belanden per ongeluk in een toeristentent met buikdanseressen. De ober vraagt ‘Holland? You want Heineken?’ We kijken elkaar met een schuin oog aan en knikken. Ze smaken prima.


Vijf dagen mountainbiken (zondag 16:30 vertrek, zaterdag 15:00 terug op Schiphol) in Marokko kost inclusief alles (eten, drinken, Nederlandse reisorganisatie, lokale gidsen, vliegtickets, fooien, fietshuur, uit eten in Marrakech) ongeveer 950 euro. In september is het nog rond de 30-35 graden Celsius. Af en toe uitschieter naar de 40.

Pas op, verslavend (2): de explorer stats

Een paar maanden geleden schreef ik over het getal dat onwijs verslavend werkt: het Eddington-getal. Sinds een paar weken is daar een nieuwe verslaving bijgekomen: de explorer stats. Het duurde eventjes om deze nieuwe fietshobby door te krijgen, maar het resultaat mag er zijn.

Mijn overzicht op veloviewer

Heel kort samengevat: de explorer stats zijn diverse getallen die aangeven in hoeverre je op avontuur gaat. Het ontdekken van gebieden op de fiets waar je nog niet geweest bent, wordt (digitaal) beloond. En ja, dat werkt dus zeer verslavend.

Laten we beginnen bij het begin. Allereerst is een Strava-account vereist. De data moet immers ergens vandaan komen. Ten tweede is een account bij veloviewer een must. Die site, een walhalla voor fietsdata, genereert een boel fijne kaartjes en komt met allerlei explorer stats op de proppen.

Rood, wit en blauw
Hierboven zie je een kaartje met rode, blauwe en witte vakjes. In de witte vakjes ben ik nog nooit geweest met mijn racefiets (597 ritjes sinds het najaar van 2010). In de rode vakjes ben ik wél geweest op de fiets. De blauwe vakjes betekenen dat ik daar a) geweest ben met de fiets en b) dat ik ook in de vakjes die er links, rechts en onder en boven aan grenzen heb gereden.

In totaal ben ik in 5058 verschillende vakjes geweest. Het rijden van een standaard trainingsrondjes, over bekende weggetjes, zal dit getal dus niet meer doen vergroten. Een rondje rijden op vakantie, zoals afgelopen weken op Kos, doet dat wel. Gemiddeld heb ik per vakje 6,326 kilometer gereden.

Dan komen we bij wat veloviewer het maximum square noemt, het grootste vierkant. Ik heb een vierkant van 11 bij 11. Dat houdt in dat er een vierkant van 11 bij 11 vakjes op de kaart is, waarin ik in alle vakjes heb gefietst. Op de kaart zie je dat er drie dikke blauwe lijnen zijn: er zijn dus drie vierkanten van 11 bij 11 te vinden waar ik minimaal alles rood heb. Eigenlijk is mijn maximale vierkant dus 13 bij 11, maar hey, dat is geen vierkant, dat is een rechthoek.

Grootste vierkant

Zoals je ziet, kan ik mijn maximum square relatief makkelijk vergroten door door die paar witte vakjes te fietsen. Dan moet ik door twee witte vakjes naast van mijn meest noordelijke grootste vierkant rijden. Die ene tussen Utrecht en Hilversum en die andere ten zuidoosten van Nieuwegein. Maar nog makkelijker rijd ik door dat ene witte blokje net onder Amersfoort. Vanuit mijn huis in Soest ben ik binnen het uur weer thuis.

Hier in Nederland is het, met overal fietspaden, niet heel moeilijk om je vierkant te vergroten. In het buitenland zijn er sporters die er meer moeite mee hebben, getuige een bericht op het blog van veloviewer:

“I’ve had to carry my bike through swamps, hike shorelines at low tide, kayak across estuaries, not to mention skiing and hiking otherwise inaccessible areas. I’ve attempted to enter military installations, only to be turned away at gunpoint! Currently hoping for a cold winter so I can ride across a frozen lake on my studded fatbike…”

Dan heb je als laatste het maximum explorer cluster. Dat is het grootste gebied van aaneengesloten blauwe vakjes. In mijn geval 370. De basis van dat gebied ligt zoals je ziet op de Utrechtse Heuvelrug. Daar waar mijn racefietsen zich het liefst laten zien.

Plugin voor Strava
Natuurlijk is het leuk om zelf op ontdekkingsreis te gaan en uit je hoofd te proberen in witte vakjes te gaan rijden. Maar ik heb een drukke baan en drie kids en dus is tijd zeldzaam. Gelukkig is er een veloviewer-extensie voor Google Chrome, die je in route builder van Strava perfect laat zien waar je nog niet geweest bent. Zelf even een paar lijntjes trekken en voila. Een rondje door witte vakjes is binnen een minuut gemaakt. En dus staat komende week dit rondje op het programma.

Witte vakjes rijden deze week!

Je ziet: af en toe even even een vakje in en uit en soms zal ik slechts voor een paar meter in een vakje zijn. Maar hey, you win some, you lose some. Mazzeltje: de Loosdrechtse Plassen zijn gelukkig niet zo groot dat ik sommige vakjes al zwemmend of schaatsend aan zal moeten doen.

Als je tot hier bent gekomen met lezen: chapeau, complimenten, bedankt. En heel veel sterkte de komende tijd. En als je net zo ver bent gekomen als Nils uit België, met zijn 71 bij 71 wereldrecordhouder, dan hoor ik het graag:

Wereldrecord vierkantjesrijden

Oh ja, kreeg een boel vragen hoe je bovenstaande kaartjes tevoorschijn tovert op veloviewer. Je klikt op Activities, vervolgens zet je de Map aan. En onder de kaart vink daarna Explorer aan, en krijg je met die icoontjes rechts daarvan de verschillende dingen te zien. 

Alle provincies op één dag. Waanzinnig avontuur.

Het moet ergens in oktober 2016 geweest zijn. Goede vriend Herman had op de redactie ineens een ritje op Strava in elkaar geflanst: The Longest Day. Op vernuftige wijze had ie alle 12 Nederlandse provincies aan elkaar weten te knopen. De gevolgen van die paar muisklikken waren toen nog niet echt te overzien…

De voorbereiding had nog best wat voeten in de aarde. Want wat doe je als de wind de hele dag uit het noord-oosten komt en Bergen op Zoom (want dat was in eerste instantie het plan) is de vertrekplaats? Begripvolle hotels bleken na enige uitleg een uitkomst: tot vier dagen van tevoren kon er kosteloos worden geannuleerd. Tel daar privé-weerman Gerrit Hiemstra die de perfecte weersverwachting afleverde bij op en voila, daar kon het dus in ieder geval niet meer aan liggen.

En zo werd het dus ineens 21 juni. Voor dertien renners (Aart, Aart-Kees, Frank, Herman, Jasper, Johnny, Lieuwe, Martijn, Nick, Pepijn, Sjoerd, Tijl en Tim) letterlijk en figuurlijk The Longest Day. Inmiddels waren er in Han en Pascal ook nog twee ploegleiders gevonden die in niets minder dan een Maserati Ghibli de gehele dag achter ons aan hebben gereden. Waarvoor oneindig veel dank. Zonder hun hulp – bijvullen van bidons, regelen van restaurants en veel morele steun – was deze dag niet mogelijk geweest.

Vertrek bij Spaak

Om 04:00u had Spaak de deuren voor ons geopend voor een heus rennersontbijt. Een half uur later klonk in de vorm van veel Garmin-piepjes het startschot. Geen kip op de weg en dus lekker over de grote baan, af en toe een fietspad negerend, richting het pontje in Genemuiden, de eerste plek waren we even de druk van de pedalen zouden halen. Onderweg door Groningen, Drenthe en Friesland doorkruisten we de mooiste landschappen. Vooral de grindweggetjes in het Drents Friese Wold, zijn van een absolute schoonheid. Ook bij 6 (!) graden Celsius.

Schelpenpaadjes in Drenthe

Ondertussen vonden de reepjes, gelletjes en bidons van Aart gretig aftrek. Al gauw was daar Kampen en via de schoolgaande scholieren reden we Flevoland binnen. Zestig kilometer rechtdoor. Heerlijk. Iedereen deed zijn beurt op kop. En met een gemiddelde van veertig per uur koersten we richting Soest (180 km), waar er kilo’s pasta, pannenkoek, koffie en cola op ons stonden te wachten (my god, wat is mijn Lon een schat).

Niet iedereen kende elkaar. En dus viel er onderweg veel te praten over wie, wat, waar en waarom. Via het voor mij bekende terrein van de Utrechtse Heuvelrug kwamen we op het stuk van het parcours waar velen van ons nogal huiverig voor waren: de dijken met tegenwind richting Nijmegen (260 km). Johnny zette echter even keurig een waaiertje op, iedereen draaide zijn dienstje op kop en al gauw was het enige stuk in zuid-oostelijke richting passé.

Nijmegen zelf was een veldslag – ook wegens twee keer verkeerd afslaan – maar kreetje, er staan daar o-ver-al stoplichten. Wonder boven wonder zijn we in Nijmegen al stilstaande niet gesmolten en na een gek bos was daar ineens Limburg. Om na driehonderd meter direct weer terug te keren naar Gelderland. Belangrijkste: het vinkje bij de negende provincie was gezet. Alleen nog Brabant, Zuid-Holland en Zeeland. Eitje.

Brabant bleek een uitputtingsslag. Tussen kilometer 330 en 370 werd er in ons pelotonnetje weinig meer gesproken. Veel draaien en keren. Elke keer aanzetten na een bocht voelde inmiddels als een eindsprint. En de wegen met klinkers waren op dat moment ronduit kut.

In Zevenbergen (370 km) hadden we de derde en laatste tussenstop van de dag. Han en Pascal hadden een tentje genaamd Legends (!) gevonden dat voor ons op verzoek kippensoep (vraag me niet waarom ik daar drie uur eerder nog zin in had) had gemaakt. Het waren vier heerlijke hapjes, meer ging er niet meer in. De airco, binnen in een gek hoekje, was op dat moment mijn grootste vriend. Buiten lagen er renners uitgestald op tafels of hingen ze half slapend in hun stoel.

Handig, zo’n tafel

Er ontstond een kleine discussie (2,3 seconden) over wat we zouden gaan doen: er was namelijk een kleine escape. Twee keer een brug over om zo Zuid-Holland en Zeeland aan te tikken. 35 kilometer minder dan het plan. Op papier zou ook dat missie geslaagd betekenen. Maar daar was Johnny het niet mee eens. “Niks ervan, we doen de deftige route!” En daar was iedereen het eigenlijk meteen mee eens. Nu afmaken ook. En dus richting Goeree-Overflakkee. Zuid-Holland hallo! Onderweg bij een carpoolplaats nog een keer een bidon van Pascal en Han (had ik al gezegd dat zij geweldig zijn?) in onze nekken en door.

En toen, ineens, ineens, ineens, stond daar een wit groenig bordje: Zeeland. Iedereen begon te juichen op de fiets. High fives werden uitgedeeld. Opluchting was bij velen van het gezicht af te lezen. Dat de temperatuur inmiddels gezakt was van 33 naar 25 graden, droeg ook flink bij aan de feestvreugde op de Philipsdam.

Zeelandselfie

Finishplaats Bergen op Zoom (445 km, 21.30u) was inmiddels op onze komst voorbereid. Een extra vat bier was koud gezet en de frituur opgewarmd. Ik at op dat terras mijn lekkerste frikadelletje ooit, zag Herman zittend tegen een prullenbak verkleuren van groen naar normaal, hoorde Lieuwe bellen in het Fries (hjir binne wy), constateerde dat Tim er hetzelfde uitzag als vanochtend, trachtte Nicky zijn laatste sapjes te ontdooien en maakte de vrouw van Johnny onze groepsfoto.

Iedereen helemaal stuk, maar dolgelukkig. De maanden voorpret, de zenuwen de dagen er vlak voor, The Longest Day zelf en de napret die inmiddels al een uur of twintig duurt.

Nooit stap ik meer voor zo’n tocht op de fiets. 21 juni 2017 is voor mij – en ja, ik geef toe, ik ben nog wat emotioneel van de moeheid – een heel bijzondere dag geworden. Met veertien kerels op stap, zo’n avontuur beleven. Zo gigantisch afzien, maar ondertussen zo veel genieten, hard lachen, goed praten en elkaar steunen als het nodig is.  Ik ben een gelukkig man. Dank vrienden.

Dank vrienden!

En oh ja, als het gevoel in mijn twee grote tenen weer terug is, meld ik me weer.

Een dagje in De Hel. Schitterend.

Het is pas de tweede strook van de dag. Op de teller staat een kilometer of 55. De benen zijn nog onwijs fris en de geest is nog zo helder als wat. Toch geloof ik mijn eigen zintuigen niet als ik honderd meter onderweg ben in het Bos van Wallers. Het kan niet zo zijn dat wat ik nu meemaak echt waar is. Ik zie stenen schots en scheef liggen, mijn stuur geselt mijn handen en mijn wielen maken een teringherrie.

Het Bos van Wallers. De Hel.

We zijn inmiddels 300 meter onderweg in het Bos. Ik roep ‘wat gaaf!’ naar fietsvriend Marcel. Rechts schiet over het schelpenpaadje Nick voorbij. ‘Af!’, schreeuw ik. Wat ik dan nog niet weet is dat ik een strook of vijf later ook dolgelukkig ga zijn met ‘het kantje’, waar je eventjes niet over de kasseien hoeft te rijden.

Diezelfde Marcel haalt mij en vijf andere vrienden een paar weken geleden over om Parijs – Roubaix te gaan rijden. Niet de ‘echte’ versie, dat is vervoerstechnisch nogal onhandig. Maar een eigen uitgezette versie. Parkeren om de hoek bij de wielerbaan, fietsen uit de auto, 50 kilometer naar het zuiden en vanaf daar de laatste 102 kilometer van het parcours rijden. In totaal 20 kasseistroken, 33 kilometer hel.

Wat ik dan nog niet weet, is dat deze kasseistroken in Noord-Frankijk in geen enkel opzicht te vergelijken zijn met die in Vlaanderen. Of ik moet een slecht geheugen hebben, dat kan ook. Maar ik kan mij niet herinneren dat toen ik een paar jaar geleden voor het laatst over het parcours van de Ronde van Vlaanderen reed, ik zo veel heb afgezien. Terwijl ik nu toch echt fitter ben dan in mijn studententijd.

Nee. Mijn carbonnen De Rosa gaat no way mee naar Roubaix. Daarvoor houd ik simpelweg te veel van deze fiets. Mijn stalen dan? Die moet toch wel tegen een stootje kunnen. Nee, dat ding is net he-le-maal opnieuw gespoten en opgebouwd. Dat gaat huilen worden als daar ook maar een krasje op komt. Mijn crosser! Die kan wel tegen een stootje. Als ik op mijn oude 36-spaaks wielen nou eens even wat brede bandjes leg, dan moet het goed komen toch?

De hellefiets.

Maar hoe breed moeten die banden dan zijn? En hoeveel bar moet ik in die dingen pompen om mijn 90 kilo over die kasseien te krijgen? Gelukkig bieden Twitter en Maarten Tjallingii (inmiddels een soort van collega) uitkomst. Het worden Vittoria 28 mm met 5,4 bar. Na twee keer lek (1 x eigen schuld en 1 x pech) zal ik uiteindelijk toch met iets hogere bandenspanning gaan rijden. Better safe than sorry.

Om 10:30 uur fietsen we weg. We rijden langzaam naar het zuiden, op weg naar de eerste strook van de dag. Ik kan niet wachten tot het zover is. Meer dan een keer trekt Marcel aan mijn arm dat ik rustiger moet rijden. “Straks mag je los, nu nog even niet.” We rijden Haveluy in. Aan het einde van de straat beginnen de kasseien. De eerste echte secteur pavée van mijn leven. Ik draai me om, sla voor de grap een kruisje, roep iets van jieeeeehaaaa, schakel op en begin te raggen over de kasseien.

Ik denk aan alle tips die ik de afgelopen jaren heb gehoord en gelezen: midden over de strook rijden en keihard blijven trappen. Op die manier spring je van steen naar steen in plaats van tegen elke steen aan te rijden. Als eerste rijd ik weer het asfalt op. Dat zal meteen de laatste keer zijn: gedurende de negentien stroken die volgen, word ik slechter en mijn vrienden beter.

Ja, ik (links) moet naar de kapper. Maar dit is het Bos.

De route hebben we gemaakt op Strava, waar anders. De finale van Parijs – Roubaix gewoon digitaal overgetekend van Quinziato en Greipel. De weg naar het punt waar we het parcours opdraaien zelf even uitgeplozen. Appeltje eitje. Voor mijn vrienden maak ik – net als in het echt  – een papiertje met daarop alle stroken van de dag. Een mooie dag begint immers al met de voorpret.

Na tien stroken is mijn respect voor alle profs tot een maximum gestegen. Ik denk strook na strook: mijn hemel, bizar. Dat die gasten hier zo hard overheen rijden. En dan ook nog met een aanloop van 150 kilometer. Ja, ze zijn dan wel prof. Maar wat wij doen – na elke strook nog op elkaar wachten en tussen de stroken door lekker kletsen – is nog minder dan peanuts vergeleken met wat die gasten doen.

Voorpret-deluxe!

Mijn handen zijn inmiddels naar de klote. Na elke strook wordt het moeilijker om de vingers weer te strekken. Het voelt als zware reuma. “Handjes rustig op het stuur laten liggen”, roept Tjallingii nog, vlak voor hij de studio van het Girojournaal induikt. “Veel plezier!” Voor het eerst sinds jaren heb ik weer handschoentjes aan. Ik heb niet het idee dat ze helpen. Op de terugweg in de auto – godzijdank hoef ik niet te rijden – heb ik moeite met het vasthouden van mijn telefoon.

Is het rijden van Parijs – Roubaix iets wat je als wielertoerist een keertje gedaan moet hebben? Absoluut. Het is echt blits. Je weet niet wat er gebeurt op die stroken. Het is een ervaring die ik nog niet eerder had meegemaakt. Is het leuk? Nou eigenlijk niet. Want het doet takkeveel zeer. Niet eens in de benen, die zijn wel in vorm. Maar met name in de handen. Als ik nu, vijf dagen later, op bepaalde plekken op mijn handen en vingers druk, zijn er nog pijnlijke plekken. Maar ben je gelukkig als je na (in dit geval) 150 kilometer afsprint op de wielerbaan? Onwijs. Wat is dit gaaf om te rijden.

Finish with an attitude.

Moet je gehecht zijn aan je materiaal? Ja en nee. Ja, je fiets moet in topconditie aan het vertrek staan. Het materiaal gaat het zwaar te verduren krijgen. Aan de andere kant: nee, je moet niet denken dat er bij elke strook wat kapot kan gaan. Dat had ik een beetje in het begin. En dan zit je niet lekker op de fiets.

A Saturday in Hell. Ik had het niet willen missen. Volgend jaar weer? Misschien.


Onderstaande route, die van ons, is uiteraard voor jullie lieverds beschikbaar.

Michele Scarponi en het ‘niet onomstreden’

Het is zaterdag 22 april. Ik sta te wachten bij De Biltsche Hoek. Voor veel fietsers uit Utrecht en omstreken een ideale verzamelplek om vanuit daar een fijn rondje te gaan rijden. Fietsmaat J. is er nog niet. Dan maar even een snelle blik op Twitter om te kijken of er nog nieuws is.

Michele Scarponi overleden, melden meerdere twitteraars op basis van de Gazzetta dello Sport. Het is op dat moment iets voor tien uur in de ochtend. Ook mijn werkgever NOS Sport heeft dan (09.53 uur) al een kort berichtje op NOS.nl gepubliceerd op basis van de Italiaanse sportkrant. Dat bericht zal in de daaropvolgende minuten enkele keren worden uitgebreid.

J. arriveert na enkele minuten. Hij krijgt een grote knuffel van mij. Hij is enkele dagen daarvoor voor de tweede keer vader geworden. Sinds elf maanden weet ik hoe dat voelt. Hij heeft het laatste nieuws nog niet gehoord. Ik hou het nog even even voor me.

We fietsen weg. Ik ben een tikkie afwezig. Het beeld van papa Scarponi met zijn zoontjes op zijn rug, een foto die hij de avond voor zijn tragische ongeluk heeft getwitterd en ik net heb geretweet, krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Twee kersverse vaders. Allebei een zoon. Dan hakt zo’n plaat er keihard in. Na driehonderdmeter vertel ik J. wat er met Scarponi is gebeurd. Hij is er stil van.

Scarponi met zijn twee zoontjes

De twee uur daarna kijk ik niet meer op mijn telefoon. Ik hoor een boel piepjes van mijn telefoon. Allemaal WhatsApp’jes. In diverse app-groepen, zowel zakelijk als privé, wordt er gesproken over Scarponi. Ik lees het pas als ik om 13.00 uur thuis ben en gedoucht heb. Dan lees ik ook het tweede verhaal wat er ondertussen op NOS.nl is geschreven en gepubliceerd is om 10.44 uur. Uiteraard valt mijn oog ook op de kop waar zo veel over te doen is:

Begenadigde klimmer Scarponi was populair, maar niet onomstreden

De redactie heeft na het nieuws contact opgenomen met onze wielercommentator en -analist Maarten Ducrot. Hij schetst het leven van Scarponi en dat leidt tot deze online necrologie. De eerste alinea’s beschrijven de levensloop van de Italiaanse veteraan. Zijn beste prestaties worden vermeld. Er wordt uit de doeken gedaan wat voor een karakter hij was: populair, vrolijk, grappenmaker, immer opgewekt, gangmaker, de man van de practical jokes, bijzonder geliefde renner, altijd een woord voor iedereen en altijd gein.

In de zevende en achtste alinea (in totaal heeft het artikel veertien alinea’s) wordt ook het dopingverleden van Scarponi belicht. Scarponi heeft in zijn carrière contact gehad en zaken gedaan met Eufemiano Fuentes, een Spaanse arts die verder geen introductie behoeft, dunkt mij. Ook heeft hij contact gehad met Michele Ferrari (idem). Hij wordt daarvoor twee keer geschorst.

Daarna spreekt Ducrot in een quote zijn waardering uit voor Scarponi. Hij steekt de loftrompet over hoe de Italiaan terug is gekomen na zijn schorsingen.

“Toen hij beter ging presteren dan vóór zijn schorsing doken gelijk de verhalen over doping weer op. Die geruchten zijn nooit uitgekomen. Ik vind het vooral heel knap hoe hij door die moeilijke periode heen is gekomen. Mentaal heel sterk. Ga het maar doen!” – Maarten Ducrot.

Mevrouw van Zetten uit Tiel, een door Mart Smeets veel aangehaald, fictief persoon, heeft na het lezen van dit artikel / deze necrologie een goed beeld wat voor een persoon en renner was. Een populaire man, een begenadigd klimmer, maar wel met een smetje. Dat vindt zijn weg terug in de eerder genoemde kop. Twee pluspunten en een, netjes omschreven, minpunt.

De begrafenis van Scarponi

Voor de duidelijkheid. Het bericht met de kop waarover zo veel te doen is, is dus het twééde bericht dat op NOS.nl verschenen is. Dat bericht, de necrologie, verschijnt een klein uur na het eerste bericht. Het artikel met ‘niet onomstreden’ is dus de follow-up op het nieuwsbericht. Een uur, dat lijkt misschien snel. Maar in het online tijdperk, is dat een lichtjaar. Zeker als je nagaat dat er van Scarponi (logischerwijs) geen necrologie klaar stond. Niemand houdt immers rekening met zijn overlijden.

Álle redacties in binnen- en buitenland hebben van veel bekende en minder bekende personen een necrologie klaarstaan die met één druk op de knop gepubliceerd kunnen worden. Redacties kunnen niet wachten met het schrijven van een levensloop tot iemand daadwerkelijk is overleden. De necrologie van Scarponi stond pas relatief laat online.

Velen, gezien de redacties op Twitter en andere social media, vonden de kop van de NOS boven de necrologie niet kunnen, to put it mildly. Het ‘niet onomstreden’ zou onder andere respectloos en misplaatst zijn. Ik vraag me af waarom. Het is een kop die de lading van het artikel en zijn levensloop dekt. Van de veertien alinea’s gaan er twee over zijn dopingverleden. Een feit dat niet genegeerd kan worden: dat verleden beïnvloedt direct zijn wielercarrière.  Twee schorsingen tijdens je wielerleven is geen sinecure. Er zijn (gelukkig) niet veel renners voor wie dat ook geldt. Zoiets kan niet dus onvermeld blijven. En dat hoort ook in de kop.

Dat in dit bericht volledig voorbijgegaan zou zijn aan het feit dat Scarponi mens met een sportcarrière was, zoals Lidewey Van Noord schrijft, kan ik daarom ook niet beamen. In Bureau Sport uit Erik Dijkstra ook kritiek op de berichtgeving van de NOS. Zijn feiten heeft hij jammergenoeg niet helemaal op een rij en daardoor schetst hij een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

In de gewone wereld én in de sportwereld gaan er nog een boel mensen overlijden wiens leven geen doktersromannetje was. Het heeft geen zin om met z’n allen te gaan voorbeschouwen welke persoonlijkheden ook ‘niet onomstreden’ of woorden van andere strekking genoemd zullen gaan worden. Dat is het ‘fijne’ van journalistiek: je maakt per keer, met de redactie, een afweging. Journalistiek heeft geen handboek, zoiets valt niet in regels te vatten.

In de dagen tussen zijn overlijden en begrafenis duiken er online allemaal mooie filmpjes op van Scarponi. Ik vind het jammer dat ik nooit met hem heb gesproken. Dat hij een graag geziene gozer in het peloton was, daarvan ben ik absoluut overtuigd. En die foto, met zijn zoontjes op zijn rug, daarvan krijg ik nog kippenvel als ik eraan denk. Voor emotie is in de journalistiek absoluut een plaats, maar de waarheid mag er niet onder lijden. De vermelding ‘niet onomstreden’ hoort daarom thuis in en boven een necrologie.


Dit bericht is mijn persoonlijke visie op het geheel, daarom staat het ook op martinello.nl. Dit schrijven moet niet gezien worden als een mening van mijn werkgever. Daarvoor verwijs ik u naar de officiële woordvoerders.