Sterven in Zoeterwoude tijdens inspanningstest

In de Tour van 2010 kocht ik in Frankrijk een Garmin. Ik had het stomme idee opgevat om vanuit Parijs naar huis te fietsen. En het leek me route-technisch wel zo handig om met dat ding op mijn stuur naar huis te rijden. Dat ik uiteindelijk na 140 kilometer met windkracht 5 in mijn snufferd te hebben gereden piepedood bij een collega in de auto stapte, is voor dit verhaal slechts een bijzaak. Sinds die zomer was ik de trotste eigenaar van een Garmin en raakte ik compleet verslaafd aan wielergetalletjes.

Sterven in Zoeterwoude

Ongeveer een dik jaar later ontdekte ik Strava en was ik vervolgens uren bezig mijn ritjes vanuit het Strava-loze tijdperk te uploaden naar dit nieuwe platform. In zelfgemaakte excelbestanden hield ik ook nog een schaduwdagboekje met mijn kilometers bij. Waarom weet niemand. Bijna drie jaar geleden was daar ineens Zwift, met op mijn Kickr een heuse wattage-meter: nog meer getallen. Hoera! Om vervolgens via het vermaledijde Eddington-getal bij de Explorer Stats uit te komen. Je zou bijna gaan denken dat ik fiets voor de getalletjes, maar dat is nog net niet het geval.

O zo vreemd is het eigenlijk dat ik in die acht jaar van wielergetallenfetisjisme nooit een echte inspanningstest heb gedaan. Zo’n test waar je je helemaal kapot moet rijden om al nahijgend met een vijf pagina’s tellend document vol met getalletjes weer huiswaarts te kunnen keren.

Afgelopen vrijdag was het zover. Samen met vriend H. onderweg naar Zoeterwoude,  naar het huis van Adrie van Diemen. Bij wielerploeg Garmin was hij vroeger in dienst als inspanningsfysioloog en daar verantwoordelijk voor trainingen, begeleiding en testen van diverse profs. Ik kwam hem bij de koers regelmatig tegen en we hebben al die tijd een beetje contact gehouden. Toen ik eenmaal had besloten een test te willen gaan doen, moest Adrie maar degene zijn die die zou afnemen. Dat bij het afspraak maken bleek dat hijzelf op vakantie was en zijn collega Camiel Dénis de proeve van bekwaamheid zou afnemen, mocht de pret niet drukken. Die test (en de getallen) moest gedaan worden.

Hoe meer getallen hoe beter

H. gaat als eerste. Daarmee is voor mij de eerste slag geslagen. H. kan immers net wat harder trappen dan ik en daardoor heb ik tijdens mijn test een richtpunt. Wetenschappelijk misschien niet allemaal je-van-het, maar ach. Met een weerstand van 150 watt, eitje, wordt het martelwerktuig (lees: de fiets) in gang gezet. Na een goede warming-up gaat de weerstand elke vijf minuten met 25 watt omhoog. Op dat moment wordt er ook bloed geprikt zodat mijn lactaat-gehalte gemeten kan worden. Dat getal verraadt wanneer de verzuring intreedt. Als je daarnaast ook nog eens de hartslag in de gaten houdt, kan je vervolgens vrij nauwkeurig bepalen waar de diverse hartslagzones liggen. En die zijn weer handig, zo niet onmisbaar, om beter en nuttiger te trainen.

Na dik drie kwartier zit de test van H. erop. Ik heb hem nog nooit zo zien afzien. Alhoewel, bij The Longest Day zat hij er na 450 kilometer ook niet echt meer okselfris bij. Hij is tijdens deze test helemaal tot het gaatje gegaan. En het duurt ook even voor hij weer bij zinnen is. Tijdens zijn test heb ik me voor de zoveelste keer weer verbaasd over zijn power en maximale hartslag. Die ligt ongeveer veertig slagen per minuut lager dan die van mij. Als wij samen een rondje over de Heuvelrug rijden is mijn gemiddelde hartslag eigenlijk altijd hoger dan zijn maximale hartslag. Volgens Camiel zegt dat weinig tot niks en heeft het in ieder geval niet met beter zijn dan de ander te maken. Iets dat later (een beetje) bevestigd zal worden.

Still uit een video die nooit gepubliceerd gaat worden

Dan is het mijn beurt. Met een gezonde wedstrijdspanning klik ik mijn voeten in de pedalen en begin rustig met trappen. Van de uren die ik op Zwift heb doorgebracht weet ik dat mijn lievelingscadans tussen de 95 en 100 ligt. Dat beentempo probeer ik ook hier aan te houden. Van 150 gaan we naar 175 watt. Makkie. We gaan naar 200 en gelukkig voelt deze 200 watt net zoals de 200 watt thuis. Ondertussen ben ik al drie keer geprikt en met een papiertje om mijn linker wijsvinger begin ik aan het blok van 225. De eerste zweetdruppeltjes beginnen te komen, maar ook dit is nog prima vol te houden.

250 watt. Mijn hartslag zit inmiddels op de 168. Ik baal een beetje. Want voor mijn gevoel begin ik mijn omslagpunt te naderen. ‘Kom op Hendriks’, zeg ik tegen mijzelf. ‘Er zit toch nog wel wat meer in de tank?’.

Van 275 watt, gaan we door naar 300. Langzamerhand begin ik een beetje te lijken op Fernando Escartin in zijn goede dagen. Als een mijnwerker, stoempend, harkend en alles gevend haal ik de 325. Het tellertje voor mijn neus, waar mijn hartslag en de tijd op te zien is, draai ik om. Ik word moe van die getallen en de minuten lijken voorbij te kruipen. ‘Nog twee minuten’ roept Camiel. ‘Dan beginnen we aan het blok van 350 watt’. Het zuur zit al tot achter mijn oren maar ik haal de 350. Met alles wat ik heb trap ik nog veertig seconden door en dan ineens gaat het licht uit. Ik kan niet meer. Hijgend als een bronstige neushoorn zit ik op het zadel. H. maakt foto’s. De meeste daarvan zijn zo ontzettend lelijk dat ze deze site nooit zullen halen.

Bolletjes = HR. Vierkantjes = lactaat-gehalte.

Na een klein minuutje kan ik weer praten en heb ik er de balen van dat ik niet langer door heb getrapt. Voor mijn gevoel had ik nog iets meer uit de tank kunnen halen. Maar als ik iets rationeler denk, moet ik toch toegeven dat er niet meer in zat: 328 watt. Omgerekend naar watt/kilo is dat 3,59. Het vermogen bij mijn omslagpunt ligt (logischerwijs) iets lager: 3,02 W/kg. Op een staatje zie ik dat de profs meer dan 6 W/kg trappen. Meer dan twee keer zo veel. Wow.

Na een douche en bij een kop koffie bespreken H. en ik onze resultaten met Camiel. Hij is best tevreden over de resultaten en vindt ons voor huis-tuin-en-keuken-wielrenners bovengemiddeld. Mijn omslagpunt ligt op 175 slagen per minuut. En als ik het meeste vet wil verbranden zonder in de verzuring te trappen moet ik in de rondte gaan rijden met een hartslag van 164. Dat getal ga ik de komende tijd niet vergeten. Want uit de test blijkt dat het aantal kilo’s nog wel iets naar beneden kan worden bijgesteld: 91,5 moet idealiter plaatsmaken voor 87,5. Bergop zou ik dat direct moeten gaan merken.

‘Gelukkig’ blijkt uit deze test dat er geen prof aan mij verloren is gegaan. En dat is zeker geen verrassing. Illusies om ooit meer met wielrennen te gaan doen dan met vrienden gezellig (en hard) over de Heuvelrug te rijden en daarna bier te gaan drinken had ik toch al niet. Wielrennen is een ontzettende fijne sport om te beoefenen en dat zal ik na deze inspanningstest zeker blijven doen. Met een paar goede adviezen en een heleboel nieuwe wielergetalletjes verlaat ik Zoeterwoude met een grote glimlach. Het zonnetje schijnt. Misschien straks nog even lekker een rondje door de polder op mijn stalen De Rosa. Hartslag strak op 164. En geen slag hoger.

2 gedachten over “Sterven in Zoeterwoude tijdens inspanningstest”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *