Na 3.000 km is het tijd voor een oordeel

Op 21 januari 2016 werd ik  de zeer gelukkige eigenaar van een De Rosa SK Pininfarina. Dit frame werd de directe opvolger van mijn De Rosa Merak; een frame waar ik veel problemen mee heb gehad. Die kweisties werden door Dalla Collina (helaas niet meer open) en de importeur trouwens altijd netjes opgelost. Waarvoor hulde.

Maar dit stukkie gaat niet over de goede service. Dit gaat over een oordeel over mijn SK Pininfarina. Want daar is het na 3.000 kilometer tijd voor. Veel websites en bladen zijn goed in het oordelen over een fiets na er een middagje of soms een paar dagen op te hebben gereden. Op een fiets die dus direct uit de fabriek komt en nog perfect is afgesteld. Tsja, dan hou je vooral een eerste-indrukken-artikel.

Voor één keertje op de bank
Voor één keertje op de bank

De out-of-the-box ervaring was geweldig. Iedereen is altijd dolblij met zijn nieuwe fiets, maar hiermee was ik totaal in mijn nopjes. Omdat-ie er exact zo uitzag zoals ik wilde. Dat klinkt logisch, maar in het verleden viel dat ook nog wel eens tegen.

Het eerste rondje liet even op zich wachten. Ik ben zo’n neuroot die de eerste spetters en modder zo lang mogelijk uitstelt. Uiteindelijk was het op 11 maart zover. Meteen had ik het gevoel dat ik iets in toom had te houden. Het frame is onwijs stijf, stuurt zeer direct en voelt zenuwachtig. Dat laatste bedoel ik positief. Mijn vergelijkingsmateriaal bestaat uit een aluminium crosser en een stalen wegfiets. Dus ja, als je dan overstapt op een carbonnen topmodel, dan is dat een wereld van verschil.

De nieuwigheid en de wow-ervaring is er na 3.000 kilometer wel af. Maar nog steeds rijdt de SK Pininfarina als een trein. Frame reageert op alles wat je er mee wil doen, stuurt zeer direct en toont zich zeer betrouwbaar. Met hoge snelheden bergaf (+/- 80 km/u) geeft het frame geen krimp. Terwijl andere vrienden beneden klaagden over een sjimmiënd frame, ook vanwege harde zijwind.

Direct mount-remmen
Direct mount-remmen

Dit frame heeft zogenaamde direct mount-remmen. De voor- en achterrem zijn elk op twee punten aan het frame bevestigd. Dat moet zorgen voor meer en directere remkracht, maar daar merk ik als gemiddelde wielrenner weinig van. Het afstellen is een stuk lastiger. Je kan je rem niet even een beetje bewegen, zodat beide remblokjes even dicht op het wiel zitten. Nu moet je aan de slag met gereedschap. En als je dan niet beschikt over hele strakke, stijve wielen, wil het bij hard op de pedalen staan nog wel eens gaan aanlopen. Daar heb ik de eerste ritten veel last van gehad. Nadeeltje dus.

Ergens in het hart van het frame zit nog een krakende piep / piepende kraak die ik er nog een keer uit moet laten halen. Ik heb het gevoel dat het bij in de as zit. Of dit door een Campagnolo Chorus-onderdelen komt, of doordat er iets tegen het frame aankomt en gigantisch resoneert, daar ben ik nog niet achter. Al neig ik stiekem wel naar het laatste. Het probleem doet zich voornamelijk voor als je hard met links trapt en de fiets daarbij ook naar links duwt. Mijn mecanicien (wink wink) zal daar uitsluitsel over moeten geven.

De eerste 2.800 kilometer heb ik mijn fiets schadevrij weten te houden. Maar inmiddels zitten er twee deukjes in de lak. En die voelen diep. Ik heb echt het idee dat er een stukje uit is. Zulke plekken heb ik op mijn aluminium en stalen frame nooit kunnen ontdekken. Gaat er dan toch iets van het carbon mee? Dat zal toch niet?  Maar toch, die ene keer dat de ketting eraf liep, zorgde op frame en in ziel voor een diepe snee.

SK Pininfarina bevat om schoon te maken geen gekke plekken. Met een goed soppie en de juiste borsteltjes kom je overal bij. Droog- en schoonblazen met een compressor is een luxe in Huize Hendriks, maar geen must.

Neo Primato, het oudere broertje
Neo Primato, het oudere broertje

Of ik makkelijker en sneller rijd op deze dan op mijn andere wegfiets, stalen De Rosa Neo Primato, dat ga ik niet zeggen. Het zijn twee totaal verschillende fietsen. Het is het vergelijken van een grote Amerikaan slee (Neo Primato) met een zenuwachtige Lotus Elise (SK Pininfarina). Beide rijden op hun eigen manier.

Bovenstaande vergelijking gaat dan ook weer niet helemaal op, want op mijn SK houd ik het dan weer langer uit dan op mijn Primato. Dat heeft natuurlijk ook alles met de houding van doen en in mijn geval ook met het stuur. Op de SK zit een smaller en dikker stuur dan op mijn Primato. Wat mij betreft een aanrader. Maar ja, zo’n aero stuur op een mooi rank stalen frame? Nope.

Smal en dik stuur
Smal en dik stuur

Kortom, na 3.000 kilometer is de SK nog steeds een topframe. Het blijft rijden zoals je van een frame met dit prijskaartje mag verwachten: geweldig. Het afstellen van de direct mount-remmen blijft gedoe en of je er beter van gaat remmen? Mwah. Daarnaast is de lak niet je van het. Of die lak op de 2016-modellen anders is, betwijfel ik, maar zal ik op Bike Motion eens navragen.

Hou je van De Rosa? Zeker kopen. Hou je van een ander merk? Ook zij hebben geweldige topmodellen die absoluut kunnen concurreren met de SK Pininfarina. Nee, dat zeg ik niet uit ervaring maar uit rationaliteit.

Een blog is geboren. Maar waarom?

Martinello op kop
Martinello op kop

Het moest er maar eens van komen. Een opvolger van 62bis.nl, het blog wat ik in aanloop naar mijn carrière op de School voor Journalistiek startte om wat ‘munitie’ te hebben tijdens de toen nog beruchte selectietoets.

Een blog dus; Martinello.nl. Waarom? Omdat er zich in de wielerwereld, in de breedste zin van het woord, genoeg dingen voordoen die de moeite van het beschrijven waard zijn. En dat past niet allemaal in een tweet van 140 tekens.

Steeds vaker wil ik met de verhalen die ik hoor in het profpeloton, dingen die ik zelf  meemaak op mijn racefietsen (2x weg, 1x CX), spullen die ik gebruik en tips die ik wil delen, wat doen. Om dingen in perspectief te plaatsen, om bepaalde gebeurtenissen uit te leggen of om mijn visie te geven.

Niet altijd ruimte
Mijn werkgever, NOS Studio Sport, heeft voor bovenstaande logischerwijs niet altijd ruimte. Of het past niet in wat voor een verhalen wij online willen publiceren. Daarnaast ben ik ‘maar’ redacteur Martijn Hendriks en sta ik niet op het lijstje van wielertypes die dingen mogen duiden. Totaal geen frustratie richting die gegevens, maar het is wel een reden voor het starten van dit blog.

Ik ben geen voorstander van de journalist als bv. De ver-ikerisiring neemt in de (Nederlandse) journalistiek steeds meer toe. Een journalist is bijna een merk aan het worden. Ik vind dat niet iets om toe te juichen. Je bent er als verslaggever om, het woord zegt het al, verslag te geven van datgene wat er gebeurt. Geen poeha, geen poespas.

Zo sta ik erin. En zo ga ik dit blog proberen te vullen. Schrijven én reageren met open vizier. Zonder dubbele agenda. Over dingen die mij interesseren, fascineren en waar ik van hou.

Silvio
En waar komt Martinello dan vandaan? Mijn echte naam Martijn werd op de redactie vanwege mijn liefde voor Italiaanse renners en racefietsen al gauw verbasterd tot Martinello. En ik bleek ook nog eens op de oud-renner Silvio Martinello te lijken. Dat laatste klopt overigens van geen kant, maar voor dit soort verhalen geldt: never ruin a good story with facts.

Als laatste, voor nu: grote dank aan Sydyh voor het ontwerpen van het logo, George voor het werk onder de digitale motorkap en aan Arno voor het helpen met het thuisvoelen op WordPress.