Het shirt van je favoriete wielerploeg bestellen? Succes.

Het lijkt een abc’tje. Je bent fan van een internationale wielerploeg en je wilt dolgraag in dat shirt over de Nederlandse wegen fietsen. Dan surf je toch even snel naar de website van de ploeg om daar via enkele muisklikken je shirtje te bestellen? Helaas, de realiteit is net even wat anders.

Aan het begin het van dit nieuwe wielerseizoen bieden van de achttien WorldTour-ploegen slechts drie (!) die mogelijkheid. Alleen Lotto-Jumbo, Lotto-Soudal en Katusha-Alpecin hebben hun zaakjes op orde. De rest geeft niet thuis, terwijl over twee weken toch echt de eerste grote wedstrijd van het seizoen wordt verreden.

Welke WT-ploeg heeft shirt voor fan beschikbaar?

Toegegeven, bovenstaand overzicht kan nog veranderen als Trek-Segafredo, Sky en Sunweb (het oude Giant) de ploegpresentatie achter de rug hebben en hun outfit voor 2017 ook wereldkundig hebben gemaakt. Maar of de Amerikaanse werkgever van Contador en Degenkolb dan een up-to-date shirt beschikbaar heeft voor zijn fans, is maar de vraag. Vorig jaar was het tot tijdens de Tour de France onmogelijk om via de officiele kanalen een shirt van Trek-Segafredo te bemachtigen.

Het is iets wat ik niet begrijp. Waarom zijn ploegen op dit gebied zo passief als het gaat om het genereren van eigen inkomsten? Teams proberen op alle manieren om fans aan zich te binden en willen graag meedelen in de opbrengsten van tv-rechten. Dat laatste is een logisch verzoek van de ploegen; zij maken immers de koers, maar zien de facto niks terug van de tv-gelden die zendgemachtigden aan de wedstrijdorganisatoren betalen. Maar dat is een ander verhaal.

Waarom zo weinig doen voor de fan waar je als ploeg direct wat aan kan verdienen? Als ik voor mijn fietsvrienden in zes weken tijd vijfentwintig shirts van uitmuntende kwaliteit kan regelen, dan moet een professionele wielerploeg met een professionele kledingsponsor toch minimaal een kleine voorraad (replica-)shirtjes voor fans beschikbaar hebben? En daarmee in ieder geval iets verdienen?

Overzicht van tijdens de Tour 2016.

Even iets tussendoor. Afgelopen jaar, bij de Omloop het Nieuwsblad, zag ik voor het eerst in mijn wielerleven een klein kraampje naast de bus van een wielerploeg. Ik kon daar shirts, sokken, vlaggen, sjaals en bidons van de betreffende wielerploeg kopen. Toegegeven, het liep er geen storm. Maar ze deden het wel. Welke ploeg het was? Lotto-Jumbo. Toch weer die VOC-mentaliteit!

Misschien zie ik totaal iets over het hoofd. En kost het faciliteren van verkoop van eigen spullen alleen maar geld in plaats van dat het iets oplevert? Sowieso, daar ben ik mij van bewust, zal het geen miljoenen in het laatje brengen zoals dat een tijd geleden bij Manchester United gebeurde. Zlatan Ibrahimovic leverde daar in zijn eerste week 75 miljoen op. Cash. De halve stad, het halve land, de halve wereld wilde maar één ding: een voetbalshirtje (van honderd euro) met achterop Zlatan.

Eén simpel rekensommetje. Je verkoopt in een jaar 1.000 wielershirtjes, dat lijkt me geen onrealistisch aantal. Je maakt dertig euro per shirtje winst. Dan verdien je daarmee bijna het minimum salaris voor een WorldTour-renner (36.000 euro). Fan blij, ploeg blij.

Ik beloof jullie, als hondstrouwe lezers van deze site, om in het weekend van de Omloop het Nieuwblad met een nieuw overzichtje te komen. Ik ben benieuwd hoe veel wielerploegen dan hun shirt via hun website voor de fan beschikbaar hebben gemaakt. Ik hoop meer dan drie. En ik zal links en rechts eens aan de ploegen vragen waarom ze niet zo actief zijn op dit gebied.

Oh ja. Volgens de wieleretiquette is het eigenlijk not done om als niet-prof in een shirtje van een profploeg te rijden. Daar ben ik me terdege van bewust. Maar daar ging dit stukkie net ff niet over.

Daarom is er een etiquette.

Rouleur Classic, hip wielullen in Londen

Wetenschappelijk onderzoek heb ik er niet naar gedaan, maar het valt me op dat de wielrennende Brit er altijd zeer bien soigné bijfietst: kleding piekfijn in orde en een retestrak bijpassend frame. Hoe dat komt? Geen idee. Wat ik wel weet is dat die goed verzorgde Britse wielerwereld afgelopen weekend verzamelde in Londen, op Rouleur Classic.

© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)
© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)

Drie dagen lang is het Victoria House in de Londense wijk Bloomsbury omgetoverd tot een plaats waar alleen maar gewieluld wordt. Lullen over wielrennen dus. Het is goed toeven tussen de nieuwste wielershirts, wielervoedsel bereidende koks, hardwerkende wielerkunstenaars en de mooiste wielerframes. Met een biertje in de hand kijken naar, voelen aan en praten over mooiste wielerspullen die er te zien zijn.

Waar op BikeMotion, een gigantische wielerbeurs in Utrecht, elke producent álles van zijn merk heeft uitgestald, is het op Rouleur Classic net andersom: alleen de pronkstukken zijn te zien. Wil je je breed oriënteren is deze driedaagse in Londen niet het evenement waar je moet zijn. Maar wil je je vergapen aan alle moois wat de wielerwereld, in de breedste zin van het woord, te bieden heeft, dan zit je hier meer dan goed. Dat de sfeer dan ook nog eens zeer ontspannen is, maakt het een uitstekende combinatie.

Grooste verrassing: tussen al dat moois is geen enkel prijskaartje te bekennen. Er is namelijk niks te koop. Voor één keer is kijken kijken, niet kopen gerechtvaardigd. Degene die daar het meest blij mee is, is mijn vriendin. Al is zij wel de eerste die een shirtje van een rek haalt en zegt: “kijk, dit staat jou nou goed.” Of dat een vrijbrief is om dat truitje nu online te bestellen, dat betwijfel ik, maar soit. 

Na veel praten en kijken bij de stands van onder andere Enve, Colnago, Castelli, Zwift, Poc, Campagnolo, Wilier en Sidi zijn verderop Tourdirecteur Christian Prudhomme en David Millar aan een geanimeerd gesprek begonnen. Ze praten – aan het begin onverstaanbaar, technisch probleempje – over het parcours van de Tour 2017. Millar is ontstemd over het ontbreken van de Alpe d’Huez en de Ventoux. Prudhomme pareert direct: “weet je wat ze op Ventoux doen?” Hij staat op en rent stuntelig heen en weer. Iedereen lacht. Prudhomme blijkt over Engelse humor te beschikken door Froome uitstekend te imiteren.

© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)
© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)

Later die avond staan ook nog Jan Bakelants, Sean Kelly, Jan Ullrich en David Brailsford op het podium. De baas van Sky heeft een primeur: hij presenteert het nieuwe shirt voor zijn keurkorps. Kritische vragen worden tijdens de Q&A niet gesteld. Dit voelt voor velen toch een beetje een als wielerfeestje, geen persconferentie om eens lekker te gaan soebatten over medische attesten voor triamcinolon.

Is het wat voor in Nederland?
Rouleur Classic is een beetje te vergelijken met de Parade, het rondreizende theatercircus dat in de zomermaanden vier Nederlandse steden aandoet. Het is klein, intiem, ietwat elitair en met heel veel zorg in elkaar gezet. Dus ja, dit is ook wel wat voor Nederland. Al moet er er dan aan de toegangsprijs dan wel wat gedaan worden. Een kaartje kost namelijk 55 euro. En wil je de eerste dag naar binnen moet je 165 (!) euro neertellen. Drankjes zijn dan wel on the house.

Wielerfans zijn er in Nederland genoeg. Mensen die een goed evenement neer kunnen zetten ook. Om nog maar te zwijgen over de personen die op een podium gepassioneerd over hun sport kunnen praten. Rouleur Classic moet dan een soort  fusie van BikeMotion met de Sportmonologen worden, alleen dan een stuk kleinschaliger.

© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)
© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)

Na drie uur heb ik alles wel gezien en iedereen gesproken. Rouleur Classic is een fraai evenement om te combineren met een weekend Londen. Het is te klein en te duur om er voor heen en weer te vliegen. Hoogtepunten van de avond? Mijn vriendin die 132 meter op Zwift aflegt en ene F. Pozzato die een kwartiertje babbelde met ondergetekende. Foto’s op aanvraag beschikbaar…

Zwift en Kickr. Mijn vrienden in de winter.

De dagen worden korter, het asfalt viezer en de temperaturen lager. En hoe graag ik ook buiten wil blijven fietsen, het komt er toch minder van. Ja, hier in Soest en omgeving liggen prachtige parcoursen voor mijn crosser. Maar in het donker is dat ook niet je-van-het. Nee, ik rijd ’s avonds weer mijn rondjes in de schuur.

Man cave (zweetdoekje niet op de foto).
Man cave (zweetdoekje niet op de foto).

Ik zag het nooit zitten. Op een rollerbank jezelf in het zweet werken. Een uur stationair! Hoe saai wil je het krijgen?  Ter afleiding kon je er nog een laptop naast zetten om een filmpje te kijken, maar daar hield het dan ook al gauw een beetje bij op.

Er waren ondertussen – leve de technologie – wel een paar mogelijkheden om interactief te fietsen. Maar echt goed werkte dat niet. Hikkende schermen omdat je te langzaam reed en/of slechte software. Kommer en kwel in de man cave.

Begin 2016 kwam ineens Zwift op mijn radar tevoorschijn. Een online platform waar je in een virtuele wereld tegen anderen kan rijden. Dit leek op papier het ei van Columbus. Niet veel later was ik verslaafd. En inmiddels staat de teller in-de-schuur-gereden-kilometers op bijna 900. En die worden ook nog eens netjes op Strava geregistreerd. Hoera!

Hoe werkt het?
Praktisch elk rollerbankachtig ding praat tegenwoordig met Zwift. Maar het beste is een slimme trainer, in dit geval mijn Wahoo Kickr. Je haalt je achterwiel uit je frame en je klikt je eigen fiets op de Kickr. Vijf tellen werk. Waar de Kickr img_6013vervolgens ontzettend goed in is: je een realistisch fietsgevoel geven. Als je op je beeldscherm ziet dat je bergop rijdt, wil je dat ook in je benen voelen. En dat gebeurt ook. Een elektrische vliegwiel zorgt ervoor dat je harder moet gaan trappen, het wordt zwaarder om de pedalen rond te krijgen. Soms is ‘even uit het zadel’ noodzakelijk om de spanning van de benen af te halen.

Het koppelen van de Zwift-software en de Kickr is met een ANT+-dongle een fluitje van een cent. Na een accountje te hebben aangemaakt ben je ready to rumble.

Online. En dan?
Er zijn inmiddels genoeg dingen die je op Zwift kan doen. Was er aan het begin maar één rondje dat je kon rijden, ondertussen zijn de mogelijkheden een stuk uitgebreider. Het is het tientje per maand – stopzetten is altijd mogelijk – in de wintermaanden zeker waard.

Je kan door het centrum van Londen rijden, met een lus naar Box Hill. Of je rijdt over het WK parcours van 2015 in Richmond. Maar er zijn ook rondjes op Watopia, een door Zwift verzonnen eiland, ergens in niemandsland. Daar ligt een klim naar bijna 400 meter hoogte. En geloof me, dat ding doet pijn.

Klimmen naar 400 meter
Klimmen naar 400 meter

Tijdens het fietsen zie je aan de rechterkant van het scherm wie er bij je in de buurt fietsen. En via de app kan je snel zien of er ook vrienden online zijn. Een Ride On! is snel verstuurd en voor je het weet rij je kop over kop door de straten van Londen. Dat allemaal in je eigen schuur. Ondertussen geeft de Kickr door aan Zwift hoe veel watt je trapt. Lukt het om net als Gesink met 419 watt een berg op te rijden? Of lukt het aan te pikken in een van de vele groepsritjes die dagelijks worden verreden?

Trainingsprogramma’s
Naast rondjes rijden, kan je ook trainingsprogramma’s volgen. Ze zijn er in overvloed. Kort en intensief of lang en rustig. Of je bouwt er zelf een. Aan de hand van een FTP-test weet Zwift wat je conditie is, en past ie de zwaarte van de training aan. Zo begin je bijvoorbeeld even met tien minuutjes a 150 watt. Om vervolgens met tussenpozen 20 keer 30 seconden lang 400 watt te rijden.

Links de blokken, onderin voortgang en hartslag
Links de blokken, onderin voortgang en hartslag

Het mooie van deze trainingsprogramma’s is dat Zwift een signaaltje doorgeeft aan je Kickr. Is het tijd om 400 watt te gaan rijden, schiet het vliegwiel aan en moet je veel harder gaan trappen om je trainingsrondje succesvol af te ronden.

Oh ja. Licht voor je zo’n FTP-test gaat doen even je huisgenoten/familie in. Het kan zijn dat ze je na een uur FTP’en op de vloer van de schuur als een hijgend hert terugvinden. Dit omdat je na 40 minuten warming-up je jezelf in de 20 daaropvolgende minuten he-le-maal de tering hebt gereden en dus besluit om op de grond, amechtig als een aangespoelde walvis, zwetend als een otter, bij te gaan komen.

Het klopt dat bovenstaande alinea autobiografisch is. Niet lachen. Dank u wel.

Is er dan niks slecht?

Tuurlijk wel. Het prijskaartje is nogal een minpuntje. Een slimme trainer kost al gauw rond de 500 euro. En de Kickr van mij is nog een stukkie duurder. Slik. Ja, er zijn goedkopere rollerbanksystemen, maar die zijn niet ‘slim’ en passen zich niet aan als het bergop gaat. Zelf heb ik nooit op niet-slimme trainers gereden, een fatsoenlijk oordeel kan ik er dus niet over geven, maar het lijkt me niks aan.

Vorige winter had ik regelmatig last van drop-outs; voor één of twee seconden viel de verbinding tussen mijn Kickr en Zwift weg. Je trapt je dus nog steeds een ongeluk maar de teller staat op 0. En dat zorgde bij mij voor nogal wat frustratie. Bidons vlogen door de schuur.

Na een update van de software, het dichterbij elkaar plaatsen van de sensoren en het schoonmaken van de Kickr, leek gisteren alles weer normaal te werken.

Resumé

Het is de perfecte work-out voor in de winter. Een uur rammen en je voelt je weer helemaal het mannetje. Het kost alleen een paar knaken om te beginnen. Daarna kan je het nog zo gek maken als je zelf wilt. Maar hey, dan heb je wel wat. En zijn die Ullrich-winters echt verleden tijd.

Groepsritje.
In een pelotonnetje hoef je minder hard te trappen dan in je eentje. Echt!)

Het WK in Qatar: feest of farce?

Voor het eerst in de lange geschiedenis van de WK wielrennen was er een kampioenschap in het Midden-Oosten. In 2012 besloot de UCI onder leiding van Pat McQuaid dat het wel eens tijd werd om een keertje te gaan fietsen in de woestijn van Qatar. Het gezeik begon direct.

img_5805

Dat gezeik is eigenlijk niet meer opgehouden. De over het algemeen vastgeroeste wielerwereld zag een WK in Qatar helemaal niet zitten. Er zou in het land helemaal geen wielercultuur heersen, het zou te heet worden en de UCI zou het alleen maar om de centen te doen zijn.

Om met het laatste te beginnen. Is dat erg? Nee. De UCI kan niet tot de rijkste internationale sportbonden ter wereld worden gerekend. Het geld klotst in Aigle allerminst tegen de plinten. Dat de UCI een keer wilde cashen, kan ze niet kwalijk worden genomen. Dat een paar rijke oliesjeiks 12 miljoen euro op tafel wilde leggen om ’s werelds beste wielrenners te zien strijden om een regenboogtruitje? Gauw van profiteren! Dat bedrag is namelijk drie tot vier keer groter dan dat een ‘normaal’ organiserend comité op tafel weet te leggen.

Wat wel een beetje zonde is, is dat Brian Cookson afgelopen week niet weet uit te leggen waar dat grote geld gebleven is. “Dat is al uitgegeven.” Gemiste kans.

Warm? Ja. Heet? Mwah.
De temperatuur. Ja, het was warm. Maar niet heet. Fietsen was te doen. Dat heeft de toteur van dit stukkie vanochtend proefondervindelijk zelf ondervonden. Ja, er hadden wat junioren en beloften last van de warmte. En de ogen stonden op de finish wat dieper in de ogen dan normaal. Maar er is niemand (!) oververhit geraakt. En die temperatuur van Dumoulin dan? Die was toch krankzinnig hoog? Nee, zegt een sportcardioloog en thermofysioloog:

screen-shot-2016-10-17-at-22-43-31

Fietsen met deze temperaturen is nou eenmaal zwaarder. Ook mijn hartslag was tijdens het rondje van 123 kilometer door de woestijn een slag of tien hoger dan normaal. Dus ja, een stuk sneller uitgeput raak je zeker. Survival of the fittest. Het lijkt wel topsport.

Locals hadden geen idee
De inwoners van Doha hadden geen idee wat er aan de hand was. Ze maakten zich vooral zorgen of ze hun auto nog wel voor de deur konden parkeren. That’s all. De Qatari waren zeer hartelijk en verwelkomden iedereen met alle egards. Nee, geen wielercultuur. Maar ze strooien in ieder geval geen punaises op het parcours. Iets wat in Nederland voorafgaand aan de Amstel Gold Race altijd wel een of twee keer gebeurt.

In de hotels en op start/finish was alles goed geregeld. Het vervoer, werkplekken, snel internet, techniek voor televisie? Alles tip top in orde. Beter dan op alle andere WK’s waar ik vanaf 2011 geweest ben.

img_5852

Sagan was de winnaar van een saaie race. Afgezien van de waaiers in de woestijn en de bijna succesvolle poging van Tom Leezer is er geen fluit gebeurd. Maar dat lag niet aan Qatar. Dat lag aan de renners. Een wielerfeest is het vanwege de locatie niet geworden, maar een farce? Absoluut niet.

Volgend jaar Bergen, Noorwegen. Daar schijnt het drie minuten per jaar níét te regenen. Het gezeik kan beginnen.

Pas op, verslavend: het Eddington-getal

Sinds een jaar ben ik verslaafd aan het Eddington-getal, een getalletje dat begin vorige eeuw is bedacht door de superslimme Britse astronoom en groot fietsliefhebber Arthur Eddington. Van praktisch alle informatie op zijn Wikipedia-pagina snap ik helemaal niks. Maar het Eddington-wielergetal, dat is er eentje die te snappen en om van te smullen is.

Mijn Eddington-grafiek
Mijn Eddington-grafiek

Het Eddington-getal E is het aantal dagen dat je E mijlen/kilometers hebt gefietst. E is in deze ‘formule’ dus telkens gelijk. En mijlen? Ja, mijlen. Engelsman Eddington rekende in mijlen. Door met kilometers te rekenen krijg je namelijk een andere prestatie, maar daarover later meer.

Laten we beginnen met een schone lei. Je hebt als fietser nog nooit op een fiets gezeten. Je Eddington-getal is dan (uiteraard) nul. Op een gegeven moment heb je twintig rondjes gefietst. Al die rondjes zijn tussen de 20 en de 29 kilometer. Je Eddington-getal is dan 20. Bij al je twintig rondjes heb je immers minimaal twintig kilometer afgelegd.

E = E dagen dat je E kilometer hebt gereden

Voorbeeldjes dan maar!
Om je Eddington-getal naar 21 te krijgen, moet je minimaal 21 keer 21 kilometer hebben gereden. Al je ritjes minder dan 21 kilometer tellen dan dus niet meer mee. Om het E-getal te laten groeien van 20 naar 21 is dus relatief een makkelijke opgave. Hoogstwaarschijnlijk hoef je dan dus maar één of twee keer 21 kilometer te fietsen, ervan uitgaande dat alle andere rondjes 21 kilometer kilometer of langer waren.

Maar dan stel je je ineens als doel om je Eddington-getal op 30 te krijgen. Daarvoor moet je dus dertig keer minimaal dertig kilometer rijden. Alle rondjes minder dan dertig kilometer tellen daarvoor niet meer mee. Oeps! Als we dus vast blijven houden aan onze beginnende wielrenner die twintig keer tussen de 20 en de 29 kilometer reed, tellen al die ritjes niet meer mee voor E = 30. De wielrenner zal er dertig keer op uit moeten om minimaal dertig kilometer te rijden. Pas dan E = 30.

Meneer Eddington
Meneer Eddington

Ik hoop niet dat je bovenstaande uitleg snapt. Want dat betekent waarschijnlijk slecht nieuws voor je privé-leven. Het Eddington-getal is namelijk nogal verslavend. Het komt regelmatig voor dat ik een paar kilometer extra rij, zodat ik in ieder geval niet met een afstand thuiskom dat onder mijn Eddington-getal ligt.

Wat het Eddington-getal zegt? Het zegt wat over je prestaties en kunde op de fiets. Hoe vaak kan je ver fietsen? Voordeeltje: E wordt nooit kleiner!

Hoe check ik mijn Eddington?
Via veloviewer.com (kost een tientje per jaar en daar krijg je nog heel veel meer getallen voor dan alleen E voor) is het gemakkelijk om je Eddington-getal te achterhalen. Door middel van een blitse grafiek is ook nog eens makkelijk te zien wat er nodig is om E te laten groeien. Veloviewer haalt die getallen uit de database van Strava.

En nu de bottomline: mijn Eddington-getal. Sinds eind 2010 heb ik al mijn ritten (508) op Strava gezet. Dat was het moment dat ik mijn eerste De Rosa kocht. De ritjes daarvoor gereden, op Giant, Koga en Van Tuyl, die (en oh wat baal ik daar van) heb ik niet meer.

Zucht. Nog 46 keer meer dan 100 kilometer rijden.

Mijn Eddington-getal is 86. Dus op 86 dagen heb ik minimaal 86 km gereden. Voor E=87 heb ik nog maar één ritje van 87 km nodig. Drie keer raden waarom ik gisteren 87,3 km reed! Maar dat ritje is weer totaal nutteloos om mijn E op 88 te krijgen. En zo blijf je bezig. Want om op E=90 te komen, moet ik nog 18 keer meer dan negentig rijden. E=100? Nog 46 keer een 100+er! Zucht.

Als je tot hier gekomen bent met lezen, chapeau. En sterkte, want dan ben je waarschijnlijk vanaf nu ook verslaafd. En dan snap je inmiddels zelf ook wel waarom er een verschil is in een Eddington-getal in mijlen en kilometers. Voor kilometers moet je immers meer dagen op pad. Mijn E in mijlen is namelijk 59. Daarvoor zijn dus ‘slechts’ 59 (ipv 86) dagen nodig.

En Arthur Eddington zelf? Toen hij stierf had hij een Eddington (in mijlen!) van 87. Respect.


Binnenkort in dit theater: Het WK in Qatar. Feest of fiasco?