Het WK in Qatar: feest of farce?

Voor het eerst in de lange geschiedenis van de WK wielrennen was er een kampioenschap in het Midden-Oosten. In 2012 besloot de UCI onder leiding van Pat McQuaid dat het wel eens tijd werd om een keertje te gaan fietsen in de woestijn van Qatar. Het gezeik begon direct.

img_5805

Dat gezeik is eigenlijk niet meer opgehouden. De over het algemeen vastgeroeste wielerwereld zag een WK in Qatar helemaal niet zitten. Er zou in het land helemaal geen wielercultuur heersen, het zou te heet worden en de UCI zou het alleen maar om de centen te doen zijn.

Om met het laatste te beginnen. Is dat erg? Nee. De UCI kan niet tot de rijkste internationale sportbonden ter wereld worden gerekend. Het geld klotst in Aigle allerminst tegen de plinten. Dat de UCI een keer wilde cashen, kan ze niet kwalijk worden genomen. Dat een paar rijke oliesjeiks 12 miljoen euro op tafel wilde leggen om ’s werelds beste wielrenners te zien strijden om een regenboogtruitje? Gauw van profiteren! Dat bedrag is namelijk drie tot vier keer groter dan dat een ‘normaal’ organiserend comité op tafel weet te leggen.

Wat wel een beetje zonde is, is dat Brian Cookson afgelopen week niet weet uit te leggen waar dat grote geld gebleven is. “Dat is al uitgegeven.” Gemiste kans.

Warm? Ja. Heet? Mwah.
De temperatuur. Ja, het was warm. Maar niet heet. Fietsen was te doen. Dat heeft de toteur van dit stukkie vanochtend proefondervindelijk zelf ondervonden. Ja, er hadden wat junioren en beloften last van de warmte. En de ogen stonden op de finish wat dieper in de ogen dan normaal. Maar er is niemand (!) oververhit geraakt. En die temperatuur van Dumoulin dan? Die was toch krankzinnig hoog? Nee, zegt een sportcardioloog en thermofysioloog:

screen-shot-2016-10-17-at-22-43-31

Fietsen met deze temperaturen is nou eenmaal zwaarder. Ook mijn hartslag was tijdens het rondje van 123 kilometer door de woestijn een slag of tien hoger dan normaal. Dus ja, een stuk sneller uitgeput raak je zeker. Survival of the fittest. Het lijkt wel topsport.

Locals hadden geen idee
De inwoners van Doha hadden geen idee wat er aan de hand was. Ze maakten zich vooral zorgen of ze hun auto nog wel voor de deur konden parkeren. That’s all. De Qatari waren zeer hartelijk en verwelkomden iedereen met alle egards. Nee, geen wielercultuur. Maar ze strooien in ieder geval geen punaises op het parcours. Iets wat in Nederland voorafgaand aan de Amstel Gold Race altijd wel een of twee keer gebeurt.

In de hotels en op start/finish was alles goed geregeld. Het vervoer, werkplekken, snel internet, techniek voor televisie? Alles tip top in orde. Beter dan op alle andere WK’s waar ik vanaf 2011 geweest ben.

img_5852

Sagan was de winnaar van een saaie race. Afgezien van de waaiers in de woestijn en de bijna succesvolle poging van Tom Leezer is er geen fluit gebeurd. Maar dat lag niet aan Qatar. Dat lag aan de renners. Een wielerfeest is het vanwege de locatie niet geworden, maar een farce? Absoluut niet.

Volgend jaar Bergen, Noorwegen. Daar schijnt het drie minuten per jaar níét te regenen. Het gezeik kan beginnen.

Pas op, verslavend: het Eddington-getal

Sinds een jaar ben ik verslaafd aan het Eddington-getal, een getalletje dat begin vorige eeuw is bedacht door de superslimme Britse astronoom en groot fietsliefhebber Arthur Eddington. Van praktisch alle informatie op zijn Wikipedia-pagina snap ik helemaal niks. Maar het Eddington-wielergetal, dat is er eentje die te snappen en om van te smullen is.

Mijn Eddington-grafiek
Mijn Eddington-grafiek

Het Eddington-getal E is het aantal dagen dat je E mijlen/kilometers hebt gefietst. E is in deze ‘formule’ dus telkens gelijk. En mijlen? Ja, mijlen. Engelsman Eddington rekende in mijlen. Door met kilometers te rekenen krijg je namelijk een andere prestatie, maar daarover later meer.

Laten we beginnen met een schone lei. Je hebt als fietser nog nooit op een fiets gezeten. Je Eddington-getal is dan (uiteraard) nul. Op een gegeven moment heb je twintig rondjes gefietst. Al die rondjes zijn tussen de 20 en de 29 kilometer. Je Eddington-getal is dan 20. Bij al je twintig rondjes heb je immers minimaal twintig kilometer afgelegd.

E = E dagen dat je E kilometer hebt gereden

Voorbeeldjes dan maar!
Om je Eddington-getal naar 21 te krijgen, moet je minimaal 21 keer 21 kilometer hebben gereden. Al je ritjes minder dan 21 kilometer tellen dan dus niet meer mee. Om het E-getal te laten groeien van 20 naar 21 is dus relatief een makkelijke opgave. Hoogstwaarschijnlijk hoef je dan dus maar één of twee keer 21 kilometer te fietsen, ervan uitgaande dat alle andere rondjes 21 kilometer kilometer of langer waren.

Maar dan stel je je ineens als doel om je Eddington-getal op 30 te krijgen. Daarvoor moet je dus dertig keer minimaal dertig kilometer rijden. Alle rondjes minder dan dertig kilometer tellen daarvoor niet meer mee. Oeps! Als we dus vast blijven houden aan onze beginnende wielrenner die twintig keer tussen de 20 en de 29 kilometer reed, tellen al die ritjes niet meer mee voor E = 30. De wielrenner zal er dertig keer op uit moeten om minimaal dertig kilometer te rijden. Pas dan E = 30.

Meneer Eddington
Meneer Eddington

Ik hoop niet dat je bovenstaande uitleg snapt. Want dat betekent waarschijnlijk slecht nieuws voor je privé-leven. Het Eddington-getal is namelijk nogal verslavend. Het komt regelmatig voor dat ik een paar kilometer extra rij, zodat ik in ieder geval niet met een afstand thuiskom dat onder mijn Eddington-getal ligt.

Wat het Eddington-getal zegt? Het zegt wat over je prestaties en kunde op de fiets. Hoe vaak kan je ver fietsen? Voordeeltje: E wordt nooit kleiner!

Hoe check ik mijn Eddington?
Via veloviewer.com (kost een tientje per jaar en daar krijg je nog heel veel meer getallen voor dan alleen E voor) is het gemakkelijk om je Eddington-getal te achterhalen. Door middel van een blitse grafiek is ook nog eens makkelijk te zien wat er nodig is om E te laten groeien. Veloviewer haalt die getallen uit de database van Strava.

En nu de bottomline: mijn Eddington-getal. Sinds eind 2010 heb ik al mijn ritten (508) op Strava gezet. Dat was het moment dat ik mijn eerste De Rosa kocht. De ritjes daarvoor gereden, op Giant, Koga en Van Tuyl, die (en oh wat baal ik daar van) heb ik niet meer.

Zucht. Nog 46 keer meer dan 100 kilometer rijden.

Mijn Eddington-getal is 86. Dus op 86 dagen heb ik minimaal 86 km gereden. Voor E=87 heb ik nog maar één ritje van 87 km nodig. Drie keer raden waarom ik gisteren 87,3 km reed! Maar dat ritje is weer totaal nutteloos om mijn E op 88 te krijgen. En zo blijf je bezig. Want om op E=90 te komen, moet ik nog 18 keer meer dan negentig rijden. E=100? Nog 46 keer een 100+er! Zucht.

Als je tot hier gekomen bent met lezen, chapeau. En sterkte, want dan ben je waarschijnlijk vanaf nu ook verslaafd. En dan snap je inmiddels zelf ook wel waarom er een verschil is in een Eddington-getal in mijlen en kilometers. Voor kilometers moet je immers meer dagen op pad. Mijn E in mijlen is namelijk 59. Daarvoor zijn dus ‘slechts’ 59 (ipv 86) dagen nodig.

En Arthur Eddington zelf? Toen hij stierf had hij een Eddington (in mijlen!) van 87. Respect.


Binnenkort in dit theater: Het WK in Qatar. Feest of fiasco?

The Sky is the Limit

Team Sky ligt weer eens onder een vergrootglas. Voor de zoveelste keer zorgen dingen die zich voordoen bij de Britse wielerploeg voor gefronste wenkbrauwen. Dit keer zijn het geen duistere ketonendrankjes of zogenaamd extreem hoge wattages en VO2-maxen van Chris Froome. Nee, nu zijn het drie attesten van Sir Bradley Wiggins die ervoor zorgen dat de wielerwereld weer op zijn achterste poten staat.

Wiggins na zijn Tourzege
Wiggins na zijn Tourzege

Wat is er aan de hand? Een paar weken geleden zette hackerscollectief Fancy Bears een boel medische gegevens op internet. Afkomstig uit de database van wereldantidopingautoriteit WADA. Te zien was wanneer welke sporter toestemming had gekregen om een verboden middel toch te gebruiken. Een zogenaamd medisch attest. Al gauw waren alle pijlen gericht op Sir Bradley Wiggins.

Uit de database van het WADA blijkt dat Wiggins drie keer toestemming heeft gekregen voor het gebruik van 40 mg triamcinolone, een middel dat via een naald werd ingebracht. Wiggins kreeg het middel, dat helpt tegen astma en voorkomt dat je last krijgt van pollen etc, alleen in zijn tijd als renner bij Sky. Ze werden toegediend vlak voor de start van de Tour de France (2011 en 2012) en de Giro d’Italia (2013). Let op, het betreft hier dus een middel dat eigenlijk niet is toegestaan, maar waarvoor Wiggins van de UCI toestemming kreeg.

Periode Garmin
We gaan het een beetje afpellen. Wiggins kreeg het middel dus alleen in zijn tijd als renner bij Sky. Niet in zijn jaartje bij Garmin, onder leiding van Jonathan – the clean team – Vaughters. Reed Wiggins toen niet hard een berg op? Jawel. In 2009 verbaasde hij vriend en vijand door vierde te worden in de Tour. Achter Alberto Contador, Andy Schleck en ene Lance Armstrong. Wielercommentatoren repten keer op keer over “die baanwielrenner die hier bergop gewoon met de besten mee kan”. Het was een jaar na zijn dubbele gouden succes op de olympische wielerbaan van Peking.

Vaughters en Wiggins in 2009
Vaughters en Wiggins in 2009

We blijven bij Garmin. Vorige week zette oud-Garmin-arts Prentice Steffen veel vraagtekens bij  het gebruik van de corticosteroïde door Wiggins. Tegen BBC Newsnight zei Steffen dat de UCI nooit en te nimmer toestemming had mogen geven voor het gebruik van triamcinolone: “Je denkt al snel: het is wel heel toevallig dat hij zo’n grote dosis nodig heeft, vlak voor de belangrijkste koers van het seizoen.”

Daar heeft Steffen inderdaad een punt. De injecties werden immers ongeveer tien dagen voor de koers gegeven. Zelf zegt Wiggins in The Andrew Marr Show over het gebruik van het middel dat hij in de maanden mei, juni, juli altijd erg veel last heeft van astma en het daarom nodig had. Waarom hij het voor 2011 en na 2013 nooit meer heeft gebruikt vraagt Marr niet. Marr refereert ook niet aan de uitspraken van Garmin-arts Steffen, omdat het interview ten tijde van die quotes dan al opgenomen is. Marr vraagt ook niet waarom Wiggins het middel niet nodig had vlak voor zijn deelnames (en zeges) in de Dauphine van 2011 en 2012, een zware voorbereidingskoers in juni.

Mag je dat Marr kwalijk nemen? Een beetje. Marr is een journalist die vaker de Camerons, Johnsons en Corbyns van deze wereld voor zijn microfoon heeft dan sporters. Handig dus van Team Sky om bij deze man je verhaal te doen. Een gerenommeerd journalist, maar niet wetend van de hoed en rand. Je zou het kunnen vergelijk met Lance Armstrong die, bijvoorbeeld, bij Oprah zijn dopinggebruik gaat bekennen.

Wie keurde die attesten goed? Dat was de UCI. Alle drie de attesten werden ondertekend door UCI-dokter Mario Zorzoli. Hij werd beschuldigd door Michael Rasmussen van onder een hoedje spelen met onder andere Rabo-arts Geert Leinders, maar werd door het CIRC-rapport vrijgepleit van gekkedingendoen. Hij verliet daarna via de voordeur de UCI. Cookson meldde “dat Zorzoli toe was aan een nieuwe uitdaging”. Weet u ongeveer hoe de vork in de steel zat.

McQuaid en Zorzoli
McQuaid en Zorzoli

Echt handig zijn ze bij Sky ook niet als ze zelf gaan uitleggen hoe een attest wordt aangevraagd. Brailsford zegt eergisteren dat dat via het Britse antidopingbureau gaat, maar op de site van de UCI staat dat wielrenners dat rechtstreeks via ADAMS (het door Fancy Bears gehackte systeem) moeten indienen. Wiggins zelf zegt in het interview met Andrew Marr dat drie onafhankelijke artsen oordelen of een attest wordt verstrekt of niet. Dat is tegenwoordig inderdaad het geval, of dat in de tijd van Zorzoli ook zo ging, valt niet te controleren. Oh trouwens, sinds de oprichting van Sky in 2010 kreeg de ploeg 13 attesten. Op een totaal van 267.

‘Zaakje stinkt’ 
Als donderslag bij heldere hemel was daar de kritiek van Tom Dumoulin. Hij is een van de weinige renners, zo niet de enige, die zich uit over deze zaak. “Het is erg raar dat Wiggins telkens in dezelfde periode die medicatie nam. En inspuiten? Dan heb je dus heel erge astma, zoiets doen ze bij normale astmapatiënten al niet. Blijkbaar werkte die spuit van Wiggins ook nog eens wekenlang. Dan moet je wat mij betreft weken uit competitie. Dat zaakje stinkt.”

Enkele dagen na Dumoulin mengt ook Chris Froome zich in het debat. Hij geeft toe dat het attestensysteem gevoelig is voor misbruik (pardon?) en vindt dat WADA en de UCI hier snel wat aan moeten doen. Maar daarnaast neemt hij het indirect voor zijn ex-ploeggenoot op en zegt dat er ook genoeg renners zijn die alleen fair play voor ogen hebben. Tot er strengere regels zijn, moeten renners meer verantwoordelijkheid nemen, vindt Froome.

To naald or not to naald
Dan het naaldverhaal. In zijn officiële biografie heeft Wiggins geschreven dat hij zich nooit met een naald heeft laten injecteren:

“I’ve never had an injection, apart from I’ve had my vaccinations, and on occasion I’ve been put on a drip, when I’ve come down with diarrhoea or something or have been severely dehydrated.”

bradley_wiggins_-_my_time_book_mediumMet de kennis van nu klopt dat dus niet. Wiggins vertelde aan Marr dat dat komt omdat de schrijver – hij schuift de schuld dus een beetje af – het woord naald als een soort synoniem van doping heeft gebruikt. Een beetje flauw van Wiggins. Marr vraagt vervolgens (weer) niet door. Want als Wiggins wel rept over onschuldige vaccinaties en infusen, waarom dan niet over zijn drievoudige (op papier legale) attest-injecties?

Als laatste nog even aandacht voor de woorden van Jeroen Swart. Een onafhankelijk arts die Froome van top tot teen heeft onderzocht om diens geloofwaardigheid te bevestigen/vergroten. Hij is vrijwel direct na de onthulling van Fancy Bears dodelijk over de gang van zaken bij Sky:

swart
Tweets van Swart

Het nieuws lijkt met de onthulling van Fancy Bears en de reacties van alle betrokken nu een beetje opgedroogd. Iedereen heeft zijn zegje gedaan. Op papier heeft Wiggins niks fout gedaan, hij zal zeker niet worden geschorst. Maar zijn imposante carrière heeft hiermee wel een deuk opgelopen. Daarnaast blijft Sky op dit gebied een schimmige wielerploeg. Ze houden alle kaarten angstvallig tegen de borst, ook al heeft Brailsford toegezegd alle attesten vanaf nu openbaar te maken. In hoeverre valt die belofte te controleren?

Goede van dit alles is dat deze discussie in de wielrennerij wordt gevoerd. En de wielersport weer als eerste in de spiegel kijkt. Dan lijkt het misschien (weer) alsof de problemen in de wielrennerij groot zijn, maar schijn bedriegt. Wielrennerij geeft aan verder te willen. Dat is wel iets wat zeker te prijzen valt. Andere sporten doen weer waar ze goed in zijn: struisvogelen.

Maar The Sky, die blijft the limit.

Na 3.000 km is het tijd voor een oordeel

Op 21 januari 2016 werd ik  de zeer gelukkige eigenaar van een De Rosa SK Pininfarina. Dit frame werd de directe opvolger van mijn De Rosa Merak; een frame waar ik veel problemen mee heb gehad. Die kweisties werden door Dalla Collina (helaas niet meer open) en de importeur trouwens altijd netjes opgelost. Waarvoor hulde.

Maar dit stukkie gaat niet over de goede service. Dit gaat over een oordeel over mijn SK Pininfarina. Want daar is het na 3.000 kilometer tijd voor. Veel websites en bladen zijn goed in het oordelen over een fiets na er een middagje of soms een paar dagen op te hebben gereden. Op een fiets die dus direct uit de fabriek komt en nog perfect is afgesteld. Tsja, dan hou je vooral een eerste-indrukken-artikel.

Voor één keertje op de bank
Voor één keertje op de bank

De out-of-the-box ervaring was geweldig. Iedereen is altijd dolblij met zijn nieuwe fiets, maar hiermee was ik totaal in mijn nopjes. Omdat-ie er exact zo uitzag zoals ik wilde. Dat klinkt logisch, maar in het verleden viel dat ook nog wel eens tegen.

Het eerste rondje liet even op zich wachten. Ik ben zo’n neuroot die de eerste spetters en modder zo lang mogelijk uitstelt. Uiteindelijk was het op 11 maart zover. Meteen had ik het gevoel dat ik iets in toom had te houden. Het frame is onwijs stijf, stuurt zeer direct en voelt zenuwachtig. Dat laatste bedoel ik positief. Mijn vergelijkingsmateriaal bestaat uit een aluminium crosser en een stalen wegfiets. Dus ja, als je dan overstapt op een carbonnen topmodel, dan is dat een wereld van verschil.

De nieuwigheid en de wow-ervaring is er na 3.000 kilometer wel af. Maar nog steeds rijdt de SK Pininfarina als een trein. Frame reageert op alles wat je er mee wil doen, stuurt zeer direct en toont zich zeer betrouwbaar. Met hoge snelheden bergaf (+/- 80 km/u) geeft het frame geen krimp. Terwijl andere vrienden beneden klaagden over een sjimmiënd frame, ook vanwege harde zijwind.

Direct mount-remmen
Direct mount-remmen

Dit frame heeft zogenaamde direct mount-remmen. De voor- en achterrem zijn elk op twee punten aan het frame bevestigd. Dat moet zorgen voor meer en directere remkracht, maar daar merk ik als gemiddelde wielrenner weinig van. Het afstellen is een stuk lastiger. Je kan je rem niet even een beetje bewegen, zodat beide remblokjes even dicht op het wiel zitten. Nu moet je aan de slag met gereedschap. En als je dan niet beschikt over hele strakke, stijve wielen, wil het bij hard op de pedalen staan nog wel eens gaan aanlopen. Daar heb ik de eerste ritten veel last van gehad. Nadeeltje dus.

Ergens in het hart van het frame zit nog een krakende piep / piepende kraak die ik er nog een keer uit moet laten halen. Ik heb het gevoel dat het bij in de as zit. Of dit door een Campagnolo Chorus-onderdelen komt, of doordat er iets tegen het frame aankomt en gigantisch resoneert, daar ben ik nog niet achter. Al neig ik stiekem wel naar het laatste. Het probleem doet zich voornamelijk voor als je hard met links trapt en de fiets daarbij ook naar links duwt. Mijn mecanicien (wink wink) zal daar uitsluitsel over moeten geven.

De eerste 2.800 kilometer heb ik mijn fiets schadevrij weten te houden. Maar inmiddels zitten er twee deukjes in de lak. En die voelen diep. Ik heb echt het idee dat er een stukje uit is. Zulke plekken heb ik op mijn aluminium en stalen frame nooit kunnen ontdekken. Gaat er dan toch iets van het carbon mee? Dat zal toch niet?  Maar toch, die ene keer dat de ketting eraf liep, zorgde op frame en in ziel voor een diepe snee.

SK Pininfarina bevat om schoon te maken geen gekke plekken. Met een goed soppie en de juiste borsteltjes kom je overal bij. Droog- en schoonblazen met een compressor is een luxe in Huize Hendriks, maar geen must.

Neo Primato, het oudere broertje
Neo Primato, het oudere broertje

Of ik makkelijker en sneller rijd op deze dan op mijn andere wegfiets, stalen De Rosa Neo Primato, dat ga ik niet zeggen. Het zijn twee totaal verschillende fietsen. Het is het vergelijken van een grote Amerikaan slee (Neo Primato) met een zenuwachtige Lotus Elise (SK Pininfarina). Beide rijden op hun eigen manier.

Bovenstaande vergelijking gaat dan ook weer niet helemaal op, want op mijn SK houd ik het dan weer langer uit dan op mijn Primato. Dat heeft natuurlijk ook alles met de houding van doen en in mijn geval ook met het stuur. Op de SK zit een smaller en dikker stuur dan op mijn Primato. Wat mij betreft een aanrader. Maar ja, zo’n aero stuur op een mooi rank stalen frame? Nope.

Smal en dik stuur
Smal en dik stuur

Kortom, na 3.000 kilometer is de SK nog steeds een topframe. Het blijft rijden zoals je van een frame met dit prijskaartje mag verwachten: geweldig. Het afstellen van de direct mount-remmen blijft gedoe en of je er beter van gaat remmen? Mwah. Daarnaast is de lak niet je van het. Of die lak op de 2016-modellen anders is, betwijfel ik, maar zal ik op Bike Motion eens navragen.

Hou je van De Rosa? Zeker kopen. Hou je van een ander merk? Ook zij hebben geweldige topmodellen die absoluut kunnen concurreren met de SK Pininfarina. Nee, dat zeg ik niet uit ervaring maar uit rationaliteit.

Een blog is geboren. Maar waarom?

Martinello op kop
Martinello op kop

Het moest er maar eens van komen. Een opvolger van 62bis.nl, het blog wat ik in aanloop naar mijn carrière op de School voor Journalistiek startte om wat ‘munitie’ te hebben tijdens de toen nog beruchte selectietoets.

Een blog dus; Martinello.nl. Waarom? Omdat er zich in de wielerwereld, in de breedste zin van het woord, genoeg dingen voordoen die de moeite van het beschrijven waard zijn. En dat past niet allemaal in een tweet van 140 tekens.

Steeds vaker wil ik met de verhalen die ik hoor in het profpeloton, dingen die ik zelf  meemaak op mijn racefietsen (2x weg, 1x CX), spullen die ik gebruik en tips die ik wil delen, wat doen. Om dingen in perspectief te plaatsen, om bepaalde gebeurtenissen uit te leggen of om mijn visie te geven.

Niet altijd ruimte
Mijn werkgever, NOS Studio Sport, heeft voor bovenstaande logischerwijs niet altijd ruimte. Of het past niet in wat voor een verhalen wij online willen publiceren. Daarnaast ben ik ‘maar’ redacteur Martijn Hendriks en sta ik niet op het lijstje van wielertypes die dingen mogen duiden. Totaal geen frustratie richting die gegevens, maar het is wel een reden voor het starten van dit blog.

Ik ben geen voorstander van de journalist als bv. De ver-ikerisiring neemt in de (Nederlandse) journalistiek steeds meer toe. Een journalist is bijna een merk aan het worden. Ik vind dat niet iets om toe te juichen. Je bent er als verslaggever om, het woord zegt het al, verslag te geven van datgene wat er gebeurt. Geen poeha, geen poespas.

Zo sta ik erin. En zo ga ik dit blog proberen te vullen. Schrijven én reageren met open vizier. Zonder dubbele agenda. Over dingen die mij interesseren, fascineren en waar ik van hou.

Silvio
En waar komt Martinello dan vandaan? Mijn echte naam Martijn werd op de redactie vanwege mijn liefde voor Italiaanse renners en racefietsen al gauw verbasterd tot Martinello. En ik bleek ook nog eens op de oud-renner Silvio Martinello te lijken. Dat laatste klopt overigens van geen kant, maar voor dit soort verhalen geldt: never ruin a good story with facts.

Als laatste, voor nu: grote dank aan Sydyh voor het ontwerpen van het logo, George voor het werk onder de digitale motorkap en aan Arno voor het helpen met het thuisvoelen op WordPress.