Michele Scarponi en het ‘niet onomstreden’

Het is zaterdag 22 april. Ik sta te wachten bij De Biltsche Hoek. Voor veel fietsers uit Utrecht en omstreken een ideale verzamelplek om vanuit daar een fijn rondje te gaan rijden. Fietsmaat J. is er nog niet. Dan maar even een snelle blik op Twitter om te kijken of er nog nieuws is.

Michele Scarponi overleden, melden meerdere twitteraars op basis van de Gazzetta dello Sport. Het is op dat moment iets voor tien uur in de ochtend. Ook mijn werkgever NOS Sport heeft dan (09.53 uur) al een kort berichtje op NOS.nl gepubliceerd op basis van de Italiaanse sportkrant. Dat bericht zal in de daaropvolgende minuten enkele keren worden uitgebreid.

J. arriveert na enkele minuten. Hij krijgt een grote knuffel van mij. Hij is enkele dagen daarvoor voor de tweede keer vader geworden. Sinds elf maanden weet ik hoe dat voelt. Hij heeft het laatste nieuws nog niet gehoord. Ik hou het nog even even voor me.

We fietsen weg. Ik ben een tikkie afwezig. Het beeld van papa Scarponi met zijn zoontjes op zijn rug, een foto die hij de avond voor zijn tragische ongeluk heeft getwitterd en ik net heb geretweet, krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Twee kersverse vaders. Allebei een zoon. Dan hakt zo’n plaat er keihard in. Na driehonderdmeter vertel ik J. wat er met Scarponi is gebeurd. Hij is er stil van.

Scarponi met zijn twee zoontjes

De twee uur daarna kijk ik niet meer op mijn telefoon. Ik hoor een boel piepjes van mijn telefoon. Allemaal WhatsApp’jes. In diverse app-groepen, zowel zakelijk als privé, wordt er gesproken over Scarponi. Ik lees het pas als ik om 13.00 uur thuis ben en gedoucht heb. Dan lees ik ook het tweede verhaal wat er ondertussen op NOS.nl is geschreven en gepubliceerd is om 10.44 uur. Uiteraard valt mijn oog ook op de kop waar zo veel over te doen is:

Begenadigde klimmer Scarponi was populair, maar niet onomstreden

De redactie heeft na het nieuws contact opgenomen met onze wielercommentator en -analist Maarten Ducrot. Hij schetst het leven van Scarponi en dat leidt tot deze online necrologie. De eerste alinea’s beschrijven de levensloop van de Italiaanse veteraan. Zijn beste prestaties worden vermeld. Er wordt uit de doeken gedaan wat voor een karakter hij was: populair, vrolijk, grappenmaker, immer opgewekt, gangmaker, de man van de practical jokes, bijzonder geliefde renner, altijd een woord voor iedereen en altijd gein.

In de zevende en achtste alinea (in totaal heeft het artikel veertien alinea’s) wordt ook het dopingverleden van Scarponi belicht. Scarponi heeft in zijn carrière contact gehad en zaken gedaan met Eufemiano Fuentes, een Spaanse arts die verder geen introductie behoeft, dunkt mij. Ook heeft hij contact gehad met Michele Ferrari (idem). Hij wordt daarvoor twee keer geschorst.

Daarna spreekt Ducrot in een quote zijn waardering uit voor Scarponi. Hij steekt de loftrompet over hoe de Italiaan terug is gekomen na zijn schorsingen.

“Toen hij beter ging presteren dan vóór zijn schorsing doken gelijk de verhalen over doping weer op. Die geruchten zijn nooit uitgekomen. Ik vind het vooral heel knap hoe hij door die moeilijke periode heen is gekomen. Mentaal heel sterk. Ga het maar doen!” – Maarten Ducrot.

Mevrouw van Zetten uit Tiel, een door Mart Smeets veel aangehaald, fictief persoon, heeft na het lezen van dit artikel / deze necrologie een goed beeld wat voor een persoon en renner was. Een populaire man, een begenadigd klimmer, maar wel met een smetje. Dat vindt zijn weg terug in de eerder genoemde kop. Twee pluspunten en een, netjes omschreven, minpunt.

De begrafenis van Scarponi

Voor de duidelijkheid. Het bericht met de kop waarover zo veel te doen is, is dus het twééde bericht dat op NOS.nl verschenen is. Dat bericht, de necrologie, verschijnt een klein uur na het eerste bericht. Het artikel met ‘niet onomstreden’ is dus de follow-up op het nieuwsbericht. Een uur, dat lijkt misschien snel. Maar in het online tijdperk, is dat een lichtjaar. Zeker als je nagaat dat er van Scarponi (logischerwijs) geen necrologie klaar stond. Niemand houdt immers rekening met zijn overlijden.

Álle redacties in binnen- en buitenland hebben van veel bekende en minder bekende personen een necrologie klaarstaan die met één druk op de knop gepubliceerd kunnen worden. Redacties kunnen niet wachten met het schrijven van een levensloop tot iemand daadwerkelijk is overleden. De necrologie van Scarponi stond pas relatief laat online.

Velen, gezien de redacties op Twitter en andere social media, vonden de kop van de NOS boven de necrologie niet kunnen, to put it mildly. Het ‘niet onomstreden’ zou onder andere respectloos en misplaatst zijn. Ik vraag me af waarom. Het is een kop die de lading van het artikel en zijn levensloop dekt. Van de veertien alinea’s gaan er twee over zijn dopingverleden. Een feit dat niet genegeerd kan worden: dat verleden beïnvloedt direct zijn wielercarrière.  Twee schorsingen tijdens je wielerleven is geen sinecure. Er zijn (gelukkig) niet veel renners voor wie dat ook geldt. Zoiets kan niet dus onvermeld blijven. En dat hoort ook in de kop.

Dat in dit bericht volledig voorbijgegaan zou zijn aan het feit dat Scarponi mens met een sportcarrière was, zoals Lidewey Van Noord schrijft, kan ik daarom ook niet beamen. In Bureau Sport uit Erik Dijkstra ook kritiek op de berichtgeving van de NOS. Zijn feiten heeft hij jammergenoeg niet helemaal op een rij en daardoor schetst hij een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

In de gewone wereld én in de sportwereld gaan er nog een boel mensen overlijden wiens leven geen doktersromannetje was. Het heeft geen zin om met z’n allen te gaan voorbeschouwen welke persoonlijkheden ook ‘niet onomstreden’ of woorden van andere strekking genoemd zullen gaan worden. Dat is het ‘fijne’ van journalistiek: je maakt per keer, met de redactie, een afweging. Journalistiek heeft geen handboek, zoiets valt niet in regels te vatten.

In de dagen tussen zijn overlijden en begrafenis duiken er online allemaal mooie filmpjes op van Scarponi. Ik vind het jammer dat ik nooit met hem heb gesproken. Dat hij een graag geziene gozer in het peloton was, daarvan ben ik absoluut overtuigd. En die foto, met zijn zoontjes op zijn rug, daarvan krijg ik nog kippenvel als ik eraan denk. Voor emotie is in de journalistiek absoluut een plaats, maar de waarheid mag er niet onder lijden. De vermelding ‘niet onomstreden’ hoort daarom thuis in en boven een necrologie.


Dit bericht is mijn persoonlijke visie op het geheel, daarom staat het ook op martinello.nl. Dit schrijven moet niet gezien worden als een mening van mijn werkgever. Daarvoor verwijs ik u naar de officiële woordvoerders. 

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig

Het zou zo mooi kunnen zijn: je opent een app op je televisie, je logt in en je kan daar alle WorldTour-wedstrijden bekijken. Live of integraal. Maar helaas. Dat moois is er niet in de wielerwereld. En voorlopig zal dat er ook wel niet komen. Want wie moet de Bernie Ecclestone van het wielrennen worden?

Sinds Eurosport in Nederland én België de exclusieve uitzendrechten van een aantal wielerkoersen heeft bemachtigd, is de zoektocht voor de wielerfan begonnen. Want het is absoluut geen vanzelfsprekendheid meer dat de NOS of Sporza je favoriete wielerkoers uitzendt. Steeds vaker zal je af moeten stemmen op Eurosport 1 of 2.

De Giro is dit jaar alleen live te zien op Eurosport

Daar is natuurlijk niks ergs aan. Afgezien van een boel reclameblokken kan je op Eurosport prima koers kijken. Sterker nog, ze zenden soms de meest prachtige wedstrijden uit die ik anders nooit gezien zou hebben. Maar weet iedereen in Nederland en België de weg naar deze zenders te vinden? Ik vrees van niet. En wat vinden adverteerders en organisatoren van minder kijkers? Ik weet het antwoord wel…

Wie heeft wat?
In de praktijk zijn er twee grote wielerorganisatoren: de RCS en de ASO. Zij hebben het verreweg het meerendeel van de belangrijkste wielerkoersen in hun portefeuille.  Maar er zijn ook nog tientallen losse organisatoren, koersen die alles zelf organiseren en zelf contact leggen met de diverse zendgemachtigden. Al deze factoren zorgen voor een diaspora.

Een kleine greep uit de rechten van ASO en RCS

Voor Milaan-Sanremo moet je bij de RCS zijn. De Ronde van Vlaanderen valt onder Flanders Classics, maar de rechten worden weer los verhandeld. Parijs-Roubaix is van de ASO en de Amstel Gold Race is onafhankelijk. Zie daar de problemen die kunnen ontstaan / ontstaan aan het zijn: elke zondag moet je op een andere zender afstemmen om een klassieker te zien. En, objectief gezien, dat is voor niemand goed.

Ik zou het waanzinnig fijn vinden als de grote spelers in de wielerwereld de handen in elkaar slaan en ervoor zorgen dat de 37 grootste wielerkoersen onder één vlag gaan opereren. Dat is de enige manier waarop de wielerwereld zichzelf een beetje kan gaan redden. Sommige wielerkoersen worden anno 2017 nog georganiseerd door vrijwilligers die niet weten wat er met de rechten van hun koersen gebeurt.

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig. De man die in de jaren zeventig de F1-teams verenigde en de uitzendrechten als één pakket verkocht. De rest is geschiedenis. En ja, natuurlijk was Bernie een aparte en heeft hij de opkomst van social media totaal verkeerd ingeschat. Maar dat laatste zal door een de nieuwe wielerBernie zeker niet gebeuren.

Ronde van Catalonië

Quid pro quo
Alle 37 WT-koersen zien er dan hetzelfde uit in beeld. Alle 37 wielerkoersen zijn te zien via de eigen app en/of op televisie. Alle WorldTour-ploegen delen mee in de opbrengst van de televisierechten. Zoals het hoort.

De kijker is de winnaar. Al zal die kijker voor extra dingen wel wat centjes op tafel moeten gaan leggen. Want voor niks gaat alleen de zon op. Kijk naar de NBA, de MLB en de Champions League. De fans van die sporten weten waar ze aan toe zijn: compleetheid en kwaliteit. Wil je altijd je favoriete team zien en niet afhankelijk zijn van de keuze van een televisiemaatschappij, dan zal je een extra pakketje aan moeten schaffen. In het wielrennen wordt dat niet anders.

Wat ik daarmee probeer te zeggen: de nieuwe Bernie zal het mes aan twee kanten willen laten snijden. Hij of zij zal zijn rechten ook ‘gewoon’ verkopen aan de Eurosporten, Sporza’s en NOS’en van deze wereld. De gewone, ouderwetsche televisie blijft heilig én een melkkoe.

WorldTourTV
Vanzelfsprekend zullen de Grote Rondes en de zes monumenten altijd wel ergens op televisie te zien zijn. Maar ik wil dolgraag 100 euro per jaar neerleggen als ik daarmee via een app op mijn tv gegarandeerd goed beeld heb van de Tour Down Under, Ronde van het Baskenland, GP Plouay en alle andere topkoersen. Nu moet ik voor een groot aantal van de WorldTour-wedstrijden op zoek naar duistere live-streams, waar ik gek word van de pop-ups. Één ding is daarbij zeker: daarvan belandt geen cent in de wielercommunity.

Velon, een samenwerkingsverband van elf WorldTour-ploegen, doet hard zijn best om bovenstaande te regelen. Maar zie daar ook weer het probleem: het zijn er elf. De zeven andere ploegen die uitkomen op het hoogste niveau doen niet mee. Bijvoorbeeld: hebben de Velon-ploegen een akkefietje met de ASO, de organisator van de Tour, staan de andere ploegen gewoon wel aan de start. Voila, daar is de verdeling weer.

De rol van de UCI? Ja, de internationale wielerbond is de grote afwezige in bovenstaand verhaal. Zij spelen totaal geen actieve rol. Zij en de ASO ruziën af en toe wat met elkaar over wie waar mag starten, maar daar houdt het dan ook bij op.

Mr. Ecclestone.

I Have a Dream
Mijn grote droom: laat de ASO de Bernie worden van het wielrennen en zorgen voor eenheid in de sport. Alle wielerkoersen worden door de Fransen in beeld gebracht. Zij verkopen de uitzendrechten en verdelen het geld over de wielerploegen, die met één stem spreken. Zorg voor een goede directie waar organisator, ploeg, renner evenveel te zeggen hebben. Dan kan het echt wat worden. En zijn we af van individuele grillen van organisatoren en zendgemachtigden.


Ja. Het klopt dat ik werk voor de NOS. Bovenstaande is echter geheel op persoonlijke titel geschreven.

Rouleur Classic, hip wielullen in Londen

Wetenschappelijk onderzoek heb ik er niet naar gedaan, maar het valt me op dat de wielrennende Brit er altijd zeer bien soigné bijfietst: kleding piekfijn in orde en een retestrak bijpassend frame. Hoe dat komt? Geen idee. Wat ik wel weet is dat die goed verzorgde Britse wielerwereld afgelopen weekend verzamelde in Londen, op Rouleur Classic.

© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)
© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)

Drie dagen lang is het Victoria House in de Londense wijk Bloomsbury omgetoverd tot een plaats waar alleen maar gewieluld wordt. Lullen over wielrennen dus. Het is goed toeven tussen de nieuwste wielershirts, wielervoedsel bereidende koks, hardwerkende wielerkunstenaars en de mooiste wielerframes. Met een biertje in de hand kijken naar, voelen aan en praten over mooiste wielerspullen die er te zien zijn.

Waar op BikeMotion, een gigantische wielerbeurs in Utrecht, elke producent álles van zijn merk heeft uitgestald, is het op Rouleur Classic net andersom: alleen de pronkstukken zijn te zien. Wil je je breed oriënteren is deze driedaagse in Londen niet het evenement waar je moet zijn. Maar wil je je vergapen aan alle moois wat de wielerwereld, in de breedste zin van het woord, te bieden heeft, dan zit je hier meer dan goed. Dat de sfeer dan ook nog eens zeer ontspannen is, maakt het een uitstekende combinatie.

Grooste verrassing: tussen al dat moois is geen enkel prijskaartje te bekennen. Er is namelijk niks te koop. Voor één keer is kijken kijken, niet kopen gerechtvaardigd. Degene die daar het meest blij mee is, is mijn vriendin. Al is zij wel de eerste die een shirtje van een rek haalt en zegt: “kijk, dit staat jou nou goed.” Of dat een vrijbrief is om dat truitje nu online te bestellen, dat betwijfel ik, maar soit. 

Na veel praten en kijken bij de stands van onder andere Enve, Colnago, Castelli, Zwift, Poc, Campagnolo, Wilier en Sidi zijn verderop Tourdirecteur Christian Prudhomme en David Millar aan een geanimeerd gesprek begonnen. Ze praten – aan het begin onverstaanbaar, technisch probleempje – over het parcours van de Tour 2017. Millar is ontstemd over het ontbreken van de Alpe d’Huez en de Ventoux. Prudhomme pareert direct: “weet je wat ze op Ventoux doen?” Hij staat op en rent stuntelig heen en weer. Iedereen lacht. Prudhomme blijkt over Engelse humor te beschikken door Froome uitstekend te imiteren.

© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)
© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)

Later die avond staan ook nog Jan Bakelants, Sean Kelly, Jan Ullrich en David Brailsford op het podium. De baas van Sky heeft een primeur: hij presenteert het nieuwe shirt voor zijn keurkorps. Kritische vragen worden tijdens de Q&A niet gesteld. Dit voelt voor velen toch een beetje een als wielerfeestje, geen persconferentie om eens lekker te gaan soebatten over medische attesten voor triamcinolon.

Is het wat voor in Nederland?
Rouleur Classic is een beetje te vergelijken met de Parade, het rondreizende theatercircus dat in de zomermaanden vier Nederlandse steden aandoet. Het is klein, intiem, ietwat elitair en met heel veel zorg in elkaar gezet. Dus ja, dit is ook wel wat voor Nederland. Al moet er er dan aan de toegangsprijs dan wel wat gedaan worden. Een kaartje kost namelijk 55 euro. En wil je de eerste dag naar binnen moet je 165 (!) euro neertellen. Drankjes zijn dan wel on the house.

Wielerfans zijn er in Nederland genoeg. Mensen die een goed evenement neer kunnen zetten ook. Om nog maar te zwijgen over de personen die op een podium gepassioneerd over hun sport kunnen praten. Rouleur Classic moet dan een soort  fusie van BikeMotion met de Sportmonologen worden, alleen dan een stuk kleinschaliger.

© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)
© Rouleur Classic/theMusette (Ian S Watson)

Na drie uur heb ik alles wel gezien en iedereen gesproken. Rouleur Classic is een fraai evenement om te combineren met een weekend Londen. Het is te klein en te duur om er voor heen en weer te vliegen. Hoogtepunten van de avond? Mijn vriendin die 132 meter op Zwift aflegt en ene F. Pozzato die een kwartiertje babbelde met ondergetekende. Foto’s op aanvraag beschikbaar…

Zwift en Kickr. Mijn vrienden in de winter.

De dagen worden korter, het asfalt viezer en de temperaturen lager. En hoe graag ik ook buiten wil blijven fietsen, het komt er toch minder van. Ja, hier in Soest en omgeving liggen prachtige parcoursen voor mijn crosser. Maar in het donker is dat ook niet je-van-het. Nee, ik rijd ’s avonds weer mijn rondjes in de schuur.

Man cave (zweetdoekje niet op de foto).
Man cave (zweetdoekje niet op de foto).

Ik zag het nooit zitten. Op een rollerbank jezelf in het zweet werken. Een uur stationair! Hoe saai wil je het krijgen?  Ter afleiding kon je er nog een laptop naast zetten om een filmpje te kijken, maar daar hield het dan ook al gauw een beetje bij op.

Er waren ondertussen – leve de technologie – wel een paar mogelijkheden om interactief te fietsen. Maar echt goed werkte dat niet. Hikkende schermen omdat je te langzaam reed en/of slechte software. Kommer en kwel in de man cave.

Begin 2016 kwam ineens Zwift op mijn radar tevoorschijn. Een online platform waar je in een virtuele wereld tegen anderen kan rijden. Dit leek op papier het ei van Columbus. Niet veel later was ik verslaafd. En inmiddels staat de teller in-de-schuur-gereden-kilometers op bijna 900. En die worden ook nog eens netjes op Strava geregistreerd. Hoera!

Hoe werkt het?
Praktisch elk rollerbankachtig ding praat tegenwoordig met Zwift. Maar het beste is een slimme trainer, in dit geval mijn Wahoo Kickr. Je haalt je achterwiel uit je frame en je klikt je eigen fiets op de Kickr. Vijf tellen werk. Waar de Kickr img_6013vervolgens ontzettend goed in is: je een realistisch fietsgevoel geven. Als je op je beeldscherm ziet dat je bergop rijdt, wil je dat ook in je benen voelen. En dat gebeurt ook. Een elektrische vliegwiel zorgt ervoor dat je harder moet gaan trappen, het wordt zwaarder om de pedalen rond te krijgen. Soms is ‘even uit het zadel’ noodzakelijk om de spanning van de benen af te halen.

Het koppelen van de Zwift-software en de Kickr is met een ANT+-dongle een fluitje van een cent. Na een accountje te hebben aangemaakt ben je ready to rumble.

Online. En dan?
Er zijn inmiddels genoeg dingen die je op Zwift kan doen. Was er aan het begin maar één rondje dat je kon rijden, ondertussen zijn de mogelijkheden een stuk uitgebreider. Het is het tientje per maand – stopzetten is altijd mogelijk – in de wintermaanden zeker waard.

Je kan door het centrum van Londen rijden, met een lus naar Box Hill. Of je rijdt over het WK parcours van 2015 in Richmond. Maar er zijn ook rondjes op Watopia, een door Zwift verzonnen eiland, ergens in niemandsland. Daar ligt een klim naar bijna 400 meter hoogte. En geloof me, dat ding doet pijn.

Klimmen naar 400 meter
Klimmen naar 400 meter

Tijdens het fietsen zie je aan de rechterkant van het scherm wie er bij je in de buurt fietsen. En via de app kan je snel zien of er ook vrienden online zijn. Een Ride On! is snel verstuurd en voor je het weet rij je kop over kop door de straten van Londen. Dat allemaal in je eigen schuur. Ondertussen geeft de Kickr door aan Zwift hoe veel watt je trapt. Lukt het om net als Gesink met 419 watt een berg op te rijden? Of lukt het aan te pikken in een van de vele groepsritjes die dagelijks worden verreden?

Trainingsprogramma’s
Naast rondjes rijden, kan je ook trainingsprogramma’s volgen. Ze zijn er in overvloed. Kort en intensief of lang en rustig. Of je bouwt er zelf een. Aan de hand van een FTP-test weet Zwift wat je conditie is, en past ie de zwaarte van de training aan. Zo begin je bijvoorbeeld even met tien minuutjes a 150 watt. Om vervolgens met tussenpozen 20 keer 30 seconden lang 400 watt te rijden.

Links de blokken, onderin voortgang en hartslag
Links de blokken, onderin voortgang en hartslag

Het mooie van deze trainingsprogramma’s is dat Zwift een signaaltje doorgeeft aan je Kickr. Is het tijd om 400 watt te gaan rijden, schiet het vliegwiel aan en moet je veel harder gaan trappen om je trainingsrondje succesvol af te ronden.

Oh ja. Licht voor je zo’n FTP-test gaat doen even je huisgenoten/familie in. Het kan zijn dat ze je na een uur FTP’en op de vloer van de schuur als een hijgend hert terugvinden. Dit omdat je na 40 minuten warming-up je jezelf in de 20 daaropvolgende minuten he-le-maal de tering hebt gereden en dus besluit om op de grond, amechtig als een aangespoelde walvis, zwetend als een otter, bij te gaan komen.

Het klopt dat bovenstaande alinea autobiografisch is. Niet lachen. Dank u wel.

Is er dan niks slecht?

Tuurlijk wel. Het prijskaartje is nogal een minpuntje. Een slimme trainer kost al gauw rond de 500 euro. En de Kickr van mij is nog een stukkie duurder. Slik. Ja, er zijn goedkopere rollerbanksystemen, maar die zijn niet ‘slim’ en passen zich niet aan als het bergop gaat. Zelf heb ik nooit op niet-slimme trainers gereden, een fatsoenlijk oordeel kan ik er dus niet over geven, maar het lijkt me niks aan.

Vorige winter had ik regelmatig last van drop-outs; voor één of twee seconden viel de verbinding tussen mijn Kickr en Zwift weg. Je trapt je dus nog steeds een ongeluk maar de teller staat op 0. En dat zorgde bij mij voor nogal wat frustratie. Bidons vlogen door de schuur.

Na een update van de software, het dichterbij elkaar plaatsen van de sensoren en het schoonmaken van de Kickr, leek gisteren alles weer normaal te werken.

Resumé

Het is de perfecte work-out voor in de winter. Een uur rammen en je voelt je weer helemaal het mannetje. Het kost alleen een paar knaken om te beginnen. Daarna kan je het nog zo gek maken als je zelf wilt. Maar hey, dan heb je wel wat. En zijn die Ullrich-winters echt verleden tijd.

Groepsritje.
In een pelotonnetje hoef je minder hard te trappen dan in je eentje. Echt!)

Een blog is geboren. Maar waarom?

Martinello op kop
Martinello op kop

Het moest er maar eens van komen. Een opvolger van 62bis.nl, het blog wat ik in aanloop naar mijn carrière op de School voor Journalistiek startte om wat ‘munitie’ te hebben tijdens de toen nog beruchte selectietoets.

Een blog dus; Martinello.nl. Waarom? Omdat er zich in de wielerwereld, in de breedste zin van het woord, genoeg dingen voordoen die de moeite van het beschrijven waard zijn. En dat past niet allemaal in een tweet van 140 tekens.

Steeds vaker wil ik met de verhalen die ik hoor in het profpeloton, dingen die ik zelf  meemaak op mijn racefietsen (2x weg, 1x CX), spullen die ik gebruik en tips die ik wil delen, wat doen. Om dingen in perspectief te plaatsen, om bepaalde gebeurtenissen uit te leggen of om mijn visie te geven.

Niet altijd ruimte
Mijn werkgever, NOS Studio Sport, heeft voor bovenstaande logischerwijs niet altijd ruimte. Of het past niet in wat voor een verhalen wij online willen publiceren. Daarnaast ben ik ‘maar’ redacteur Martijn Hendriks en sta ik niet op het lijstje van wielertypes die dingen mogen duiden. Totaal geen frustratie richting die gegevens, maar het is wel een reden voor het starten van dit blog.

Ik ben geen voorstander van de journalist als bv. De ver-ikerisiring neemt in de (Nederlandse) journalistiek steeds meer toe. Een journalist is bijna een merk aan het worden. Ik vind dat niet iets om toe te juichen. Je bent er als verslaggever om, het woord zegt het al, verslag te geven van datgene wat er gebeurt. Geen poeha, geen poespas.

Zo sta ik erin. En zo ga ik dit blog proberen te vullen. Schrijven én reageren met open vizier. Zonder dubbele agenda. Over dingen die mij interesseren, fascineren en waar ik van hou.

Silvio
En waar komt Martinello dan vandaan? Mijn echte naam Martijn werd op de redactie vanwege mijn liefde voor Italiaanse renners en racefietsen al gauw verbasterd tot Martinello. En ik bleek ook nog eens op de oud-renner Silvio Martinello te lijken. Dat laatste klopt overigens van geen kant, maar voor dit soort verhalen geldt: never ruin a good story with facts.

Als laatste, voor nu: grote dank aan Sydyh voor het ontwerpen van het logo, George voor het werk onder de digitale motorkap en aan Arno voor het helpen met het thuisvoelen op WordPress.