Pas op, verslavend (2): de explorer stats

Een paar maanden geleden schreef ik over het getal dat onwijs verslavend werkt: het Eddington-getal. Sinds een paar weken is daar een nieuwe verslaving bijgekomen: de explorer stats. Het duurde eventjes om deze nieuwe fietshobby door te krijgen, maar het resultaat mag er zijn.

Mijn overzicht op veloviewer

Heel kort samengevat: de explorer stats zijn diverse getallen die aangeven in hoeverre je op avontuur gaat. Het ontdekken van gebieden op de fiets waar je nog niet geweest bent, wordt (digitaal) beloond. En ja, dat werkt dus zeer verslavend.

Laten we beginnen bij het begin. Allereerst is een Strava-account vereist. De data moet immers ergens vandaan komen. Ten tweede is een account bij veloviewer een must. Die site, een walhalla voor fietsdata, genereert een boel fijne kaartjes en komt met allerlei explorer stats op de proppen.

Rood, wit en blauw
Hierboven zie je een kaartje met rode, blauwe en witte vakjes. In de witte vakjes ben ik nog nooit geweest met mijn racefiets (597 ritjes sinds het najaar van 2010). In de rode vakjes ben ik wél geweest op de fiets. De blauwe vakjes betekenen dat ik daar a) geweest ben met de fiets en b) dat ik ook in de vakjes die er links, rechts en onder en boven aan grenzen heb gereden.

In totaal ben ik in 5058 verschillende vakjes geweest. Het rijden van een standaard trainingsrondjes, over bekende weggetjes, zal dit getal dus niet meer doen vergroten. Een rondje rijden op vakantie, zoals afgelopen weken op Kos, doet dat wel. Gemiddeld heb ik per vakje 6,326 kilometer gereden.

Dan komen we bij wat veloviewer het maximum square noemt, het grootste vierkant. Ik heb een vierkant van 11 bij 11. Dat houdt in dat er een vierkant van 11 bij 11 vakjes op de kaart is, waarin ik in alle vakjes heb gefietst. Op de kaart zie je dat er drie dikke blauwe lijnen zijn: er zijn dus drie vierkanten van 11 bij 11 te vinden waar ik minimaal alles rood heb. Eigenlijk is mijn maximale vierkant dus 13 bij 11, maar hey, dat is geen vierkant, dat is een rechthoek.

Grootste vierkant

Zoals je ziet, kan ik mijn maximum square relatief makkelijk vergroten door door die paar witte vakjes te fietsen. Dan moet ik door twee witte vakjes naast van mijn meest noordelijke grootste vierkant rijden. Die ene tussen Utrecht en Hilversum en die andere ten zuidoosten van Nieuwegein. Maar nog makkelijker rijd ik door dat ene witte blokje net onder Amersfoort. Vanuit mijn huis in Soest ben ik binnen het uur weer thuis.

Hier in Nederland is het, met overal fietspaden, niet heel moeilijk om je vierkant te vergroten. In het buitenland zijn er sporters die er meer moeite mee hebben, getuige een bericht op het blog van veloviewer:

“I’ve had to carry my bike through swamps, hike shorelines at low tide, kayak across estuaries, not to mention skiing and hiking otherwise inaccessible areas. I’ve attempted to enter military installations, only to be turned away at gunpoint! Currently hoping for a cold winter so I can ride across a frozen lake on my studded fatbike…”

Dan heb je als laatste het maximum explorer cluster. Dat is het grootste gebied van aaneengesloten blauwe vakjes. In mijn geval 370. De basis van dat gebied ligt zoals je ziet op de Utrechtse Heuvelrug. Daar waar mijn racefietsen zich het liefst laten zien.

Plugin voor Strava
Natuurlijk is het leuk om zelf op ontdekkingsreis te gaan en uit je hoofd te proberen in witte vakjes te gaan rijden. Maar ik heb een drukke baan en drie kids en dus is tijd zeldzaam. Gelukkig is er een veloviewer-extensie voor Google Chrome, die je in route builder van Strava perfect laat zien waar je nog niet geweest bent. Zelf even een paar lijntjes trekken en voila. Een rondje door witte vakjes is binnen een minuut gemaakt. En dus staat komende week dit rondje op het programma.

Witte vakjes rijden deze week!

Je ziet: af en toe even even een vakje in en uit en soms zal ik slechts voor een paar meter in een vakje zijn. Maar hey, you win some, you lose some. Mazzeltje: de Loosdrechtse Plassen zijn gelukkig niet zo groot dat ik sommige vakjes al zwemmend of schaatsend aan zal moeten doen.

Als je tot hier bent gekomen met lezen: chapeau, complimenten, bedankt. En heel veel sterkte de komende tijd. En als je net zo ver bent gekomen als Nils uit België, met zijn 71 bij 71 wereldrecordhouder, dan hoor ik het graag:

Wereldrecord vierkantjesrijden

Oh ja, kreeg een boel vragen hoe je bovenstaande kaartjes tevoorschijn tovert op veloviewer. Je klikt op Activities, vervolgens zet je de Map aan. En onder de kaart vink daarna Explorer aan, en krijg je met die icoontjes rechts daarvan de verschillende dingen te zien. 

Alle provincies op één dag. Waanzinnig avontuur.

Het moet ergens in oktober 2016 geweest zijn. Goede vriend Herman had op de redactie ineens een ritje op Strava in elkaar geflanst: The Longest Day. Op vernuftige wijze had ie alle 12 Nederlandse provincies aan elkaar weten te knopen. De gevolgen van die paar muisklikken waren toen nog niet echt te overzien…

De voorbereiding had nog best wat voeten in de aarde. Want wat doe je als de wind de hele dag uit het noord-oosten komt en Bergen op Zoom (want dat was in eerste instantie het plan) is de vertrekplaats? Begripvolle hotels bleken na enige uitleg een uitkomst: tot vier dagen van tevoren kon er kosteloos worden geannuleerd. Tel daar privé-weerman Gerrit Hiemstra die de perfecte weersverwachting afleverde bij op en voila, daar kon het dus in ieder geval niet meer aan liggen.

En zo werd het dus ineens 21 juni. Voor dertien renners (Aart, Aart-Kees, Frank, Herman, Jasper, Johnny, Lieuwe, Martijn, Nick, Pepijn, Sjoerd, Tijl en Tim) letterlijk en figuurlijk The Longest Day. Inmiddels waren er in Han en Pascal ook nog twee ploegleiders gevonden die in niets minder dan een Maserati Ghibli de gehele dag achter ons aan hebben gereden. Waarvoor oneindig veel dank. Zonder hun hulp – bijvullen van bidons, regelen van restaurants en veel morele steun – was deze dag niet mogelijk geweest.

Vertrek bij Spaak

Om 04:00u had Spaak de deuren voor ons geopend voor een heus rennersontbijt. Een half uur later klonk in de vorm van veel Garmin-piepjes het startschot. Geen kip op de weg en dus lekker over de grote baan, af en toe een fietspad negerend, richting het pontje in Genemuiden, de eerste plek waren we even de druk van de pedalen zouden halen. Onderweg door Groningen, Drenthe en Friesland doorkruisten we de mooiste landschappen. Vooral de grindweggetjes in het Drents Friese Wold, zijn van een absolute schoonheid. Ook bij 6 (!) graden Celsius.

Schelpenpaadjes in Drenthe

Ondertussen vonden de reepjes, gelletjes en bidons van Aart gretig aftrek. Al gauw was daar Kampen en via de schoolgaande scholieren reden we Flevoland binnen. Zestig kilometer rechtdoor. Heerlijk. Iedereen deed zijn beurt op kop. En met een gemiddelde van veertig per uur koersten we richting Soest (180 km), waar er kilo’s pasta, pannenkoek, koffie en cola op ons stonden te wachten (my god, wat is mijn Lon een schat).

Niet iedereen kende elkaar. En dus viel er onderweg veel te praten over wie, wat, waar en waarom. Via het voor mij bekende terrein van de Utrechtse Heuvelrug kwamen we op het stuk van het parcours waar velen van ons nogal huiverig voor waren: de dijken met tegenwind richting Nijmegen (260 km). Johnny zette echter even keurig een waaiertje op, iedereen draaide zijn dienstje op kop en al gauw was het enige stuk in zuid-oostelijke richting passé.

Nijmegen zelf was een veldslag – ook wegens twee keer verkeerd afslaan – maar kreetje, er staan daar o-ver-al stoplichten. Wonder boven wonder zijn we in Nijmegen al stilstaande niet gesmolten en na een gek bos was daar ineens Limburg. Om na driehonderd meter direct weer terug te keren naar Gelderland. Belangrijkste: het vinkje bij de negende provincie was gezet. Alleen nog Brabant, Zuid-Holland en Zeeland. Eitje.

Brabant bleek een uitputtingsslag. Tussen kilometer 330 en 370 werd er in ons pelotonnetje weinig meer gesproken. Veel draaien en keren. Elke keer aanzetten na een bocht voelde inmiddels als een eindsprint. En de wegen met klinkers waren op dat moment ronduit kut.

In Zevenbergen (370 km) hadden we de derde en laatste tussenstop van de dag. Han en Pascal hadden een tentje genaamd Legends (!) gevonden dat voor ons op verzoek kippensoep (vraag me niet waarom ik daar drie uur eerder nog zin in had) had gemaakt. Het waren vier heerlijke hapjes, meer ging er niet meer in. De airco, binnen in een gek hoekje, was op dat moment mijn grootste vriend. Buiten lagen er renners uitgestald op tafels of hingen ze half slapend in hun stoel.

Handig, zo’n tafel

Er ontstond een kleine discussie (2,3 seconden) over wat we zouden gaan doen: er was namelijk een kleine escape. Twee keer een brug over om zo Zuid-Holland en Zeeland aan te tikken. 35 kilometer minder dan het plan. Op papier zou ook dat missie geslaagd betekenen. Maar daar was Johnny het niet mee eens. “Niks ervan, we doen de deftige route!” En daar was iedereen het eigenlijk meteen mee eens. Nu afmaken ook. En dus richting Goeree-Overflakkee. Zuid-Holland hallo! Onderweg bij een carpoolplaats nog een keer een bidon van Pascal en Han (had ik al gezegd dat zij geweldig zijn?) in onze nekken en door.

En toen, ineens, ineens, ineens, stond daar een wit groenig bordje: Zeeland. Iedereen begon te juichen op de fiets. High fives werden uitgedeeld. Opluchting was bij velen van het gezicht af te lezen. Dat de temperatuur inmiddels gezakt was van 33 naar 25 graden, droeg ook flink bij aan de feestvreugde op de Philipsdam.

Zeelandselfie

Finishplaats Bergen op Zoom (445 km, 21.30u) was inmiddels op onze komst voorbereid. Een extra vat bier was koud gezet en de frituur opgewarmd. Ik at op dat terras mijn lekkerste frikadelletje ooit, zag Herman zittend tegen een prullenbak verkleuren van groen naar normaal, hoorde Lieuwe bellen in het Fries (hjir binne wy), constateerde dat Tim er hetzelfde uitzag als vanochtend, trachtte Nicky zijn laatste sapjes te ontdooien en maakte de vrouw van Johnny onze groepsfoto.

Iedereen helemaal stuk, maar dolgelukkig. De maanden voorpret, de zenuwen de dagen er vlak voor, The Longest Day zelf en de napret die inmiddels al een uur of twintig duurt.

Nooit stap ik meer voor zo’n tocht op de fiets. 21 juni 2017 is voor mij – en ja, ik geef toe, ik ben nog wat emotioneel van de moeheid – een heel bijzondere dag geworden. Met veertien kerels op stap, zo’n avontuur beleven. Zo gigantisch afzien, maar ondertussen zo veel genieten, hard lachen, goed praten en elkaar steunen als het nodig is.  Ik ben een gelukkig man. Dank vrienden.

Dank vrienden!

En oh ja, als het gevoel in mijn twee grote tenen weer terug is, meld ik me weer.

Een dagje in De Hel. Schitterend.

Het is pas de tweede strook van de dag. Op de teller staat een kilometer of 55. De benen zijn nog onwijs fris en de geest is nog zo helder als wat. Toch geloof ik mijn eigen zintuigen niet als ik honderd meter onderweg ben in het Bos van Wallers. Het kan niet zo zijn dat wat ik nu meemaak echt waar is. Ik zie stenen schots en scheef liggen, mijn stuur geselt mijn handen en mijn wielen maken een teringherrie.

Het Bos van Wallers. De Hel.

We zijn inmiddels 300 meter onderweg in het Bos. Ik roep ‘wat gaaf!’ naar fietsvriend Marcel. Rechts schiet over het schelpenpaadje Nick voorbij. ‘Af!’, schreeuw ik. Wat ik dan nog niet weet is dat ik een strook of vijf later ook dolgelukkig ga zijn met ‘het kantje’, waar je eventjes niet over de kasseien hoeft te rijden.

Diezelfde Marcel haalt mij en vijf andere vrienden een paar weken geleden over om Parijs – Roubaix te gaan rijden. Niet de ‘echte’ versie, dat is vervoerstechnisch nogal onhandig. Maar een eigen uitgezette versie. Parkeren om de hoek bij de wielerbaan, fietsen uit de auto, 50 kilometer naar het zuiden en vanaf daar de laatste 102 kilometer van het parcours rijden. In totaal 20 kasseistroken, 33 kilometer hel.

Wat ik dan nog niet weet, is dat deze kasseistroken in Noord-Frankijk in geen enkel opzicht te vergelijken zijn met die in Vlaanderen. Of ik moet een slecht geheugen hebben, dat kan ook. Maar ik kan mij niet herinneren dat toen ik een paar jaar geleden voor het laatst over het parcours van de Ronde van Vlaanderen reed, ik zo veel heb afgezien. Terwijl ik nu toch echt fitter ben dan in mijn studententijd.

Nee. Mijn carbonnen De Rosa gaat no way mee naar Roubaix. Daarvoor houd ik simpelweg te veel van deze fiets. Mijn stalen dan? Die moet toch wel tegen een stootje kunnen. Nee, dat ding is net he-le-maal opnieuw gespoten en opgebouwd. Dat gaat huilen worden als daar ook maar een krasje op komt. Mijn crosser! Die kan wel tegen een stootje. Als ik op mijn oude 36-spaaks wielen nou eens even wat brede bandjes leg, dan moet het goed komen toch?

De hellefiets.

Maar hoe breed moeten die banden dan zijn? En hoeveel bar moet ik in die dingen pompen om mijn 90 kilo over die kasseien te krijgen? Gelukkig bieden Twitter en Maarten Tjallingii (inmiddels een soort van collega) uitkomst. Het worden Vittoria 28 mm met 5,4 bar. Na twee keer lek (1 x eigen schuld en 1 x pech) zal ik uiteindelijk toch met iets hogere bandenspanning gaan rijden. Better safe than sorry.

Om 10:30 uur fietsen we weg. We rijden langzaam naar het zuiden, op weg naar de eerste strook van de dag. Ik kan niet wachten tot het zover is. Meer dan een keer trekt Marcel aan mijn arm dat ik rustiger moet rijden. “Straks mag je los, nu nog even niet.” We rijden Haveluy in. Aan het einde van de straat beginnen de kasseien. De eerste echte secteur pavée van mijn leven. Ik draai me om, sla voor de grap een kruisje, roep iets van jieeeeehaaaa, schakel op en begin te raggen over de kasseien.

Ik denk aan alle tips die ik de afgelopen jaren heb gehoord en gelezen: midden over de strook rijden en keihard blijven trappen. Op die manier spring je van steen naar steen in plaats van tegen elke steen aan te rijden. Als eerste rijd ik weer het asfalt op. Dat zal meteen de laatste keer zijn: gedurende de negentien stroken die volgen, word ik slechter en mijn vrienden beter.

Ja, ik (links) moet naar de kapper. Maar dit is het Bos.

De route hebben we gemaakt op Strava, waar anders. De finale van Parijs – Roubaix gewoon digitaal overgetekend van Quinziato en Greipel. De weg naar het punt waar we het parcours opdraaien zelf even uitgeplozen. Appeltje eitje. Voor mijn vrienden maak ik – net als in het echt  – een papiertje met daarop alle stroken van de dag. Een mooie dag begint immers al met de voorpret.

Na tien stroken is mijn respect voor alle profs tot een maximum gestegen. Ik denk strook na strook: mijn hemel, bizar. Dat die gasten hier zo hard overheen rijden. En dan ook nog met een aanloop van 150 kilometer. Ja, ze zijn dan wel prof. Maar wat wij doen – na elke strook nog op elkaar wachten en tussen de stroken door lekker kletsen – is nog minder dan peanuts vergeleken met wat die gasten doen.

Voorpret-deluxe!

Mijn handen zijn inmiddels naar de klote. Na elke strook wordt het moeilijker om de vingers weer te strekken. Het voelt als zware reuma. “Handjes rustig op het stuur laten liggen”, roept Tjallingii nog, vlak voor hij de studio van het Girojournaal induikt. “Veel plezier!” Voor het eerst sinds jaren heb ik weer handschoentjes aan. Ik heb niet het idee dat ze helpen. Op de terugweg in de auto – godzijdank hoef ik niet te rijden – heb ik moeite met het vasthouden van mijn telefoon.

Is het rijden van Parijs – Roubaix iets wat je als wielertoerist een keertje gedaan moet hebben? Absoluut. Het is echt blits. Je weet niet wat er gebeurt op die stroken. Het is een ervaring die ik nog niet eerder had meegemaakt. Is het leuk? Nou eigenlijk niet. Want het doet takkeveel zeer. Niet eens in de benen, die zijn wel in vorm. Maar met name in de handen. Als ik nu, vijf dagen later, op bepaalde plekken op mijn handen en vingers druk, zijn er nog pijnlijke plekken. Maar ben je gelukkig als je na (in dit geval) 150 kilometer afsprint op de wielerbaan? Onwijs. Wat is dit gaaf om te rijden.

Finish with an attitude.

Moet je gehecht zijn aan je materiaal? Ja en nee. Ja, je fiets moet in topconditie aan het vertrek staan. Het materiaal gaat het zwaar te verduren krijgen. Aan de andere kant: nee, je moet niet denken dat er bij elke strook wat kapot kan gaan. Dat had ik een beetje in het begin. En dan zit je niet lekker op de fiets.

A Saturday in Hell. Ik had het niet willen missen. Volgend jaar weer? Misschien.


Onderstaande route, die van ons, is uiteraard voor jullie lieverds beschikbaar.

Michele Scarponi en het ‘niet onomstreden’

Het is zaterdag 22 april. Ik sta te wachten bij De Biltsche Hoek. Voor veel fietsers uit Utrecht en omstreken een ideale verzamelplek om vanuit daar een fijn rondje te gaan rijden. Fietsmaat J. is er nog niet. Dan maar even een snelle blik op Twitter om te kijken of er nog nieuws is.

Michele Scarponi overleden, melden meerdere twitteraars op basis van de Gazzetta dello Sport. Het is op dat moment iets voor tien uur in de ochtend. Ook mijn werkgever NOS Sport heeft dan (09.53 uur) al een kort berichtje op NOS.nl gepubliceerd op basis van de Italiaanse sportkrant. Dat bericht zal in de daaropvolgende minuten enkele keren worden uitgebreid.

J. arriveert na enkele minuten. Hij krijgt een grote knuffel van mij. Hij is enkele dagen daarvoor voor de tweede keer vader geworden. Sinds elf maanden weet ik hoe dat voelt. Hij heeft het laatste nieuws nog niet gehoord. Ik hou het nog even even voor me.

We fietsen weg. Ik ben een tikkie afwezig. Het beeld van papa Scarponi met zijn zoontjes op zijn rug, een foto die hij de avond voor zijn tragische ongeluk heeft getwitterd en ik net heb geretweet, krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Twee kersverse vaders. Allebei een zoon. Dan hakt zo’n plaat er keihard in. Na driehonderdmeter vertel ik J. wat er met Scarponi is gebeurd. Hij is er stil van.

Scarponi met zijn twee zoontjes

De twee uur daarna kijk ik niet meer op mijn telefoon. Ik hoor een boel piepjes van mijn telefoon. Allemaal WhatsApp’jes. In diverse app-groepen, zowel zakelijk als privé, wordt er gesproken over Scarponi. Ik lees het pas als ik om 13.00 uur thuis ben en gedoucht heb. Dan lees ik ook het tweede verhaal wat er ondertussen op NOS.nl is geschreven en gepubliceerd is om 10.44 uur. Uiteraard valt mijn oog ook op de kop waar zo veel over te doen is:

Begenadigde klimmer Scarponi was populair, maar niet onomstreden

De redactie heeft na het nieuws contact opgenomen met onze wielercommentator en -analist Maarten Ducrot. Hij schetst het leven van Scarponi en dat leidt tot deze online necrologie. De eerste alinea’s beschrijven de levensloop van de Italiaanse veteraan. Zijn beste prestaties worden vermeld. Er wordt uit de doeken gedaan wat voor een karakter hij was: populair, vrolijk, grappenmaker, immer opgewekt, gangmaker, de man van de practical jokes, bijzonder geliefde renner, altijd een woord voor iedereen en altijd gein.

In de zevende en achtste alinea (in totaal heeft het artikel veertien alinea’s) wordt ook het dopingverleden van Scarponi belicht. Scarponi heeft in zijn carrière contact gehad en zaken gedaan met Eufemiano Fuentes, een Spaanse arts die verder geen introductie behoeft, dunkt mij. Ook heeft hij contact gehad met Michele Ferrari (idem). Hij wordt daarvoor twee keer geschorst.

Daarna spreekt Ducrot in een quote zijn waardering uit voor Scarponi. Hij steekt de loftrompet over hoe de Italiaan terug is gekomen na zijn schorsingen.

“Toen hij beter ging presteren dan vóór zijn schorsing doken gelijk de verhalen over doping weer op. Die geruchten zijn nooit uitgekomen. Ik vind het vooral heel knap hoe hij door die moeilijke periode heen is gekomen. Mentaal heel sterk. Ga het maar doen!” – Maarten Ducrot.

Mevrouw van Zetten uit Tiel, een door Mart Smeets veel aangehaald, fictief persoon, heeft na het lezen van dit artikel / deze necrologie een goed beeld wat voor een persoon en renner was. Een populaire man, een begenadigd klimmer, maar wel met een smetje. Dat vindt zijn weg terug in de eerder genoemde kop. Twee pluspunten en een, netjes omschreven, minpunt.

De begrafenis van Scarponi

Voor de duidelijkheid. Het bericht met de kop waarover zo veel te doen is, is dus het twééde bericht dat op NOS.nl verschenen is. Dat bericht, de necrologie, verschijnt een klein uur na het eerste bericht. Het artikel met ‘niet onomstreden’ is dus de follow-up op het nieuwsbericht. Een uur, dat lijkt misschien snel. Maar in het online tijdperk, is dat een lichtjaar. Zeker als je nagaat dat er van Scarponi (logischerwijs) geen necrologie klaar stond. Niemand houdt immers rekening met zijn overlijden.

Álle redacties in binnen- en buitenland hebben van veel bekende en minder bekende personen een necrologie klaarstaan die met één druk op de knop gepubliceerd kunnen worden. Redacties kunnen niet wachten met het schrijven van een levensloop tot iemand daadwerkelijk is overleden. De necrologie van Scarponi stond pas relatief laat online.

Velen, gezien de redacties op Twitter en andere social media, vonden de kop van de NOS boven de necrologie niet kunnen, to put it mildly. Het ‘niet onomstreden’ zou onder andere respectloos en misplaatst zijn. Ik vraag me af waarom. Het is een kop die de lading van het artikel en zijn levensloop dekt. Van de veertien alinea’s gaan er twee over zijn dopingverleden. Een feit dat niet genegeerd kan worden: dat verleden beïnvloedt direct zijn wielercarrière.  Twee schorsingen tijdens je wielerleven is geen sinecure. Er zijn (gelukkig) niet veel renners voor wie dat ook geldt. Zoiets kan niet dus onvermeld blijven. En dat hoort ook in de kop.

Dat in dit bericht volledig voorbijgegaan zou zijn aan het feit dat Scarponi mens met een sportcarrière was, zoals Lidewey Van Noord schrijft, kan ik daarom ook niet beamen. In Bureau Sport uit Erik Dijkstra ook kritiek op de berichtgeving van de NOS. Zijn feiten heeft hij jammergenoeg niet helemaal op een rij en daardoor schetst hij een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

In de gewone wereld én in de sportwereld gaan er nog een boel mensen overlijden wiens leven geen doktersromannetje was. Het heeft geen zin om met z’n allen te gaan voorbeschouwen welke persoonlijkheden ook ‘niet onomstreden’ of woorden van andere strekking genoemd zullen gaan worden. Dat is het ‘fijne’ van journalistiek: je maakt per keer, met de redactie, een afweging. Journalistiek heeft geen handboek, zoiets valt niet in regels te vatten.

In de dagen tussen zijn overlijden en begrafenis duiken er online allemaal mooie filmpjes op van Scarponi. Ik vind het jammer dat ik nooit met hem heb gesproken. Dat hij een graag geziene gozer in het peloton was, daarvan ben ik absoluut overtuigd. En die foto, met zijn zoontjes op zijn rug, daarvan krijg ik nog kippenvel als ik eraan denk. Voor emotie is in de journalistiek absoluut een plaats, maar de waarheid mag er niet onder lijden. De vermelding ‘niet onomstreden’ hoort daarom thuis in en boven een necrologie.


Dit bericht is mijn persoonlijke visie op het geheel, daarom staat het ook op martinello.nl. Dit schrijven moet niet gezien worden als een mening van mijn werkgever. Daarvoor verwijs ik u naar de officiële woordvoerders. 

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig

Het zou zo mooi kunnen zijn: je opent een app op je televisie, je logt in en je kan daar alle WorldTour-wedstrijden bekijken. Live of integraal. Maar helaas. Dat moois is er niet in de wielerwereld. En voorlopig zal dat er ook wel niet komen. Want wie moet de Bernie Ecclestone van het wielrennen worden?

Sinds Eurosport in Nederland én België de exclusieve uitzendrechten van een aantal wielerkoersen heeft bemachtigd, is de zoektocht voor de wielerfan begonnen. Want het is absoluut geen vanzelfsprekendheid meer dat de NOS of Sporza je favoriete wielerkoers uitzendt. Steeds vaker zal je af moeten stemmen op Eurosport 1 of 2.

De Giro is dit jaar alleen live te zien op Eurosport

Daar is natuurlijk niks ergs aan. Afgezien van een boel reclameblokken kan je op Eurosport prima koers kijken. Sterker nog, ze zenden soms de meest prachtige wedstrijden uit die ik anders nooit gezien zou hebben. Maar weet iedereen in Nederland en België de weg naar deze zenders te vinden? Ik vrees van niet. En wat vinden adverteerders en organisatoren van minder kijkers? Ik weet het antwoord wel…

Wie heeft wat?
In de praktijk zijn er twee grote wielerorganisatoren: de RCS en de ASO. Zij hebben het verreweg het meerendeel van de belangrijkste wielerkoersen in hun portefeuille.  Maar er zijn ook nog tientallen losse organisatoren, koersen die alles zelf organiseren en zelf contact leggen met de diverse zendgemachtigden. Al deze factoren zorgen voor een diaspora.

Een kleine greep uit de rechten van ASO en RCS

Voor Milaan-Sanremo moet je bij de RCS zijn. De Ronde van Vlaanderen valt onder Flanders Classics, maar de rechten worden weer los verhandeld. Parijs-Roubaix is van de ASO en de Amstel Gold Race is onafhankelijk. Zie daar de problemen die kunnen ontstaan / ontstaan aan het zijn: elke zondag moet je op een andere zender afstemmen om een klassieker te zien. En, objectief gezien, dat is voor niemand goed.

Ik zou het waanzinnig fijn vinden als de grote spelers in de wielerwereld de handen in elkaar slaan en ervoor zorgen dat de 37 grootste wielerkoersen onder één vlag gaan opereren. Dat is de enige manier waarop de wielerwereld zichzelf een beetje kan gaan redden. Sommige wielerkoersen worden anno 2017 nog georganiseerd door vrijwilligers die niet weten wat er met de rechten van hun koersen gebeurt.

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig. De man die in de jaren zeventig de F1-teams verenigde en de uitzendrechten als één pakket verkocht. De rest is geschiedenis. En ja, natuurlijk was Bernie een aparte en heeft hij de opkomst van social media totaal verkeerd ingeschat. Maar dat laatste zal door een de nieuwe wielerBernie zeker niet gebeuren.

Ronde van Catalonië

Quid pro quo
Alle 37 WT-koersen zien er dan hetzelfde uit in beeld. Alle 37 wielerkoersen zijn te zien via de eigen app en/of op televisie. Alle WorldTour-ploegen delen mee in de opbrengst van de televisierechten. Zoals het hoort.

De kijker is de winnaar. Al zal die kijker voor extra dingen wel wat centjes op tafel moeten gaan leggen. Want voor niks gaat alleen de zon op. Kijk naar de NBA, de MLB en de Champions League. De fans van die sporten weten waar ze aan toe zijn: compleetheid en kwaliteit. Wil je altijd je favoriete team zien en niet afhankelijk zijn van de keuze van een televisiemaatschappij, dan zal je een extra pakketje aan moeten schaffen. In het wielrennen wordt dat niet anders.

Wat ik daarmee probeer te zeggen: de nieuwe Bernie zal het mes aan twee kanten willen laten snijden. Hij of zij zal zijn rechten ook ‘gewoon’ verkopen aan de Eurosporten, Sporza’s en NOS’en van deze wereld. De gewone, ouderwetsche televisie blijft heilig én een melkkoe.

WorldTourTV
Vanzelfsprekend zullen de Grote Rondes en de zes monumenten altijd wel ergens op televisie te zien zijn. Maar ik wil dolgraag 100 euro per jaar neerleggen als ik daarmee via een app op mijn tv gegarandeerd goed beeld heb van de Tour Down Under, Ronde van het Baskenland, GP Plouay en alle andere topkoersen. Nu moet ik voor een groot aantal van de WorldTour-wedstrijden op zoek naar duistere live-streams, waar ik gek word van de pop-ups. Één ding is daarbij zeker: daarvan belandt geen cent in de wielercommunity.

Velon, een samenwerkingsverband van elf WorldTour-ploegen, doet hard zijn best om bovenstaande te regelen. Maar zie daar ook weer het probleem: het zijn er elf. De zeven andere ploegen die uitkomen op het hoogste niveau doen niet mee. Bijvoorbeeld: hebben de Velon-ploegen een akkefietje met de ASO, de organisator van de Tour, staan de andere ploegen gewoon wel aan de start. Voila, daar is de verdeling weer.

De rol van de UCI? Ja, de internationale wielerbond is de grote afwezige in bovenstaand verhaal. Zij spelen totaal geen actieve rol. Zij en de ASO ruziën af en toe wat met elkaar over wie waar mag starten, maar daar houdt het dan ook bij op.

Mr. Ecclestone.

I Have a Dream
Mijn grote droom: laat de ASO de Bernie worden van het wielrennen en zorgen voor eenheid in de sport. Alle wielerkoersen worden door de Fransen in beeld gebracht. Zij verkopen de uitzendrechten en verdelen het geld over de wielerploegen, die met één stem spreken. Zorg voor een goede directie waar organisator, ploeg, renner evenveel te zeggen hebben. Dan kan het echt wat worden. En zijn we af van individuele grillen van organisatoren en zendgemachtigden.


Ja. Het klopt dat ik werk voor de NOS. Bovenstaande is echter geheel op persoonlijke titel geschreven.