Dirty Kanzelled, schitterende slooptocht van 320 km gravel

Ineens een appje van Stefan Bolt, ergens in mei. “Ik bedacht mij net, waarom rijd je Dirty Kanzelled niet met mij? Richting Veluwe, lekker vanuit huis, rustig tempo. En vooral adventure!” En zo kwam het dat afgelopen zaterdag mijn wekker om 04.20 ging en ik dik anderhalf uur later aan een graveltocht van 320 kilometer begon. Vanuit Naarden naar de Achterhoek en weer terug. De ene dirt road nog mooier dan de ander. Het werd een dag om nooit te vergeten.

Het was natuurlijk een uitstekend idee van de heren Laurens ten Dam en Stefan Bolt, magisch duo van de Live Slow Ride Fast-podcast: Dirty Kanza werd afgelast, hun trip naar misschien wel de mooiste gravelrace ter wereld ging niet door en dus bedachten ze hun eigen gravelfeestje en riepen anderen op dat ook te doen. De regels waren makkelijk en overzichtelijk. Bouw zelf een route van 100 of 200 mijl (160 of 320 kilometer) met zo veel mogelijk gravel, starten om 06.00u precies en bouw een feestje na afloop. Honderden renners wereldwijd (!) konden zich daar prima in vinden.

De start van Stefan en mij vindt plaats in de vesting van Naarden. Laatste gepruts aan het materiaal, mouwstukjes uit, mouwstukjes aan, nog één keer poseren voor de lens van cameraman Bruno weg zijn we. De eerste stroken gaan over voor ons bekend terrein. De prachtige gravelpaden van Huizen, Eemnes, Soest en Zeist kennen we van onze lokale rondjes. De kilometers gaan vlot, we lachen hard en veel en hebben er nog steeds erg veel zin in.

De eerste serieuze beproeving maken we mee in de afdaling van de pyramide van Austerlitz als we achter de auto van Bruno belanden. Hij volgt ons deze dag voor een heuse Dirty Kanzelled after movie en vindt het een uitstekend idee om voor wat ‘vette shots’ vlak voor ons te gaan rijden. Vanuit de kofferbak filmt hij ons terwijl zijn Ford een verschrikkelijk grote stofwolk produceert. Hartstikke lachen natuurlijk. Maar waar Stefan zich verschuilt achter zijn zonnebril (formaatje lasbril) rijd ik met mijn ogen dicht. Ik ben die ene persoon die zich zonder zonnebril op de fiets begeeft. En hoewel ik daar nu, 36 uur later, nog spijt van heb, stellen we niet teleur. Met een zicht van ongeveer een meter hopen we maar dat we veilig beneden komen, ons focussend op de remlichten van de auto. Alles voor het perfecte plaatje.

De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht als we het Let de Stigterpad opdraaien, een prachtig weggetje over de Utrechtse Heuvelrug. Later wordt het nog mooier als we langs Leersum rijden. Rechts jong, groen graan en links een prachtige bomenrij. Zoveel mooie natuur, zo’n prachtige omgeving, zulke fijne onverharde weggetjes. “Waarom ben ik hier nog nooit eerder geweest?” vraag ik mijzelf voorzichtig af. Ik heb geen antwoord op die vraag. Dolblij ben ik wel dat ik hier nu vandaag rijd. “Mooiste dag op de fiets? Nou, hij staat zeker in de topvijf”, denk ik na een kilometer of vijftig. Die mening zal niet veranderd zijn, blijkt 270 kilometer later.

De stopjes die we maken zijn kort en bondig. We gooien snel onze windjasjes en mouwstukken in de auto (Stefan wil vast niet dat ik dit opschrijf, het is immers tegen zijn eigen regels, maar hey, het is zíjn feestje.) en we steken een extra reepje of gelletje bij ons. Het gaat een lange dag in het zadel worden. We moeten goed en veel eten. Dat houdt in: ook voer naar binnen stoppen als je geen trek hebt. Eten om het eten. Daar was ik jarenlang erg goed in, maar ik ben geen fan van wieler-eten. Maar het moet, en dus stouw ik vrolijk een bananachocofudgekoekje van 300 calorieën weg. Ik heb ze nodig, want aan het einde van de dag blijkt dat ik bijna 9.000 calorieën verbrand heb.

‘Gruppetto Goed Zo’ rijdt vrolijk verder. Zo hebben we ons voor vandaag genoemd. We zijn beiden fan van het idioom (en het vakwerk) van Mart Smeets. En met ‘goed zo’ sluit een van Nederlands beste televisiemakers vaak een gesprekje af, om een punt te zetten, om door te gaan naar het volgende onderwerp. Het gebied waar we rijden is voor mij niet nieuw, op de racefiets ben ik hier vaak geweest, maar deze gravelpaden zijn een openbaring. Prinsenveld, Groeperkade, Zwetselaarsepad, Groepsesteeg, Schaapsdrift en Zonneoordlaan. Ze klinken prachtig, bijna mooier dan de namen van de stroken uit Parijs-Roubaix. Maar met die Noord-Franse koers hebben ze wel een ding gemeen: ze maken je kapot en ze matten je af.

Op de Ginkelse heide is het afzien. Want hoewel daar een keurig geasfalteerd fietspad ligt, is de wind hier vol op kop. We doen om en om wat beurten op kop om de energie te verdelen. Ik voel even aan mijn achterrem. Ik heb het gevoel dat-ie aanloopt. Het blijkt niet zo te zijn. Met het materiaal is niks mis. Het zijn de benen die het al enigszins beginnen te voelen. Tel daarbij de licht oplopende weg en de drie Beaufort in onze snoet op en je hebt daar de reden voor het checken van de rem. Voor elke wielrenner een o zo herkenbaar ritueel. Toch?

Onderweg komen we meerdere Dirty Kanzellers tegen. Je herkent ze doorgaans meteen: tasje aan het stuur, in het frame of met achterzakken volgestopt met eten. We maken een praatje met elkaar, wisselen ervaringen uit en vertellen over de route die nog gaat volgen. Geluksvogel van de dag is deelnemer Jurrian die we treffen op een strook die meer doet denken aan het strand van Scheveningen. Hij had even daarvoor een gebroken spaak maar een fietsenmaker die nét open was, had hem binnen een kwartier weer on the road. 

© fietsbenen

Zutphen! Parel van Gelderland. Nog nooit geweest. Ik had altijd een vermoeden dat dat een een of andere Vinex-locatie zou zijn, maar dit stadje aan de IJssel is van grote schoonheid. Een centrumpje dat kan concurreren met dat van Arles, Valencia of Lucca. We worden met open armen ontvangen door slager en wielerfan Harm-Jan Hovenkamp. Hij heeft dan weliswaar geen saucijzenbroodjes waar we ons al de hele ochtend op verheugen en is hij een tikkie beledigd als ik hem vraag om pekelvlees: “dat is iets voor jullie in het westen!”, toch genieten we van zijn filet american, Biltong en diverse soorten plakjes salami. Brood, appelflappen en Zutphense walburgers halen we even verderop. This is f*cking Rock ‘n’ Roll!

We rijden richting Ruurlo over kilometers gravel. We draaien voorzichtig richting het noorden. De wind is op dat moment nog tegen. Maar we tellen af naar Kaap Spinaker, het punt waar we haaks naar links afslaan en vanaf waar we voor de rest van de dag windje-mee hebben. Een megazanderige strook zorgt ervoor dat Stefan en ik ineens honderden meters van elkaar verwijderd zijn. Ik rijd rechts door het kantje, Stefan links. “WTF. Wat rijdt hij ineens hard!”, vloek ik zachtjes. Als ik na een minuut of drie de oversteek maak naar de linkerkant, ontdek ik de reden van zijn goede rijden. Zijn gootje is veel beter te berijden! We ronden Kaap Spinaker, slingeren de zoveelste Insta Story (klik voor hip on demand videoverslag!) met slechte grappen de wereld in en rijden verder. De wind is onze nieuwe vriend.

Toch zit ik er rond een uur of 18.00u (denk ik) even flink doorheen. Want alhoewel we in het tweede deel van de route minder gravel hebben en we even het idee hebben aan Dirty N-weg deel te nemen, krijg ik het even niet meer zo soepel rond. Ik verschuil me achter Stefans ranke dijen en ter hoogte van Gorssel steken we voor de tweede keer deze dag de IJssel over. De veerman en zijn vrouw zijn uiterst aardig, praten honderduit en lijken er plezier in te hebben om twee van deze gekken die onder het stof zitten, over te zetten naar de andere oever.

Zo mooi als Zutphen is, zo verschrikkelijk is Apeldoorn. Achtziljard stoplichten, duizendmiljoen Thuisbezorgdbezorgers en drieduizend bochten. We zullen vast de verkeerde route door de stad hebben genomen, maar okay. Als we Apeldoorn uitrijden, draaien we om. Waarom? We hebben een uiterst slechte grap bedacht over de No Needle Policy, een regel in het wielrennen die renners verbied om medicatie via een naald toegediend te krijgen. En waar kan je die grap beter opnemen dan bij het Apeldoornse monument De Naald. Zelf vonden we het in ieder geval erg grappig…

Mooiste strook van de dag is absoluut die van Kroondomein Het Loo. Kilometers lang hard, mooi, fijn gemalen gravel. De zon schijnt nog en er is geen enkele andere fietser meer te bekennen. Het zal vast wel van de moeheid komen, maar ik word er emotioneel van. We rijden een beetje uit elkaar. Niet meer omdat er iemand van ons een beter gootje te pakken heeft, maar omdat we allebei even willen genieten van het moment. Wat is het hier mooi. En wat hebben we een schitterende dag. Beautiful Kanzelled had het ook kunnen heten, maar ja, dat bekt weer niet zo lekker.

Het is half negen als we bij Eemdijk op de pont een laatste blikje sinas (de cola was uitverkocht) wegtikken. Ik ben hemelsbreed misschien tien kilometer van huis, maar we rijden de andere kant op, naar Naarden, daar waar we vijftien uur geleden zijn vertrokken. Als we langs de boorden van het Gooimeer en met een een flauw avondzonnetje in ons gezicht de laatste strook van de dag pakken, is het eind in zicht. Als we even later onder luid gejuich van de Naardense hangjeugd over de finish rollen, is de pijp definitief leeg. Ik leg mijzelf languit neer op een bankje en moet echt even een paar minuten blijven liggen. Ik ben op, kapodt (sic) en moe tegelijk. Bruno maakt zijn laatste mooie foto’s en filmt zijn SD-kaartje vol.

In Huize Bolt drinken we een emmer chocomel en een steenkoude Kwaremont. Die laatste hakt er in als een malle. Ik hijs mijzelf van mijn stoel, geef Stefan een luchthug (coronaproof, yolo!) en laad mijn fiets in de auto. Dirty Kanzelled zit erop. Schitterende dag, fantastische route in uitermate fijn gezelschap. Ik had het voor geen goud willen missen.

 

5 gedachtes over “Dirty Kanzelled, schitterende slooptocht van 320 km gravel”

  1. Wat een heerlijk verhaal! En een nog mooier fietsavontuur! Beetje jaloers op hoor. Enne, de Zonneoordlaan is 75 meter bij mijn huis vandaan! 😀

  2. De liefde voor de fiets spat van het artikel af: hulde! Inspiratie pur sang, op naar het volgende avontuur

Laat een reactie achter op Sanne van Zanten Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.