Hoe ik van minder eten en meer fietsen nogal gelukkig werd

Het zijn van die dingen waarvan je je afvraagt waarom je er eigenlijk niet veel eerder mee bent begonnen. Maar afgelopen najaar was ik het eigenlijk een beetje zat. Sinds 2009 fiets ik gemiddeld vijf- tot zesduizend kilometer per jaar en eet daarnaast eigenlijk gewoon alles wat los en vast zit. Uit beide dingen haal ik veel genoegdoening; mijn conditie is prima in orde én ik kan – omdat ik door het vele fietsen niet tonnetje rond word – mooi genieten van alle broodjes kroket, gevulde koeken, blikjes cola en boterhammen met kaas voor het slapen gaan. Om over de Westvleterens, Mooie Nel IPA, Westmalle Tripel en de bijbehorende Provençaalse borrelnoten maar te zwijgen.

Mei 2018, bijna thuis na Rondje IJsselmeer.

Jarenlang sta ik niet op de weegschaal. En als ik er dan toch eens op ga staan, blijft de meter hangen bij 94 kilo. Als je rondfietst op het vlakke merk je daar weinig van en als er gesprint moet worden valt het allemaal ook wel mee. Maar zodra de Nederlandse grens gepasseerd wordt en het landschap ineens bergen gaat vertonen, wordt het voor mij ineens een ander verhaal. Waar vrienden van mij al kletsend naar boven kunnen rijden als we weer een paar dagen in Calpe op ‘trainingskamp’ zijn, moet ik echt volle bak rijden om ze enigszins bij te kunnen houden.

Zoals gezegd, jaren gaat dat prima. Zelfs als ik in de zomer van 2018 een wielershirt moet terugsturen naar de fabrikant: XL is te klein, ik moet een XXL hebben. Toegegeven, de (veel te dure, maar o zo mooie) shirts van Pas Normal Studios vallen echt bizar klein, want van alle andere merken pas ik prima in een XL. Pas Normal stuurt keurig een XXL terug, maar zelfs die is veel te klein. Ik voel me als Peter Beense in een tutuutje. Het Michelinmannetje-shirt belandt aan een hangertje in de kast en is er sindsdien nog maar één keertje uitgekomen, maar daarover later meer.

Eind april 2019 gaat de knop voor het eerst een beetje om en begin ik langzamerhand eens na te denken over dat gefietst van mij. Als ik het straks in Toscane – lang leve de zomervakantie – een beetje fatsoenlijk de bergen over wil, moet er toch eens een keer wat veranderen. Ik besluit om – als het kan – eigenlijk altijd op de fiets naar het werk te gaan. Vijftien kilometer heen, vijftien kilometer terug. En als het even kan met een lusje heen en/of terug. Over de hei van Hilversum en door de bossen van Baarn en Soest. Je kan het slechter treffen, woonwerktechnisch.

Een nare blessure en bijbehorende operaties gooien in mei en juni roet in het eten. Ik kan 45 dagen niet fietsen, moet een streep zetten door mijn grote liefde The Longest Day en fiets tijdens de Tour de France voorzichtig weer een beetje in de rondte. Als het rond Colmar een beetje bergop gaat, zie ik vriend en collega Herman van der Zandt als een stipje aan de horizon verdwijnen. Conditie prut, gewicht nog steeds rond die 94 kilo en achterin de NOS-Toyota een koelkast vol met Lagunitas, Leffe Blond en Westvleteren.

Lachen lukte nog net, bergop in Colmar

In Toscane rijdt ik als een natte krant de Monte Serra op. Ik zie mijn tellertje af en toe onder de zes kilometer per uur schieten. De ene na de andere fluo Italo rijdt mij dansend voorbij. En hoewel ik met die lokale vedergewichten nooit zal kunnen (en willen) concurreren, is het toch de rit die definitief het roer omgooit. Ná de vakantie ga ik aan de slag: minder eten en drinken en het fietsen naar werk pak ik na een valse start weer op.

Door mijn werk en interesse in de wereld van de topsport, heb ik veel gehoord en gelezen over de problemen die er in deze wereld zijn met gewichtsverlies bij topsporters. En hoewel ik mij in de verste verte niet wil meten met het niveau en de prestaties van deze atleten, besluit ik toch om eens langs te gaan bij een diëtist. Het lijkt me verstandig om me eerst te laten informeren over wat verstandig is en wat niet. Want ik ken mijzelf een beetje: ik ben het type dat van de een op de andere dag overgaat op een regime van water en stengels bleekselderij om er na twee dagen achter te komen dat je je daarvan doodongelukkig voelt, knetterhonger krijgt, bloedchagrijnig wordt en duizelig in je bed ligt.

De woonwerkroute

De kennis en hulp bij het Sport Medisch Centrum in Amersfoort is vakkundig en laagdrempelig. Diëtiste Celine neemt in het eerste gesprek alle tijd. Ze wil alles van mij weten: hoe ik eet, wat ik eet, waarom ik dat doe, wanneer ik dat doe, hoeveel ik fiets, hoe ik train, wat ik doe na het trainen, waarom ik gewicht wil verliezen en hoeveel ik dan wil verliezen. Na ongeveer anderhalf uur sta ik buiten. In mijn hand een printje van de slimme weegschaal. Mijn gewicht is 94,7 kilo. Met een lengte van 1,97 meter (Vansummeren-style!) betekent dat een Body Mass Index (BMI) van 24,4. Dat is net onder de grens van 25. Daarboven heb je – op papier – overgewicht.

In mijn mailbox vind ik een dag later een uitgebreide handleiding voor mijn nieuwe eetpatroon. Vrij overzichtelijk en absoluut geen ingewikkelde recepten. Ik begin met een bak flinke kwark met wat muesli, eet tussendoor een stuk fruit, lunch met twee volkoren boterhammen of crackers, een soep en wat rauwkost of een omelet met veel groente. ’s Avonds kan ik dan gewoon warm eten, al is het devies om niet te veel koolhydraten te nuttigen. Dus vis of vlees met veel groenten en easy on de pasta, aardappels en rijst.

Zondagochtendrit met vrienden van RTV Tempo

De eerste dagen vallen me zwaar. Ik zit af te tellen naar de tussendoortjes. Als ik rond half elf aan mijn appel mag beginnen, eet ik het gehele klokhuis erbij op. En als Nieuwsuur begint, eet ik één voor één de 25 gram ongezouten nootjes op. Het is een wereld van verschil met ‘vroeger’. Toen ging er halverwege de ochtend een gevulde koek in, bestond de lunch minimaal uit een kroket of frikadel en liep ik ’s middags twee keer naar de koelkast voor een blikje échte cola. Taart van jarige collega’s sloeg ik nooit over, graag nog een tweede ‘stukje voor de smaak’ om thuis aangekomen een biertje en bij het eten een glas wijn te drinken. Dit eetpatroon was een gewoonte voor mij geworden. Ik voelde me er lange tijd prima bij. Want zo’n toastje met brie en chutney op een doordeweekse avond; waarom zou je dat nou laten staan?

Na een dikke week merk ik ineens verandering. Ineens is dat hongerige gevoel weg, zit ik niet meer naar de klok te kijken hoe lang het nog duurt tot de lunch en begin ik fitter te worden. Ik drink nog maar twee dagen in de week alcohol en merk dat ik veel beter begin te slapen. Het fietsen naar werk is even wennen: ik ben van deur tot deur iets langer onderweg en met een rugtas op fietsen is iets meer gedoe dan met een podcastje aan in de auto stappen. Maar het is het waard.

1100 lumen en volle bak naar huis

Een maand later het eerste weegmoment. Ik heb gevoel alsof ik een belangrijk tentamen moet maken: heb ik er wel genoeg aan gedaan en wat als ik straks een onvoldoende krijg? Ik ben bijna drie kilo kwijt, de teller stopt bij 91,9 kilo. BMI is gedaald naar 23,7. Met enige trots rijd ik met de auto naar huis om me gauw om te kleden. Snel de woonwerk-outfit aan – uiteraard bewaren we de mooie wielerkleding voor de échte vrije tijd – en met een klein omweggetje naar de redactie toe. Ik ben nog lang niet de Brice Feillu van Midden-Nederland, maar voel me goed!

Het is begin november als ik weer eens voor mijn kast met wielerspullen sta. De zomershirts moeten maar eens plaats gaan maken voor de overschoenen, wanten en lange broeken. In mijn handen het XXL-truitje van Pas Normal, also known as het Michelinmannetje-shirt. Zal ik het eens passen? Waarom ook niet. Niemand die het ziet, toch? Tot mijn grote verbazing past het! Het liefst zou ik meteen naar de schuur rennen, mijn De Rosa van zijn hanger tillen en een rondje door de polder stampen.

Woensdagmiddagcross

Terwijl mijn vetpercentage langzaam daalt, neemt ook mijn spiermassa af. En daar is mijn diëtiste bij het derde bezoek iets minder over te spreken. Ik moet ’s avonds in plaats van niks (jaja, het nootjes tellen is verleden tijd) toch een bakje kwark naar binnen wurmen. En to be honest, dat lukt vaker niet dan wel. Het voelt als opstaan met sushi, het smaakt als een lik sambal over je appeltaart, het is alsof je een scheut fristi door een goed glas whiskey gooit.

Met name in de tweede helft van december laat ik de teugels even vieren. Voor mijn gevoel zit ik weinig op de fiets, maar dankzij een rondje Markermeer op Derde Kerstdag zet ik toch een persoonlijk record in december neer. For what it’s worth.

201 kilometer in 7 uur en 1 minuut

Inmiddels – het is begin februari – staat de weegschaalteller op 84 kilo en heb ik een BMI van 21,6. In een maand of zes ben ik – met uitzondering van een dikke week – door gewoon ‘normaal’ te eten en ongeveer vier keer per week te woonwerkfietsen – 10 kilo kwijtgeraakt. Als ik hier in Soest en omgeving de bekende heuveltjes oprij, merk ik dat het veel en veel makkelijker gaat dan voorheen. Halverwege kan er nog een tandje bij en spring ik – als het moet – moeiteloos naar een groepje toe. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik me zo fit heb gevoeld.

Had ik hier eerder mee moeten beginnen? Daar lijkt het – als je de eerste zin van dit stukkie leest – wel een beetje op. Maar nee, het kwam eigenlijk op het goede moment. Je moet zoiets pas in gang trekken als je er zelf klaar voor bent. Het heeft geen zin als je meer genoegen haalt uit wél een stukje taart eten dan het kunnen laten staan. Ga pas overstag als je een doel hebt, als je weet waar je het voor doet. Maar doe het wel met professionele begeleiding, die mensen hebben ervoor gestudeerd en weten hoe een lichaam werkt. Want dat is voor iedereen weer anders.

Zomeravondfietsen

Halverwege maart ga ik weer naar Calpe. De Cumbre del Sol, de Coll de Rates en de ellendige klim naar Castell de Castells. Ik ben ontzettend benieuwd naar mijn tijden vergeleken met de vorige keren. Op papier moet ik door alleen het gewichtsverlies al 1,5 kilometer per uur harder bergop rijden. We zullen zien. In ieder geval zal het kunnen dragen van dat Pas Normal-shirt mij een moraal geven van heb ik jou daar. Maar misschien wel belangrijker: ik voel me fitter en frisser dan ooit.

24 gedachtes over “Hoe ik van minder eten en meer fietsen nogal gelukkig werd”

  1. Leuk om te lezen en heel herkenbaar. Door wat maag problemen ben ik ongeveer 15 kg kwijt. Bmi is nu 19 en vet% 12. Alles gaat mij makkelijker af, hardlopen, fitness maar vooral t fietsen. Van maximaal 40 km ploeteren naar 100 km als eerste rit van het jaar. Hou vol en zet hem op in Calpe.

  2. Goed verhaal. Herkenbaar ook! Bij mij zorgde de omslag voor het uitrijden van de Cape Epic. 😉 En als je de route over de 720 naar Castell pittig vindt, moet je nog eens van Castell naar de kust terug rijden (naar beneden dus) en dan na een tijdje links afslaan naar Benimaurell. Caramba!

  3. Mooi verhaal, ik ben begin dit jaar serieus op mijn voeding gaan letten. 1-1-20 stond de weegschaal op 115,5 kg. Op 1-2-20 was is 110 kg. Nog minimaal 20 te gaan. Je verhaal geeft nog wat extra motivatie Martijn.

  4. Mooi verhaal, en herkenbaar. Ik ben me na mijn studententijd ook rot geschrokken. 102 kg woog ik, bij 1m85. Veel en veel te zwaar. Door te gaan fietsen en stelselmatig (dus niet tijdelijk) mijn voedingspatroon te veranderen ben ik naar mijn huidige gewicht van rond de 74 kg gekomen.

    Als ik wil kan daar nog wat vanaf, maar dat vind ik het niet waard. Ooit heb ik voor de Marmotte mezelf afgetraind naar 70, maar dat beviel niet. Ik had het hele dag koud en werd snel ziek. 74 is voor mij een prima gewicht. Met 10-12k/jaar fietsen kan ik dan nog best wel wat eten, en ik las ook periodes in dat ik de teugels wat laat vieren. Wat voor mij goed werkt is door de week streng, en in het weekend iets relaxter.

    Taart op het werk neem ik alleen als ik het écht lekker vind, en dan alleen een klein stukje. Of ik schrap een boterham bij de lunch.

  5. Goed dat je dit deelt Martijn!

    Is het goed vol te houden? Wel af en toe toastje met brie blijven pakken he! (maar dan wel de beste brie die er te krijgen is).

  6. Volgens mij is dit voor velen een herkenbaar verhaal, maar je hebt karakter en doorzettingsvermogen nodig om het voor elkaar te krijgen. Succes alvast in Toscane, dat wordt genieten 🙂

      1. Martijn,

        Excuses voor mijn veel te late reactie! Wat tof zeg, ik meende mij de fiets (de blauwe Italiaanse volbloed) al te herinneren.

        Wat maak je een prachtige tochten en leuke verhalen! Hopelijk komen we elkaar nog eens tegen.

        Groet,

        Theo

  7. Na de podcast moest ik dit verhaal natuurlijk nogmaals lezen… Respect hoor 10kg eraf. En zo herkenbaar fietsmaten die makkelijkere klimmen. Nu ben ik niet de allerslechtste klimmer maar 83kg vs 63kg is gewoon een oneerlijke strijd! Ach je moet maar zo denken in de polder zitten ze te janken in je wiel want ze waaien bijna weg….

    Groeten en ps blijf zo spontaan, open en ‘onhandig’ in de podcast

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.