The Longest Day, een slopende topdag van 440 kilometer

Na zeventig kilometer lig ik ineens op het asfalt. Ik hang achteraan in de groep, voor mij rijden er twaalf vrienden twee aan twee. Zij rijden wel allemaal vakkundig om die ene steen heen. Ik heb ‘m niet gezien en klats met mijn hoofd op het asfalt. Broek en shirt kapot, maar vooral een flinke deuk in het moraal. Maar kan ik nog door? Het gaat toch niet zo zijn dat ik na maanden trainen en vooral voorpret hier om 07.00 uur ’s ochtends in Holwerd mijn Waterloo ga vinden? Alles doet zeer, maar fietsen kan ik wel. Ik voel me een prutser: hoe kan ik zo stom zijn en die steen niet zien.

Vreugde bij aankomst in Vlissingen

Terwijl Aart – MacGyver – Vierhouten mijn zadel met rubbers en tape weer aan mijn frame monteert zegt Johnny Hoogerland met een grote glimlach: “Kom op hè, toen ik in het prikkeldraad lag, fietste ik ook gewoon door”.  En gelijk heeft-ie. Doorrijden zal ik. Al moet ik met één been verder. Dit is niet alleen de langste, maar ook de mooiste dag van het jaar.

Enkele dagen eerder kijken we met verbazing naar de weersverwachting voor de 21ste. Na dagen van de meest prachtige wind uit het zuidwesten, wordt er ineens windkracht vijf uit het noordwesten verwacht. We gooien de plannen om en kiezen ervoor om in plaats van Vlissingen – Delfzijl van Delfzijl naar Vlissingen te rijden. De eerste tweehonderd kilometer wind tegen. Om ‘m daarna schuin in de rug te hebben.

Groningse nachten zijn kort (vrij naar Brabantse nachten zijn lang)

Om 04.00 uur rijden we na een korte nacht weg in Delfzijl. Het is nog donker, het regent een beetje. Over de grote baan naar het westen. Met achter ons de ploegleiderswagen van Roompot met de alarmlichten. Ik moet denken aan ‘Riders On The Storm’ van The Doors terwijl ik mijn eerste bidonnetje achterover tik. Vorig jaar te weinig gedronken, dat gaat me niet nog een keer gebeuren.

Na een uur worden we ingehaald door een een politiewagen met zijn zwaailichten aan. Oh oh, denken de meesten van ons. Dit kan wel eens een vervelend gesprek gaan worden. Gelukkig heeft de politie-agent een andere prioriteit want op hoge snelheid rijdt hij door.

Selfie!

De sfeer zit er ondertussen goed in. Johnny zorgt voor het broodnodige vertier op de fiets en er wordt veel gelachen, gegeten en gedronken. Vlak voor het Lauwersmeer nemen we een verkeerde afslag. Met de gedachte dat het wel goed komt, belanden we tijdens de tweede editie van onze Longest Day op een ieniemienie fietspad over een militair terrein. Hilariteit alom.

Ineens is daar Moddergat, Friesland. Aan mooie plaatsnamen zeker geen gebrek vandaag. Over schuine dijken, tussen de schapen door en af en toe over een hek. Inmiddels begrijp ik waarom deze paadjes niet op Google Maps te zien waren. Niemand die het vervelend vindt, we zijn met z’n dertienen op de fiets gestapt om een avontuur aan te gaan. Dan hoort dit er ook bij. Onze gemiddelde snelheid zakt wel tot onder de dertig kilometer per uur. Maar ach, zo hebben we langer om van deze dag te genieten, toch? Want daar draait het vandaag om.

Ineens snap je waarom dit niet op Google Maps staat

Na het kleine oponthoud bij Holwerd, laten we het daar niet meer over hebben, is daar ineens Harlingen. Tijd voor koffie en taart om vervolgens aan het Monster van een Afsluitdijk te beginnen. Daar komt 35 kilometer lang de wind overal vandaan, behalve van achteren. Iedereen ziet af als een beest, het is erg moeilijk om het wiel te houden. We proberen een waaier op te zetten, maar na een minuut of tien is-ie aan flarden. Dertien renners rijden verspreid over honderd meter over de langste dijk van Nederland. We zijn een slagveld op wielen. Smeets had met een luide stem ‘hier kan je zo de tune van MASH onder monteren’ geroepen. Vond ik altijd erg als-ie dat zei (deed-ie namelijk nogal vaak), maar nu moet ik erom lachen als ik eraan denk.

De Dijk

Terwijl iedereen vecht voor wat-ie waard is, is het tegelijkertijd ook een prachtig gezicht. Iedereen in hetzelfde prachtige wielertenue (grote, grote dank aan 36 Cycling!) en met dezelfde helm op (POC, geweldig, jullie fijne Octal heeft er voor gezorgd dat ik door kon rijden en wij ons bovendien bien soigné door Nederland konden verplaatsen) vechtend tegen de verschrikkelijke noordwester.

Gelukkig naderen we Callantsoog. Met een uur achter op het ideale schema storten we ons als uitgehongerde buffels op de door de vrouw van Herman bereide pasta en worstjes. Om vervolgens nog even kilo’s winegums en Twixen weg te werken. Niet echt wielervoer (échte reepjes, poeders en gelletjes zitten dankzij MIR Sportmarketing al in onze achterzakken) maar ach, wat geeft het. Iedereen geniet van het moment maar heeft ook enige vrees voor de 250 kilometer die dan op het programma staan.

Keren en draaien door de duinen

Omdat we vanaf nu grotendeels naar het zuiden rijden, hebben we de wind schuin van achteren. De druk kan dus iets van de pedalen. Al zorgen de honderden duinen en duizenden bochtjes ervoor dat van bijkomen niet echt sprake is. De omgeving maakt veel goed, dit gedeelte van Nederland is (ook) prachtig om doorheen te fietsen.

Onderweg toevallig (?) op de foto gezet door Philip Mees (@webmeester)

Via het pontje bij IJmuiden komen we in Noordwijk voor een klein appeltaartje. De teller heeft dan nog niet de 300 gepasseerd. Met de ervaring van vorig jaar in ons achterhoofd, weten we dat het vanaf nu zwaar gaat worden. De kilometers beginnen te tellen. Ploegleiders Pascal Clement en Han Kock houden de moed erin en blijven goed voor ons zorgen. Zonder hun hulp en ondersteuning was deze dag niet mogelijk geweest. Het is bijzonder fijn dat als je ergens aankomt voor een kleine stop je direct een warme tosti in je handen krijgt gedrukt. Jongens, jullie zijn helden.

Emoties na weer een goede verzorging van Han en Pascal

Na Noordwijk volgen Den Haag en Monster. Op en af door de duinen. Ik heb het hier mega-zwaar, telkens op en af, telkens keren draaien, telkens weer aanzetten. We bereiken Hoek van Holland. Twaalf kilometer met de wind vol in de rug naar Maassluis. Ik zit steenkapot, maar dit zijn twaalf heerlijke kilometers. Vanaf nu nog honderd kilometer naar de finish in Vlissingen. Een mentaal fijne grens, maar makkelijk gaat het absoluut niet worden.

Blijheid op wielen

Gelukkig komen de goede benen enigszins terug. Maar dat kan ook komen omdat ik onwijs veel zin heb in een koude IPA en een grote schaal bitterballen. Op de Oosterscheldekering, als de zon bijna onder is en Vlissingen binnen handbereik, is de moraal bij iedereen helemaal terug. We hebben het weer gedaan met z’n allen, we zijn er bijna. We maken nog even een boel foto’s en filmpjes van elkaar – wielrennen blijft een modeshow – en langs het kanaal tussen Middelburg en Vlissingen wordt er nog een keer volle bak doorgereden. Waarom we dat doen, weet niemand.

Oosterscheldekering, IPA en bitterballen binnen handbereik

Feit is dat we om precies 23.00 uur arriveren. Vijftien uur in het zadel, met een gemiddelde van net geen 30 kilometer per uur. Iedereen doet met veel plezier zijn verhaal voor de microfoon van Han Kock om niet lang daarna in café de Concurrent de etappe tot in detail nóg beter na te bespreken.

Een ontzettend fijne dag, met veertien hele fijne vrienden. En zo resoluut als ik vorig jaar schreef “dit doe ik nooit meer”, zo resoluut schrijf ik nu “ik kan niet wachten op de editie van 2019”.

6 gedachten over “The Longest Day, een slopende topdag van 440 kilometer”

  1. Knap werk van jullie een diepe buiging.
    Volgend jaar den helder-maastricht?
    En waar anders kun je 440 km rijden met maar 875 meter hoogte verschil.

  2. Mooi man. Ik organiseer op 21 december overigens ‘the shortest day’; een epische etappe van het Domplein naar het Ledig Erf. Interesse?

  3. Mooi verhaal! Afsluitdijk doet me denken aan mijn Homeride in 2013. Toen met een zuidwester over de afsluitdijk ri Den Oever. Regen en hagel kwam horizontaal voorbij. Snelheid soms onder de 15 km/u.
    Aan einde dijk helemaal stuk met nog 350km te gaan. 30 min opgewarmd in teambus en toen weer met volle moed verder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.