Mountainbiken in Marokko; bucketlistmateriaal

Dat het zo onwijs gaaf zou zijn, dat had ik van tevoren niet gedacht. Vijf dagen mountainbiken door het Marokkaanse Atlasgebergte is een fietsvakantie geworden om nooit te vergeten. Met veertien vrienden in hitte, over onverharde wegen en door prachtige landschappen. Ik had het voor geen goud willen missen.

Elk jaar in de eerste week van september wordt er ‘De Hel’ georganiseerd. Wat in 1993 begon – ondergetekende was toen tien en had geen idee – is inmiddels uitgegroeid tot een heuse traditie: een kleine week weg met goede vrienden, racefietsen mee, overdag lekker karren, uitgebreid lunchen, ’s avonds weer goed eten, drankje erbij natuurlijk. En dat allemaal in en rondom een groot gehuurd landhuis.

Zo verbleven we de afgelopen jaren onder andere in Yorkshire, Girona, Toscane en de Dolomieten. Uitstekende locaties, meer dan prima. Maar de organisatie (ondergetekende incluis) van 2017 sloeg even een andere weg in. Geen luxe zoals hierboven beschreven, maar toch werd ‘De Hel’ van dit jaar er eentje als een sprookje uit 1001 nacht.

De reis begint op zondag 3 september en is vanuit Nederland grotendeels geregeld door TransAtlas Bike. Wijzelf bleken niet in staat om lokaal gidsen, hotels, huurfietsen en ga zo maar door te regelen. Steven, de eigenaar van TransAtlas, had die kennis wel en heeft voor ons een meer dan perfecte week afgeleverd. Onze dank aan hem is oneindig.

Aangekomen op het vliegveld van Marrakech staat een taxibusje ons keurig op te wachten en brengt ons naar het hotel. Onderweg nog even pinnen (want dat is de komende dagen niet meer mogelijk) en naar bed. Morgen vroeg weg voor een transfer van twee uurtjes. Weg uit de bewoonde wereld, richting onze gidsen en onze fietsen voor de komende vijf dagen.

En ja hoor, verrek. Daar staan ze ineens: vijftien mountainbikes omringd door Saïd – onze gids voor de komende dagen – en zijn vijf assistenten. Iedereen kleedt zich om, vult zijn CamelBak en rijdt een testrondje. Een uurtje later zit iedereen op de fiets en rijden we weg. Het grote avontuur tegemoet. Weg van alle luxe waar we de voorgaande edities in hebben geleefd.

We rijden gemiddeld 75 kilometer per dag. Met een gemiddelde van tussen de 11 en 14 kilometer per uur. Harder gaat het op de onverharde wegen (of moet ik zeggen ‘wegen’) van Marokko eigenlijk niet. Sommige klimmen zijn lang, steil en zwaar en de afdalingen zijn door losliggende stenen en zand te link om vol naar beneden te rijden. Maar niet hard kunnen rijden is deze week helemaal niet erg. Het landschap is prachtig en elk uur totaal anders. Waar de handen met dit gezelschap vaak onderin de beugel verblijven, zijn ze nu drukker met het maken van foto’s.

Op een gegeven moment dirigeert Saïd ons van de weg af. Het is tijd om te lunchen. Maar niemand heeft onderweg een restaurant gezien. En dat gaan we hier, onder deze paar bomen, ook niet vinden. Of toch wel? Inderdaad. Onze crew heeft een perfecte lunchplaats gemaakt. We nemen plaats op kussens, aan lage tafeltjes en krijgen wat te drinken. Even later staat er een perfecte pastamaaltijd voor onze neus. Daarna volgt vers fruit. We zijn verbaasd, we genieten, we lachen en hebben het fijn.

Het tweede deel van de rit is zwaar. Het is meer dan heet en de weg loopt lang en flink omhoog. Af en toe rust er iemand uit in de zeldzame schaduw of wordt er een bidon in de nek gegooid. Saïd volgt ons met zijn Landrover. De anderen zijn doorgereden naar onze gite voor vanavond.

Het is wennen. De eerste dag off road en in de warmte. Toch haalt iedereen de finish van de eerste dag. In Toufghine krijgen we een glaasje whiskey berber. Alchohol? In Marokko? Het betreft een grap die we de komende dagen nog vaak zullen gaan horen: whiskey berber blijkt een kopje muntthee.

Slapen gaat op matrasjes, knus naast elkaar en onder onze zelf meegebrachte slaapzakken. De wielerkleding hangt buiten te drogen aan het huis van de buurman. Saïd en zijn mannen slapen naast de fietsen en op de auto. De maan schijnt fel. Het is fijn in Marokko.

De tweede etappe begint spectaculair! Het water staat laag genoeg en dus kunnen we door de rivierbedding mountainbiken. Over grote keien en door stromende beekjes. Het water staat soms hoger dan de assen, voeten zijn kletsnat, maar niemand die klaagt. Het is hier prachtig rijden, het is een totaal andere wereld en we hebben het onwijs naar ons zin.

Onderweg passeren we kleine dorpjes waar mensen gelukkig, maar toch ook primitief leven. Jochies van tussen de drie en acht jaar willen ons allemaal een highfive geven als ze ons zien. Ze lachen, springen (één keer gooit er iemand een steen) en vragen om balpennen en snoepjes. Het is aan de ene kant mooi om te zien dat die kinderen zo gelukkig worden van een paar passerende MTB’ers. Aan de andere kant is er bij mij enig schuldgevoel. Wij in Nederland zo veel, en zij hier zo weinig…

Het laatste stuk gaat over asfalt en is vol wind tegen. Ik heb mijn slechtste moment van de week en kom als laatste aan. Midden in de woestijn, vlak bij Toundoute is ons verblijf. We worden door de eigenaar hartelijk welkom geheten. Whiskey berber? Iedereen knikt.

De drie dagen die volgen zijn elke keer anders. De kleuren van de bergen veranderen van rood via groen naar zwart. Het is adembenemend om te zien en verdraaide lastig te vangen op een foto. Onze meefietsende gidsen, Youssef en Mustafa, kennen de streek als hun broekzak. Ze gidsen ons door moeilijk begaanbare gebieden, maken een praatje in prima Frans en hebben lol in hun werk. Over waarom ze mouwstukken dragen in deze temperatuur stelt niemand een vraag.

De plekken waar we overnachten voldoen waar ze aan moeten doen: een bed, een douche en een stopcontact om de Garmin op te laden. Meer is er vaak niet en dat is ook helemaal niet nodig. Maar áls je dan vraagt om een cola, stapt de eigenaar net zo makkelijk op de fiets om dat voor je te gaan halen. De mensen die we ontmoeten zijn meer dan vriendelijk.

Op donderdag rijden we onze wedstrijd op de flanken van de Tizi-n-Tazzazert. Twintig kilometer lang onverhard omhoog, met af en toe een stukkie naar beneden. Ik rijd uit het vertrek – naar goed gebruik – als een malle weg. Na drie kilometer word ik ingehaald door de grote meneren. En zit de winst er deze editie ook weer niet in. Goh! Op de finish rijdt winnaar J. kilometers door naar beneden: parcourskennis van lik-me-vestje. H. leeft een klein uur in de veronderstelling dat zijn naam in de beker zal worden vereeuwigd. De jury beslist anders.

Na een nacht in een tent in the middle of nowhere rijden we op vrijdag de laatste 25 kilometer over een mooie weg naar N’Kob. We geven vol gas, er verschijnen mooie stofwolken achter ons. Bij een tankstation nemen we afscheid van onze zes begeleiders. Zij hebben deze trip tot een groot succes gemaakt. We frissen ons even snel op, drinken een cola en stappen in een taxibusje dat ons in zeven uur terug naar Marrakech brengt. Terug naar de bewoonde wereld.

’s Avonds slenteren we over het beroemde Djema el Fna, een groot plein in het hart van Marrakech, in de medina. We ruziën met taxichauffeurs over de ritprijs en belanden per ongeluk in een toeristentent met buikdanseressen. De ober vraagt ‘Holland? You want Heineken?’ We kijken elkaar met een schuin oog aan en knikken. Ze smaken prima.


Vijf dagen mountainbiken (zondag 16:30 vertrek, zaterdag 15:00 terug op Schiphol) in Marokko kost inclusief alles (eten, drinken, Nederlandse reisorganisatie, lokale gidsen, vliegtickets, fooien, fietshuur, uit eten in Marrakech) ongeveer 950 euro. In september is het nog rond de 30-35 graden Celsius. Af en toe uitschieter naar de 40.

2 gedachten over “Mountainbiken in Marokko; bucketlistmateriaal”

  1. Gaaf verhaal! Herkenbare belevenis (Marrakech – Beni Melal gedaan via oa Zaouit Ahansal).
    En daarom zag ik H vrijdagochtend hier om de hoek (camping Ganspoort) in relaxstand dus capuccino doen….die zat al in vakantievibe.
    Ennuh, eerste zin van vierde alinea hè…..ik zou er zondag 3 september van maken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *