Pas op, verslavend (3): fietsen in alle gemeentes

Degenen die mij een beetje kennen of dit blog met enige regelmaat lezen, weten het inmiddels: ik heb nogal een voorliefde voor de getalletjes die bij het fietsen horen. Zo is mijn Eddington-getal inmiddels 97 (nog 5 ritjes van 100+ te gaan!) en staat mijn maximum square op 21. Dat laatste getal is de afgelopen tijd niet echt hard gegroeid, maar dat is weer een ander verhaal.

Maar er is nu nog iets leuks voor de fietsgetallenfetisjisten zoals ik bij gekomen: de Long Term NL Challenge. Deze site laat namelijk in één oogopslag zien in welke Nederlandse gemeentes je al met de fiets bent geweest. En dat zorgt uiteraard weer voor een hoop tochtjes op nieuw terrein en tegelijkertijd voor een boel rivaliteit in app-groepen: de printscreens van wit-oranje plaatjes vliegen mij om de oren.

Het werkt simpel. De site haalt je data op uit Strava. Dit duurt de eerste keer wat langer; alle ritjes moeten immers worden gecheckt en aangezien dat er bij mij inmiddels meer dan 700 zijn, moest ik eventjes geduld hebben. In een e-mail krijg je vervolgens een keurig overzicht en zie je direct in welke gemeente je wel en niet bent geweest. Hoe meer oranje hoe beter.

Mart is onder de indruk van mijn getallen.

In diezelfde mail een flinke rij tekst met wanneer je voor het eerst in een gemeente was en welke plaatsen nog op de bucketlist afgevinkt moeten worden. En geloof me, daar staan een boel plaatsen bij waar je nog nooit van hebt gehoord. Zo wachten de gemeentes Smallingerland, Maasgouw, Berkelland en Eersel nog op een bezoek van mij en mijn De Rosa. Maar tegelijkertijd schreeuwen metropolen als Leeuwarden, Eindhoven, Hengelo en Alkmaar ook nog om mijn aandacht. Werk aan de winkel.

Mijn teller staat op 221 van de 372 gemeentes. En dat is een score waar ik na het zien van een flink aantal andere uitslagen, best tevreden mee ben. Uiteraard hebben twee fietstochtjes van in totaal 900 kilometer, ook wel The Longest Days genoemd, flink bijgedragen aan dit resultaat. Maar met name in het oosten is er voor mij nog flink wat terrein te ontdekken. Drie keer raden waar TLD in 2019 verreden zal worden.

Limburg leidt, Groningen lijdt
Inmiddels hebben bijna 1.500 mensen de Long Term NL Challenge gedaan. Daarvan zijn er 1.050 in de gemeente Gulpen-Wittem geweest. Daarna zijn Valkenburg aan de Geul (1.042) en Eijsden-Margraten (1.034) het populairst. Amsterdam (847) en Utrecht (842) staan op de 18e en 19e plaats. Onderaan staan de Groningse gemeentes Oldambt (143) en Pekela (83).

In totaal heeft de server van bedenker Frank van Moorsel al meer dan een miljoen ritjes geanalyseerd; meer dan 60 miljoen fietskilometers met bijna 2 miljard GPS-punten.

Hier ben ik onderweg in de gemeente Eemnes, zoals de kenner natuurlijk direct ziet.

Wie goed op de kaart kijkt, ziet dat een aantal gemeentes niet meedoet met het spel. Acht gemeentes vallen buiten de boot. Hoe komt dat? Van Moorsel heeft alleen de gemeentes in zijn site opgenomen die hij vanuit zijn woonplaats zónder boot en zonder landsgrenzen te passeren, kon bereiken. En dus vallen de vijf Wadden-eilanden en de drie gemeentes in Zeeuws-Vlaanderen af. Echter, zondagavond bereikte mij het bericht dat dit binnen twee tot drie weken is ‘gerepareerd’. Het aantal te befietsen gemeentes zal dan stijgen naar 380, dat houdt tegelijkertijd in dat mijn percentage van 59 weer zal dalen. Want ik ben van die acht nu nog niet meetellende gemeentes alleen op/in Texel geweest.

Ik ben benieuwd naar jullie score. De hoogste inzending hieronder in de comments krijgt een setje bandenlichters, haha!

UPDATE: Op 1 januari 2019 zal het aantal gemeentes als gevolg van een herindeling dalen van 380 naar 355. Het wordt dus gemakkelijker om een volle kaart te gaan scoren, maar jammer voor deze verslaving is het wel.

Sterven in Zoeterwoude tijdens inspanningstest

In de Tour van 2010 kocht ik in Frankrijk een Garmin. Ik had het stomme idee opgevat om vanuit Parijs naar huis te fietsen. En het leek me route-technisch wel zo handig om met dat ding op mijn stuur naar huis te rijden. Dat ik uiteindelijk na 140 kilometer met windkracht 5 in mijn snufferd te hebben gereden piepedood bij een collega in de auto stapte, is voor dit verhaal slechts een bijzaak. Sinds die zomer was ik de trotste eigenaar van een Garmin en raakte ik compleet verslaafd aan wielergetalletjes.

Sterven in Zoeterwoude

Ongeveer een dik jaar later ontdekte ik Strava en was ik vervolgens uren bezig mijn ritjes vanuit het Strava-loze tijdperk te uploaden naar dit nieuwe platform. In zelfgemaakte excelbestanden hield ik ook nog een schaduwdagboekje met mijn kilometers bij. Waarom weet niemand. Bijna drie jaar geleden was daar ineens Zwift, met op mijn Kickr een heuse wattage-meter: nog meer getallen. Hoera! Om vervolgens via het vermaledijde Eddington-getal bij de Explorer Stats uit te komen. Je zou bijna gaan denken dat ik fiets voor de getalletjes, maar dat is nog net niet het geval.

O zo vreemd is het eigenlijk dat ik in die acht jaar van wielergetallenfetisjisme nooit een echte inspanningstest heb gedaan. Zo’n test waar je je helemaal kapot moet rijden om al nahijgend met een vijf pagina’s tellend document vol met getalletjes weer huiswaarts te kunnen keren.

Afgelopen vrijdag was het zover. Samen met vriend H. onderweg naar Zoeterwoude,  naar het huis van Adrie van Diemen. Bij wielerploeg Garmin was hij vroeger in dienst als inspanningsfysioloog en daar verantwoordelijk voor trainingen, begeleiding en testen van diverse profs. Ik kwam hem bij de koers regelmatig tegen en we hebben al die tijd een beetje contact gehouden. Toen ik eenmaal had besloten een test te willen gaan doen, moest Adrie maar degene zijn die die zou afnemen. Dat bij het afspraak maken bleek dat hijzelf op vakantie was en zijn collega Camiel Dénis de proeve van bekwaamheid zou afnemen, mocht de pret niet drukken. Die test (en de getallen) moest gedaan worden.

Hoe meer getallen hoe beter

H. gaat als eerste. Daarmee is voor mij de eerste slag geslagen. H. kan immers net wat harder trappen dan ik en daardoor heb ik tijdens mijn test een richtpunt. Wetenschappelijk misschien niet allemaal je-van-het, maar ach. Met een weerstand van 150 watt, eitje, wordt het martelwerktuig (lees: de fiets) in gang gezet. Na een goede warming-up gaat de weerstand elke vijf minuten met 25 watt omhoog. Op dat moment wordt er ook bloed geprikt zodat mijn lactaat-gehalte gemeten kan worden. Dat getal verraadt wanneer de verzuring intreedt. Als je daarnaast ook nog eens de hartslag in de gaten houdt, kan je vervolgens vrij nauwkeurig bepalen waar de diverse hartslagzones liggen. En die zijn weer handig, zo niet onmisbaar, om beter en nuttiger te trainen.

Na dik drie kwartier zit de test van H. erop. Ik heb hem nog nooit zo zien afzien. Alhoewel, bij The Longest Day zat hij er na 450 kilometer ook niet echt meer okselfris bij. Hij is tijdens deze test helemaal tot het gaatje gegaan. En het duurt ook even voor hij weer bij zinnen is. Tijdens zijn test heb ik me voor de zoveelste keer weer verbaasd over zijn power en maximale hartslag. Die ligt ongeveer veertig slagen per minuut lager dan die van mij. Als wij samen een rondje over de Heuvelrug rijden is mijn gemiddelde hartslag eigenlijk altijd hoger dan zijn maximale hartslag. Volgens Camiel zegt dat weinig tot niks en heeft het in ieder geval niet met beter zijn dan de ander te maken. Iets dat later (een beetje) bevestigd zal worden.

Still uit een video die nooit gepubliceerd gaat worden

Dan is het mijn beurt. Met een gezonde wedstrijdspanning klik ik mijn voeten in de pedalen en begin rustig met trappen. Van de uren die ik op Zwift heb doorgebracht weet ik dat mijn lievelingscadans tussen de 95 en 100 ligt. Dat beentempo probeer ik ook hier aan te houden. Van 150 gaan we naar 175 watt. Makkie. We gaan naar 200 en gelukkig voelt deze 200 watt net zoals de 200 watt thuis. Ondertussen ben ik al drie keer geprikt en met een papiertje om mijn linker wijsvinger begin ik aan het blok van 225. De eerste zweetdruppeltjes beginnen te komen, maar ook dit is nog prima vol te houden.

250 watt. Mijn hartslag zit inmiddels op de 168. Ik baal een beetje. Want voor mijn gevoel begin ik mijn omslagpunt te naderen. ‘Kom op Hendriks’, zeg ik tegen mijzelf. ‘Er zit toch nog wel wat meer in de tank?’.

Van 275 watt, gaan we door naar 300. Langzamerhand begin ik een beetje te lijken op Fernando Escartin in zijn goede dagen. Als een mijnwerker, stoempend, harkend en alles gevend haal ik de 325. Het tellertje voor mijn neus, waar mijn hartslag en de tijd op te zien is, draai ik om. Ik word moe van die getallen en de minuten lijken voorbij te kruipen. ‘Nog twee minuten’ roept Camiel. ‘Dan beginnen we aan het blok van 350 watt’. Het zuur zit al tot achter mijn oren maar ik haal de 350. Met alles wat ik heb trap ik nog veertig seconden door en dan ineens gaat het licht uit. Ik kan niet meer. Hijgend als een bronstige neushoorn zit ik op het zadel. H. maakt foto’s. De meeste daarvan zijn zo ontzettend lelijk dat ze deze site nooit zullen halen.

Bolletjes = HR. Vierkantjes = lactaat-gehalte.

Na een klein minuutje kan ik weer praten en heb ik er de balen van dat ik niet langer door heb getrapt. Voor mijn gevoel had ik nog iets meer uit de tank kunnen halen. Maar als ik iets rationeler denk, moet ik toch toegeven dat er niet meer in zat: 328 watt. Omgerekend naar watt/kilo is dat 3,59. Het vermogen bij mijn omslagpunt ligt (logischerwijs) iets lager: 3,02 W/kg. Op een staatje zie ik dat de profs meer dan 6 W/kg trappen. Meer dan twee keer zo veel. Wow.

Na een douche en bij een kop koffie bespreken H. en ik onze resultaten met Camiel. Hij is best tevreden over de resultaten en vindt ons voor huis-tuin-en-keuken-wielrenners bovengemiddeld. Mijn omslagpunt ligt op 175 slagen per minuut. En als ik het meeste vet wil verbranden zonder in de verzuring te trappen moet ik in de rondte gaan rijden met een hartslag van 164. Dat getal ga ik de komende tijd niet vergeten. Want uit de test blijkt dat het aantal kilo’s nog wel iets naar beneden kan worden bijgesteld: 91,5 moet idealiter plaatsmaken voor 87,5. Bergop zou ik dat direct moeten gaan merken.

‘Gelukkig’ blijkt uit deze test dat er geen prof aan mij verloren is gegaan. En dat is zeker geen verrassing. Illusies om ooit meer met wielrennen te gaan doen dan met vrienden gezellig (en hard) over de Heuvelrug te rijden en daarna bier te gaan drinken had ik toch al niet. Wielrennen is een ontzettende fijne sport om te beoefenen en dat zal ik na deze inspanningstest zeker blijven doen. Met een paar goede adviezen en een heleboel nieuwe wielergetalletjes verlaat ik Zoeterwoude met een grote glimlach. Het zonnetje schijnt. Misschien straks nog even lekker een rondje door de polder op mijn stalen De Rosa. Hartslag strak op 164. En geen slag hoger.

Pas op, verslavend (2): de explorer stats

Een paar maanden geleden schreef ik over het getal dat onwijs verslavend werkt: het Eddington-getal. Sinds een paar weken is daar een nieuwe verslaving bijgekomen: de explorer stats. Het duurde eventjes om deze nieuwe fietshobby door te krijgen, maar het resultaat mag er zijn.

Mijn overzicht op veloviewer

Heel kort samengevat: de explorer stats zijn diverse getallen die aangeven in hoeverre je op avontuur gaat. Het ontdekken van gebieden op de fiets waar je nog niet geweest bent, wordt (digitaal) beloond. En ja, dat werkt dus zeer verslavend.

Laten we beginnen bij het begin. Allereerst is een Strava-account vereist. De data moet immers ergens vandaan komen. Ten tweede is een account bij veloviewer een must. Die site, een walhalla voor fietsdata, genereert een boel fijne kaartjes en komt met allerlei explorer stats op de proppen.

Rood, wit en blauw
Hierboven zie je een kaartje met rode, blauwe en witte vakjes. In de witte vakjes ben ik nog nooit geweest met mijn racefiets (597 ritjes sinds het najaar van 2010). In de rode vakjes ben ik wél geweest op de fiets. De blauwe vakjes betekenen dat ik daar a) geweest ben met de fiets en b) dat ik ook in de vakjes die er links, rechts en onder en boven aan grenzen heb gereden.

In totaal ben ik in 5058 verschillende vakjes geweest. Het rijden van een standaard trainingsrondjes, over bekende weggetjes, zal dit getal dus niet meer doen vergroten. Een rondje rijden op vakantie, zoals afgelopen weken op Kos, doet dat wel. Gemiddeld heb ik per vakje 6,326 kilometer gereden.

Dan komen we bij wat veloviewer het maximum square noemt, het grootste vierkant. Ik heb een vierkant van 11 bij 11. Dat houdt in dat er een vierkant van 11 bij 11 vakjes op de kaart is, waarin ik in alle vakjes heb gefietst. Op de kaart zie je dat er drie dikke blauwe lijnen zijn: er zijn dus drie vierkanten van 11 bij 11 te vinden waar ik minimaal alles rood heb. Eigenlijk is mijn maximale vierkant dus 13 bij 11, maar hey, dat is geen vierkant, dat is een rechthoek.

Grootste vierkant

Zoals je ziet, kan ik mijn maximum square relatief makkelijk vergroten door door die paar witte vakjes te fietsen. Dan moet ik door twee witte vakjes naast van mijn meest noordelijke grootste vierkant rijden. Die ene tussen Utrecht en Hilversum en die andere ten zuidoosten van Nieuwegein. Maar nog makkelijker rijd ik door dat ene witte blokje net onder Amersfoort. Vanuit mijn huis in Soest ben ik binnen het uur weer thuis.

Hier in Nederland is het, met overal fietspaden, niet heel moeilijk om je vierkant te vergroten. In het buitenland zijn er sporters die er meer moeite mee hebben, getuige een bericht op het blog van veloviewer:

“I’ve had to carry my bike through swamps, hike shorelines at low tide, kayak across estuaries, not to mention skiing and hiking otherwise inaccessible areas. I’ve attempted to enter military installations, only to be turned away at gunpoint! Currently hoping for a cold winter so I can ride across a frozen lake on my studded fatbike…”

Dan heb je als laatste het maximum explorer cluster. Dat is het grootste gebied van aaneengesloten blauwe vakjes. In mijn geval 370. De basis van dat gebied ligt zoals je ziet op de Utrechtse Heuvelrug. Daar waar mijn racefietsen zich het liefst laten zien.

Plugin voor Strava
Natuurlijk is het leuk om zelf op ontdekkingsreis te gaan en uit je hoofd te proberen in witte vakjes te gaan rijden. Maar ik heb een drukke baan en drie kids en dus is tijd zeldzaam. Gelukkig is er een veloviewer-extensie voor Google Chrome, die je in route builder van Strava perfect laat zien waar je nog niet geweest bent. Zelf even een paar lijntjes trekken en voila. Een rondje door witte vakjes is binnen een minuut gemaakt. En dus staat komende week dit rondje op het programma.

Witte vakjes rijden deze week!

Je ziet: af en toe even even een vakje in en uit en soms zal ik slechts voor een paar meter in een vakje zijn. Maar hey, you win some, you lose some. Mazzeltje: de Loosdrechtse Plassen zijn gelukkig niet zo groot dat ik sommige vakjes al zwemmend of schaatsend aan zal moeten doen.

Als je tot hier bent gekomen met lezen: chapeau, complimenten, bedankt. En heel veel sterkte de komende tijd. En als je net zo ver bent gekomen als Nils uit België, met zijn 71 bij 71 wereldrecordhouder, dan hoor ik het graag:

Wereldrecord vierkantjesrijden

Oh ja, kreeg een boel vragen hoe je bovenstaande kaartjes tevoorschijn tovert op veloviewer. Je klikt op Activities, vervolgens zet je de Map aan. En onder de kaart vink daarna Explorer aan, en krijg je met die icoontjes rechts daarvan de verschillende dingen te zien. 

Zwift en Kickr. Mijn vrienden in de winter.

De dagen worden korter, het asfalt viezer en de temperaturen lager. En hoe graag ik ook buiten wil blijven fietsen, het komt er toch minder van. Ja, hier in Soest en omgeving liggen prachtige parcoursen voor mijn crosser. Maar in het donker is dat ook niet je-van-het. Nee, ik rijd ’s avonds weer mijn rondjes in de schuur.

Man cave (zweetdoekje niet op de foto).
Man cave (zweetdoekje niet op de foto).

Ik zag het nooit zitten. Op een rollerbank jezelf in het zweet werken. Een uur stationair! Hoe saai wil je het krijgen?  Ter afleiding kon je er nog een laptop naast zetten om een filmpje te kijken, maar daar hield het dan ook al gauw een beetje bij op.

Er waren ondertussen – leve de technologie – wel een paar mogelijkheden om interactief te fietsen. Maar echt goed werkte dat niet. Hikkende schermen omdat je te langzaam reed en/of slechte software. Kommer en kwel in de man cave.

Begin 2016 kwam ineens Zwift op mijn radar tevoorschijn. Een online platform waar je in een virtuele wereld tegen anderen kan rijden. Dit leek op papier het ei van Columbus. Niet veel later was ik verslaafd. En inmiddels staat de teller in-de-schuur-gereden-kilometers op bijna 900. En die worden ook nog eens netjes op Strava geregistreerd. Hoera!

Hoe werkt het?
Praktisch elk rollerbankachtig ding praat tegenwoordig met Zwift. Maar het beste is een slimme trainer, in dit geval mijn Wahoo Kickr. Je haalt je achterwiel uit je frame en je klikt je eigen fiets op de Kickr. Vijf tellen werk. Waar de Kickr img_6013vervolgens ontzettend goed in is: je een realistisch fietsgevoel geven. Als je op je beeldscherm ziet dat je bergop rijdt, wil je dat ook in je benen voelen. En dat gebeurt ook. Een elektrische vliegwiel zorgt ervoor dat je harder moet gaan trappen, het wordt zwaarder om de pedalen rond te krijgen. Soms is ‘even uit het zadel’ noodzakelijk om de spanning van de benen af te halen.

Het koppelen van de Zwift-software en de Kickr is met een ANT+-dongle een fluitje van een cent. Na een accountje te hebben aangemaakt ben je ready to rumble.

Online. En dan?
Er zijn inmiddels genoeg dingen die je op Zwift kan doen. Was er aan het begin maar één rondje dat je kon rijden, ondertussen zijn de mogelijkheden een stuk uitgebreider. Het is het tientje per maand – stopzetten is altijd mogelijk – in de wintermaanden zeker waard.

Je kan door het centrum van Londen rijden, met een lus naar Box Hill. Of je rijdt over het WK parcours van 2015 in Richmond. Maar er zijn ook rondjes op Watopia, een door Zwift verzonnen eiland, ergens in niemandsland. Daar ligt een klim naar bijna 400 meter hoogte. En geloof me, dat ding doet pijn.

Klimmen naar 400 meter
Klimmen naar 400 meter

Tijdens het fietsen zie je aan de rechterkant van het scherm wie er bij je in de buurt fietsen. En via de app kan je snel zien of er ook vrienden online zijn. Een Ride On! is snel verstuurd en voor je het weet rij je kop over kop door de straten van Londen. Dat allemaal in je eigen schuur. Ondertussen geeft de Kickr door aan Zwift hoe veel watt je trapt. Lukt het om net als Gesink met 419 watt een berg op te rijden? Of lukt het aan te pikken in een van de vele groepsritjes die dagelijks worden verreden?

Trainingsprogramma’s
Naast rondjes rijden, kan je ook trainingsprogramma’s volgen. Ze zijn er in overvloed. Kort en intensief of lang en rustig. Of je bouwt er zelf een. Aan de hand van een FTP-test weet Zwift wat je conditie is, en past ie de zwaarte van de training aan. Zo begin je bijvoorbeeld even met tien minuutjes a 150 watt. Om vervolgens met tussenpozen 20 keer 30 seconden lang 400 watt te rijden.

Links de blokken, onderin voortgang en hartslag
Links de blokken, onderin voortgang en hartslag

Het mooie van deze trainingsprogramma’s is dat Zwift een signaaltje doorgeeft aan je Kickr. Is het tijd om 400 watt te gaan rijden, schiet het vliegwiel aan en moet je veel harder gaan trappen om je trainingsrondje succesvol af te ronden.

Oh ja. Licht voor je zo’n FTP-test gaat doen even je huisgenoten/familie in. Het kan zijn dat ze je na een uur FTP’en op de vloer van de schuur als een hijgend hert terugvinden. Dit omdat je na 40 minuten warming-up je jezelf in de 20 daaropvolgende minuten he-le-maal de tering hebt gereden en dus besluit om op de grond, amechtig als een aangespoelde walvis, zwetend als een otter, bij te gaan komen.

Het klopt dat bovenstaande alinea autobiografisch is. Niet lachen. Dank u wel.

Is er dan niks slecht?

Tuurlijk wel. Het prijskaartje is nogal een minpuntje. Een slimme trainer kost al gauw rond de 500 euro. En de Kickr van mij is nog een stukkie duurder. Slik. Ja, er zijn goedkopere rollerbanksystemen, maar die zijn niet ‘slim’ en passen zich niet aan als het bergop gaat. Zelf heb ik nooit op niet-slimme trainers gereden, een fatsoenlijk oordeel kan ik er dus niet over geven, maar het lijkt me niks aan.

Vorige winter had ik regelmatig last van drop-outs; voor één of twee seconden viel de verbinding tussen mijn Kickr en Zwift weg. Je trapt je dus nog steeds een ongeluk maar de teller staat op 0. En dat zorgde bij mij voor nogal wat frustratie. Bidons vlogen door de schuur.

Na een update van de software, het dichterbij elkaar plaatsen van de sensoren en het schoonmaken van de Kickr, leek gisteren alles weer normaal te werken.

Resumé

Het is de perfecte work-out voor in de winter. Een uur rammen en je voelt je weer helemaal het mannetje. Het kost alleen een paar knaken om te beginnen. Daarna kan je het nog zo gek maken als je zelf wilt. Maar hey, dan heb je wel wat. En zijn die Ullrich-winters echt verleden tijd.

Groepsritje.
In een pelotonnetje hoef je minder hard te trappen dan in je eentje. Echt!)

Pas op, verslavend: het Eddington-getal

Sinds een jaar ben ik verslaafd aan het Eddington-getal, een getalletje dat begin vorige eeuw is bedacht door de superslimme Britse astronoom en groot fietsliefhebber Arthur Eddington. Van praktisch alle informatie op zijn Wikipedia-pagina snap ik helemaal niks. Maar het Eddington-wielergetal, dat is er eentje die te snappen en om van te smullen is.

Mijn Eddington-grafiek
Mijn Eddington-grafiek

Het Eddington-getal E is het aantal dagen dat je E mijlen/kilometers hebt gefietst. E is in deze ‘formule’ dus telkens gelijk. En mijlen? Ja, mijlen. Engelsman Eddington rekende in mijlen. Door met kilometers te rekenen krijg je namelijk een andere prestatie, maar daarover later meer.

Laten we beginnen met een schone lei. Je hebt als fietser nog nooit op een fiets gezeten. Je Eddington-getal is dan (uiteraard) nul. Op een gegeven moment heb je twintig rondjes gefietst. Al die rondjes zijn tussen de 20 en de 29 kilometer. Je Eddington-getal is dan 20. Bij al je twintig rondjes heb je immers minimaal twintig kilometer afgelegd.

E = E dagen dat je E kilometer hebt gereden

Voorbeeldjes dan maar!
Om je Eddington-getal naar 21 te krijgen, moet je minimaal 21 keer 21 kilometer hebben gereden. Al je ritjes minder dan 21 kilometer tellen dan dus niet meer mee. Om het E-getal te laten groeien van 20 naar 21 is dus relatief een makkelijke opgave. Hoogstwaarschijnlijk hoef je dan dus maar één of twee keer 21 kilometer te fietsen, ervan uitgaande dat alle andere rondjes 21 kilometer kilometer of langer waren.

Maar dan stel je je ineens als doel om je Eddington-getal op 30 te krijgen. Daarvoor moet je dus dertig keer minimaal dertig kilometer rijden. Alle rondjes minder dan dertig kilometer tellen daarvoor niet meer mee. Oeps! Als we dus vast blijven houden aan onze beginnende wielrenner die twintig keer tussen de 20 en de 29 kilometer reed, tellen al die ritjes niet meer mee voor E = 30. De wielrenner zal er dertig keer op uit moeten om minimaal dertig kilometer te rijden. Pas dan E = 30.

Meneer Eddington
Meneer Eddington

Ik hoop niet dat je bovenstaande uitleg snapt. Want dat betekent waarschijnlijk slecht nieuws voor je privé-leven. Het Eddington-getal is namelijk nogal verslavend. Het komt regelmatig voor dat ik een paar kilometer extra rij, zodat ik in ieder geval niet met een afstand thuiskom dat onder mijn Eddington-getal ligt.

Wat het Eddington-getal zegt? Het zegt wat over je prestaties en kunde op de fiets. Hoe vaak kan je ver fietsen? Voordeeltje: E wordt nooit kleiner!

Hoe check ik mijn Eddington?
Via veloviewer.com (kost een tientje per jaar en daar krijg je nog heel veel meer getallen voor dan alleen E voor) is het gemakkelijk om je Eddington-getal te achterhalen. Door middel van een blitse grafiek is ook nog eens makkelijk te zien wat er nodig is om E te laten groeien. Veloviewer haalt die getallen uit de database van Strava.

En nu de bottomline: mijn Eddington-getal. Sinds eind 2010 heb ik al mijn ritten (508) op Strava gezet. Dat was het moment dat ik mijn eerste De Rosa kocht. De ritjes daarvoor gereden, op Giant, Koga en Van Tuyl, die (en oh wat baal ik daar van) heb ik niet meer.

Zucht. Nog 46 keer meer dan 100 kilometer rijden.

Mijn Eddington-getal is 86. Dus op 86 dagen heb ik minimaal 86 km gereden. Voor E=87 heb ik nog maar één ritje van 87 km nodig. Drie keer raden waarom ik gisteren 87,3 km reed! Maar dat ritje is weer totaal nutteloos om mijn E op 88 te krijgen. En zo blijf je bezig. Want om op E=90 te komen, moet ik nog 18 keer meer dan negentig rijden. E=100? Nog 46 keer een 100+er! Zucht.

Als je tot hier gekomen bent met lezen, chapeau. En sterkte, want dan ben je waarschijnlijk vanaf nu ook verslaafd. En dan snap je inmiddels zelf ook wel waarom er een verschil is in een Eddington-getal in mijlen en kilometers. Voor kilometers moet je immers meer dagen op pad. Mijn E in mijlen is namelijk 59. Daarvoor zijn dus ‘slechts’ 59 (ipv 86) dagen nodig.

En Arthur Eddington zelf? Toen hij stierf had hij een Eddington (in mijlen!) van 87. Respect.


Binnenkort in dit theater: Het WK in Qatar. Feest of fiasco?