Zo krijg je locaties van anderen én je GPX-route in Google Maps

De gemiddelde wielrenner zal deze explainer niet vaak nodig hebben. Want wanneer rijden wij, als gewone huis-tuin-en-keuken-wielrenners op de racefiets met een ploegleiderswagen achter ons over een vooraf uitgestippelde route die niet met pijlen is uitgezet? Niet vaak. Maar toch is het handig, leuk én nerderig tegelijk om uit te leggen hoe je in één app of website de locaties van alle renners, volgauto’s én route kan zien.

Renners en hun ploegleidersbus

Nou hoor ik jullie denken: maar Martijn, waarom heb je dit in hemelsnaam nodig? Nou dat zal ik jullie kort uitleggen. Tijdens de komende editie van The Longest Day (mijn jaarlijkse fietstocht van +/- 400 km) wordt het pelotonnetje gevolgd door meerdere voertuigen die niet continu achter de renners zullen rijden. Meerdere voertuigen? Jazeker, dat is echt ergens voor nodig, maar die uitleg volgt later in een andere post.

Wil je de verslagen van The Longest Day van 2017, 2018 of 2019 lezen? Dat kan. Gratis!

Het delen van waar iedereen zich bevindt, kan uiteraard met WhatsApp. Dat programma heeft immers een functie waarin zeer nauwkeurig de locatie kan worden gedeeld en uitgelezen. Handig en zeer accuraat, maar dan heb voor het uitlezen van de route, die je als GPX-bestand hebt opgeslagen, nog een andere app nodig. En de hele tijd heen en weer switchen tussen twee apps, is vervelend en onnauwkeurig.

De oplossing? Google Maps. Het is niet zo gemakkelijk zoals al veel van hun andere apps, maar het werkt! Download allereerst de route die je samen met je vrienden gaat rijden, zorg ervoor dat je er bij het exporteren een GPX-bestand van maakt. Ga vervolgens – dit alles werkt vooralsnog het makkelijkst als je achter een computer zit, op een telefoon is het wat ingewikkeld – naar mymaps.google.com.

Links bovenin heb je een klein menuutje waar je in het blauw ‘import’ ziet staan. Daar upload je het GPX-bestand, dat je vervolgens geplot op de kaart ziet. Geef het project links bovenin vervolgens een logische naam. Belangrijk hierbij is wel dat je ingelogd bent met een Gmail-account.

Nu kan de route gedeeld worden met iedereen die de route nodig heeft; de voertuigen en de renners. Dat gaat – goh! – via de knop ‘share’ . Je kan ervoor kiezen om deze kaart te delen met individuele e-mailadressen, of je zet de toegang op ‘anyone who has the link can view’. Voordeel is dat je op die manier alleen maar een link hoeft rond te sturen of in een WhatsApp-groep hoeft te delen. Zolang deze link niet gedeeld wordt met de grote boze buitenwereld, hoef je niet bang te zijn dat derden meekijken. 

Op de andere devices moet de link worden geopend, naar alle waarschijnlijkheid gebeurt dat in een browservenster als Safari of Chrome. Je ziet de route nu op de kaart verschijnen. Zaak is om dan rechts bovenin te klikken om zodoende in te loggen op Google. Doe dat met je eigen account. Na het inloggen zal de app van je browser naar Google Maps schakelen, zorg ervoor dat je dit programma dus wel hebt geïnstalleerd. In Google Maps moet je je live locatie aanzetten, dat gaat via het menu en spreekt eigenlijk voor zich. Je deelt je locatie alleen met degenen die je locatie hoeven te zien en je zet een limiet op tot wanneer je telefoon gevolgd kan worden. Dit herhaal je op alle andere apparaten die meegaan met of de auto’s of met het pelotonnetje.

Als je je locatie hebt gedeeld met degenen die het nodig hebben, tik je onderin Google Maps vervolgens op ‘Saved’, bovenin swipe je opzij tot je ‘Maps’ ziet. Dit staat in hetzelfde rijtje als ‘Reservations’. Daar selecteer je de gedeelde route en voilà, je ziet direct ook alle andere icoontjes op de kaart. Dat zijn de locaties van de anderen die ook hun locatie hebben gedeeld voor deze ene dag.

Grote voordeel van dit alles: de volgauto’s die regelmatig het parcours moeten verlaten omdat ze bijvoorbeeld niet over het fietspad mogen rijden, zien de route én de locatie van het peloton in één oogopslag. Dat geldt ook voor de meerijdende fotograaf die af en toe een stuk vooruit rijdt omdat hij verder op het parcours foto’s wil gaan maken van het aanstormende peloton; ook hij heeft alles in één app onder de knop.

Locatie delen is hier minder nodig

Als laatste nog drie dingen: je zal soms merken dat de blauwe lijn die de route aangeeft, af en toe van het beeld verdwijnt. Oplossing is dan even in- of uit te zoomen, de kaart zal dan weer verschijnen. Ten tweede is het meenemen van een extra batterij voor de telefoon handig, het delen van je locatie kost veel energie. In de auto’s is een tablet (eventueel met een telefoon als hotspot) op de accu uiteraard een oplossing.

Ten slotte misschien wel de meest belangrijke mededeling: zet locatiedeling na deze dag op álle apps uit, doe dit ook in de settings van de app. Je wilt niet dat Google je voor de rest van je leven blijft volgen. Want met deze settings doen ze dat ook als de de app op de achtergrond hebt draaien. Nóg beter is: maak gewoon nieuwe, tijdelijke Gmail-accounts, die je alleen voor deze dag gebruikt.

Er zullen ongetwijfeld minder omslachtige oplossingen zijn. Maprogress is bijvoorbeeld een bedrijfje dat zich hierin heeft gespecialiseerd en hiervoor een app heeft ontwikkeld. Maar daaraan zijn – uiteraard – kosten verbonden. Mochten er lezers zijn die andere, praktische oplossingen hebben, dan hoor ik het graag. Laat je reactie dan vooral achter op deze site.

De ideale set-up voor Zwift? Dit is die van mij

Natuurlijk rijden we allemaal het liefst onze rondjes op Zwift zoals Mathieu van der Poel dat doet in de reclame: in een volledig witte ruimte waarin de screenplay met vierendertig (ironie-alert!) om hem heen wordt geprojecteerd. De meesten van ons normale stervelingen hebben hun set-up ergens in het laatst overgebleven hoekje van het huis neergezet, de laptop half leunend op een vensterbank en het zweethanddoekje hangend aan een poppenwagen waar je dochter al jaren niet meer mee speelt.

Zwiften in 2015. Laptop staat onhandig ver weg op stoel en alles moet na afloop opgeruimd.

Bij mij is het niet anders. Ik rijd mijn virtuele rondjes op Zwift (en FulGaz, probeer dat vooral ook!) in het hoekje van de schuur. Waar ik enkele jaren geleden nog zeeën van ruimte had, staat het fiets-territorium de laatste tijd ernstig onder de druk van speelgoed, statafels en andere fietsen. Daarbij komt ook nog eens dat als ik virtueel mijn rondjes wil gaan rijden, ik in mijn wielerbroek en zweetshirtje door de winterse kou en/of regen heen moet. De heenweg valt nog wel mee. Maar de terugweg na een uurtje workout voelt door al die bezwete kleding aan als de poolexpeditie van Scott en Amundsen. Tot zover de categorie groot leed in de bijzaken van het leven.

Mijn Zwift-territorium wordt anno 2020 ernstig bedreigd.

Maar daar wilde ik het eigenlijk niet over hebben. Ik wilde jullie kort uitleggen wat mijns inziens de beste set-up voor het indoorfietsen is. En nee, dat is niet de goedkoopste, dat geef ik gerief toe, maar dit is zeker ook niet de duurste. In de loop der jaren (ik zat voor het eerst op Zwift in de zomer van 2015) is deze set-up nogal uitgebreid. Waar ik begon met mijn laptop op een kratje bier, zijn beide voorwerpen inmiddels niet meer nodig en vervangen door wat hippere en praktischere goederen.

Mijn huidige set-up:

  • Wahoo Kickr
  • Wahoo Kickr Climb
  • Groot televisiescherm
  • Standaard voor televisiescherm
  • AppleTV 4K
  • Ventilator
  • Afstandsbediening voor stopcontact
  • Hartslag- en cadansmeter (ANT+ / bluetooth)
  • NPE Cable
  • Telefoon met Zwift Companion app
  • Fiets (niet geheel onbelangrijk)

Tot anderhalf jaar geleden nam ik elke keer mijn laptop en oplader onder mijn arm mee naar de schuur. Die oplader was noodzakelijk, want de Zwift-app vreet onwijs veel stroom. En ik hoef jullie niet te vertellen wat er gebeurt als je vlak voor het verbreken van een PR ineens met een lege batterij komt te zitten. Dat gesleep was ik op het hoogtepunt van mijn Zwift-leven (in de winter drie keer in de week) een beetje zat dat ik een AppleTV 4K heb gekocht en aan het scherm gekoppeld. Geen gedoe met snoeren, maar een dedicated stuk hardware waarop Zwift en andere fiets-apps prima draaien.

Toen ik de sprint aantrok voor ene Mark Cavendish

Het verbinden van de Wahoo Kickr naar de AppleTV gaat via bluetooth en ik kan me niet herinneren dat ik daar iets voor heb hoeven doen; dat ging volledig automatisch. Waar ik wel tegenaan liep – en nu wordt het een beetje nerderig – waren mijn cadans- (ANT+ én bluetooth) en hartslagmeter (alleen ANT+). Aangezien de AppleTV alleen via bluetooth communiceert, leek mijn hartslagmeter aan vervanging toe. Als ik dat had gedaan, had ik echter in totaal met drie bluetooth-apparaten (Kickr, cadans en hartslagmeter) te maken gehad en dát gaat om onverklaarbare redenen niet bij de AppleTV.  Dat apparaat kan slechts twee externe bluetooth-signalen aan.

Gameplay van FulGaz, met deze app rij je over ‘echte’ wegen

En dat is waar de Cable van NPE om de hoek komt kijken. Dat is een zeer handig apparaatje dat twee ANT+-signalen kan omvormen tot één bluetooth-signaal. Het apparaatje, niet groter dan een USB-stick, gaat aan door er twee keer op te tikken met je vinger en ‘programmeer’ je eenmalig via je telefoon. Vervolgens vangt de Cable de twee ANT+-signalen van zowel je cadans- als je hartslagmeter op en zendt het ingepakt als één bluetooth-signaal weer uit. Dat wordt vervolgens opgevangen door de AppleTV en door Zwift weer uitgepakt. En voilà, bij het opstarten van Zwift zie je keurig dat alle drie de apparaten verbonden zijn en je tijdens het trappen keurig je wattage, cadans en hartslag in het beeld ziet staan.

Voor mijn set-up onmisbaar: de Cable.

De slimmeriken onder jullie hoor ik nu denken: en die Kickr Climb, hoe praat die dan met Zwift? Daar hebben ze bij Wahoo gelukkig iets slims op gevonden. Dat signaal loopt via de Kickr naar de Kickr Climb en gaat zonder enige vertraging. Gaat het op je virtuele rondje ineens bergop? Dan zal je Climb meteen het stijgingspercentage overnemen, je stuur komt hoger van de grond en geeft je zo het gevoel dat je echt een berg op rijdt. De weerstand van vliegwiel – terugschakelen hallo! – doet immers de rest.

Ventilator? Hoeft van mij niet altijd ingeschakeld te zijn en juist daarom is het handig dat je dat apparaat vanaf de fiets aan en uit kan zetten. Een afstandsbedieningssetje van de Action, waarmee je ook bijvoorbeeld je lampen in de woonkamer kan regelen, voor een euro of 8. Kind kan de was doen.

Een glimlach na een uur zweten, want voldoening geeft het absoluut.

De laatste details? Een plankje aan de muur om je telefoon op te leggen inclusief een oplader, is erg handig. Via de Companion-app van Zwift stuur je berichtjes naar andere fietsers en benut je power-ups. Een snoertje richting de schuur-stereo is ook handig, zo draai je je eigen muziek tijdens het fietsen.

That’s it. Dit is hoe mijn set-up in de loop der jaren is gegroeid en uitgebreid. En oh ironie, het aantal afgelegde kilometers stond deze winter tot gisteren nog op nul! Maar daar is, ook vanwege dit stukje, verandering in gekomen. Voor de koudere wintermaanden blijft Zwift ideaal. Als het vroeg donker en vaak slecht weer is, kan je toch aan je kilometers komen. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik na vier winters virtueel fietsen in oktober van vorig jaar de voorkeur heb gegeven aan buiten blijven fietsen en veel woon-werkkilometers af te gaan leggen op mijn veldrijfiets.

Pas op, verslavend (3): fietsen in alle gemeentes

Degenen die mij een beetje kennen of dit blog met enige regelmaat lezen, weten het inmiddels: ik heb nogal een voorliefde voor de getalletjes die bij het fietsen horen. Zo is mijn Eddington-getal inmiddels 97 (nog 5 ritjes van 100+ te gaan!) en staat mijn maximum square op 21. Dat laatste getal is de afgelopen tijd niet echt hard gegroeid, maar dat is weer een ander verhaal.

Maar er is nu nog iets leuks voor de fietsgetallenfetisjisten zoals ik bij gekomen: de Long Term NL Challenge. Deze site laat namelijk in één oogopslag zien in welke Nederlandse gemeentes je al met de fiets bent geweest. En dat zorgt uiteraard weer voor een hoop tochtjes op nieuw terrein en tegelijkertijd voor een boel rivaliteit in app-groepen: de printscreens van wit-oranje plaatjes vliegen mij om de oren.

Het werkt simpel. De site haalt je data op uit Strava. Dit duurt de eerste keer wat langer; alle ritjes moeten immers worden gecheckt en aangezien dat er bij mij inmiddels meer dan 700 zijn, moest ik eventjes geduld hebben. In een e-mail krijg je vervolgens een keurig overzicht en zie je direct in welke gemeente je wel en niet bent geweest. Hoe meer oranje hoe beter.

Mart is onder de indruk van mijn getallen.

In diezelfde mail een flinke rij tekst met wanneer je voor het eerst in een gemeente was en welke plaatsen nog op de bucketlist afgevinkt moeten worden. En geloof me, daar staan een boel plaatsen bij waar je nog nooit van hebt gehoord. Zo wachten de gemeentes Smallingerland, Maasgouw, Berkelland en Eersel nog op een bezoek van mij en mijn De Rosa. Maar tegelijkertijd schreeuwen metropolen als Leeuwarden, Eindhoven, Hengelo en Alkmaar ook nog om mijn aandacht. Werk aan de winkel.

Mijn teller staat op 221 van de 372 gemeentes. En dat is een score waar ik na het zien van een flink aantal andere uitslagen, best tevreden mee ben. Uiteraard hebben twee fietstochtjes van in totaal 900 kilometer, ook wel The Longest Days genoemd, flink bijgedragen aan dit resultaat. Maar met name in het oosten is er voor mij nog flink wat terrein te ontdekken. Drie keer raden waar TLD in 2019 verreden zal worden.

Limburg leidt, Groningen lijdt
Inmiddels hebben bijna 1.500 mensen de Long Term NL Challenge gedaan. Daarvan zijn er 1.050 in de gemeente Gulpen-Wittem geweest. Daarna zijn Valkenburg aan de Geul (1.042) en Eijsden-Margraten (1.034) het populairst. Amsterdam (847) en Utrecht (842) staan op de 18e en 19e plaats. Onderaan staan de Groningse gemeentes Oldambt (143) en Pekela (83).

In totaal heeft de server van bedenker Frank van Moorsel al meer dan een miljoen ritjes geanalyseerd; meer dan 60 miljoen fietskilometers met bijna 2 miljard GPS-punten.

Hier ben ik onderweg in de gemeente Eemnes, zoals de kenner natuurlijk direct ziet.

Wie goed op de kaart kijkt, ziet dat een aantal gemeentes niet meedoet met het spel. Acht gemeentes vallen buiten de boot. Hoe komt dat? Van Moorsel heeft alleen de gemeentes in zijn site opgenomen die hij vanuit zijn woonplaats zónder boot en zonder landsgrenzen te passeren, kon bereiken. En dus vallen de vijf Wadden-eilanden en de drie gemeentes in Zeeuws-Vlaanderen af. Echter, zondagavond bereikte mij het bericht dat dit binnen twee tot drie weken is ‘gerepareerd’. Het aantal te befietsen gemeentes zal dan stijgen naar 380, dat houdt tegelijkertijd in dat mijn percentage van 59 weer zal dalen. Want ik ben van die acht nu nog niet meetellende gemeentes alleen op/in Texel geweest.

Ik ben benieuwd naar jullie score. De hoogste inzending hieronder in de comments krijgt een setje bandenlichters, haha!

UPDATE: Op 1 januari 2019 zal het aantal gemeentes als gevolg van een herindeling dalen van 380 naar 355. Het wordt dus gemakkelijker om een volle kaart te gaan scoren, maar jammer voor deze verslaving is het wel.

Sterven in Zoeterwoude tijdens inspanningstest

In de Tour van 2010 kocht ik in Frankrijk een Garmin. Ik had het stomme idee opgevat om vanuit Parijs naar huis te fietsen. En het leek me route-technisch wel zo handig om met dat ding op mijn stuur naar huis te rijden. Dat ik uiteindelijk na 140 kilometer met windkracht 5 in mijn snufferd te hebben gereden piepedood bij een collega in de auto stapte, is voor dit verhaal slechts een bijzaak. Sinds die zomer was ik de trotste eigenaar van een Garmin en raakte ik compleet verslaafd aan wielergetalletjes.

Sterven in Zoeterwoude

Ongeveer een dik jaar later ontdekte ik Strava en was ik vervolgens uren bezig mijn ritjes vanuit het Strava-loze tijdperk te uploaden naar dit nieuwe platform. In zelfgemaakte excelbestanden hield ik ook nog een schaduwdagboekje met mijn kilometers bij. Waarom weet niemand. Bijna drie jaar geleden was daar ineens Zwift, met op mijn Kickr een heuse wattage-meter: nog meer getallen. Hoera! Om vervolgens via het vermaledijde Eddington-getal bij de Explorer Stats uit te komen. Je zou bijna gaan denken dat ik fiets voor de getalletjes, maar dat is nog net niet het geval.

O zo vreemd is het eigenlijk dat ik in die acht jaar van wielergetallenfetisjisme nooit een echte inspanningstest heb gedaan. Zo’n test waar je je helemaal kapot moet rijden om al nahijgend met een vijf pagina’s tellend document vol met getalletjes weer huiswaarts te kunnen keren.

Afgelopen vrijdag was het zover. Samen met vriend H. onderweg naar Zoeterwoude,  naar het huis van Adrie van Diemen. Bij wielerploeg Garmin was hij vroeger in dienst als inspanningsfysioloog en daar verantwoordelijk voor trainingen, begeleiding en testen van diverse profs. Ik kwam hem bij de koers regelmatig tegen en we hebben al die tijd een beetje contact gehouden. Toen ik eenmaal had besloten een test te willen gaan doen, moest Adrie maar degene zijn die die zou afnemen. Dat bij het afspraak maken bleek dat hijzelf op vakantie was en zijn collega Camiel Dénis de proeve van bekwaamheid zou afnemen, mocht de pret niet drukken. Die test (en de getallen) moest gedaan worden.

Hoe meer getallen hoe beter

H. gaat als eerste. Daarmee is voor mij de eerste slag geslagen. H. kan immers net wat harder trappen dan ik en daardoor heb ik tijdens mijn test een richtpunt. Wetenschappelijk misschien niet allemaal je-van-het, maar ach. Met een weerstand van 150 watt, eitje, wordt het martelwerktuig (lees: de fiets) in gang gezet. Na een goede warming-up gaat de weerstand elke vijf minuten met 25 watt omhoog. Op dat moment wordt er ook bloed geprikt zodat mijn lactaat-gehalte gemeten kan worden. Dat getal verraadt wanneer de verzuring intreedt. Als je daarnaast ook nog eens de hartslag in de gaten houdt, kan je vervolgens vrij nauwkeurig bepalen waar de diverse hartslagzones liggen. En die zijn weer handig, zo niet onmisbaar, om beter en nuttiger te trainen.

Na dik drie kwartier zit de test van H. erop. Ik heb hem nog nooit zo zien afzien. Alhoewel, bij The Longest Day zat hij er na 450 kilometer ook niet echt meer okselfris bij. Hij is tijdens deze test helemaal tot het gaatje gegaan. En het duurt ook even voor hij weer bij zinnen is. Tijdens zijn test heb ik me voor de zoveelste keer weer verbaasd over zijn power en maximale hartslag. Die ligt ongeveer veertig slagen per minuut lager dan die van mij. Als wij samen een rondje over de Heuvelrug rijden is mijn gemiddelde hartslag eigenlijk altijd hoger dan zijn maximale hartslag. Volgens Camiel zegt dat weinig tot niks en heeft het in ieder geval niet met beter zijn dan de ander te maken. Iets dat later (een beetje) bevestigd zal worden.

Still uit een video die nooit gepubliceerd gaat worden

Dan is het mijn beurt. Met een gezonde wedstrijdspanning klik ik mijn voeten in de pedalen en begin rustig met trappen. Van de uren die ik op Zwift heb doorgebracht weet ik dat mijn lievelingscadans tussen de 95 en 100 ligt. Dat beentempo probeer ik ook hier aan te houden. Van 150 gaan we naar 175 watt. Makkie. We gaan naar 200 en gelukkig voelt deze 200 watt net zoals de 200 watt thuis. Ondertussen ben ik al drie keer geprikt en met een papiertje om mijn linker wijsvinger begin ik aan het blok van 225. De eerste zweetdruppeltjes beginnen te komen, maar ook dit is nog prima vol te houden.

250 watt. Mijn hartslag zit inmiddels op de 168. Ik baal een beetje. Want voor mijn gevoel begin ik mijn omslagpunt te naderen. ‘Kom op Hendriks’, zeg ik tegen mijzelf. ‘Er zit toch nog wel wat meer in de tank?’.

Van 275 watt, gaan we door naar 300. Langzamerhand begin ik een beetje te lijken op Fernando Escartin in zijn goede dagen. Als een mijnwerker, stoempend, harkend en alles gevend haal ik de 325. Het tellertje voor mijn neus, waar mijn hartslag en de tijd op te zien is, draai ik om. Ik word moe van die getallen en de minuten lijken voorbij te kruipen. ‘Nog twee minuten’ roept Camiel. ‘Dan beginnen we aan het blok van 350 watt’. Het zuur zit al tot achter mijn oren maar ik haal de 350. Met alles wat ik heb trap ik nog veertig seconden door en dan ineens gaat het licht uit. Ik kan niet meer. Hijgend als een bronstige neushoorn zit ik op het zadel. H. maakt foto’s. De meeste daarvan zijn zo ontzettend lelijk dat ze deze site nooit zullen halen.

Bolletjes = HR. Vierkantjes = lactaat-gehalte.

Na een klein minuutje kan ik weer praten en heb ik er de balen van dat ik niet langer door heb getrapt. Voor mijn gevoel had ik nog iets meer uit de tank kunnen halen. Maar als ik iets rationeler denk, moet ik toch toegeven dat er niet meer in zat: 328 watt. Omgerekend naar watt/kilo is dat 3,59. Het vermogen bij mijn omslagpunt ligt (logischerwijs) iets lager: 3,02 W/kg. Op een staatje zie ik dat de profs meer dan 6 W/kg trappen. Meer dan twee keer zo veel. Wow.

Na een douche en bij een kop koffie bespreken H. en ik onze resultaten met Camiel. Hij is best tevreden over de resultaten en vindt ons voor huis-tuin-en-keuken-wielrenners bovengemiddeld. Mijn omslagpunt ligt op 175 slagen per minuut. En als ik het meeste vet wil verbranden zonder in de verzuring te trappen moet ik in de rondte gaan rijden met een hartslag van 164. Dat getal ga ik de komende tijd niet vergeten. Want uit de test blijkt dat het aantal kilo’s nog wel iets naar beneden kan worden bijgesteld: 91,5 moet idealiter plaatsmaken voor 87,5. Bergop zou ik dat direct moeten gaan merken.

‘Gelukkig’ blijkt uit deze test dat er geen prof aan mij verloren is gegaan. En dat is zeker geen verrassing. Illusies om ooit meer met wielrennen te gaan doen dan met vrienden gezellig (en hard) over de Heuvelrug te rijden en daarna bier te gaan drinken had ik toch al niet. Wielrennen is een ontzettende fijne sport om te beoefenen en dat zal ik na deze inspanningstest zeker blijven doen. Met een paar goede adviezen en een heleboel nieuwe wielergetalletjes verlaat ik Zoeterwoude met een grote glimlach. Het zonnetje schijnt. Misschien straks nog even lekker een rondje door de polder op mijn stalen De Rosa. Hartslag strak op 164. En geen slag hoger.

Pas op, verslavend (2): de explorer stats

Een paar maanden geleden schreef ik over het getal dat onwijs verslavend werkt: het Eddington-getal. Sinds een paar weken is daar een nieuwe verslaving bijgekomen: de explorer stats. Het duurde eventjes om deze nieuwe fietshobby door te krijgen, maar het resultaat mag er zijn.

Mijn overzicht op veloviewer

Heel kort samengevat: de explorer stats zijn diverse getallen die aangeven in hoeverre je op avontuur gaat. Het ontdekken van gebieden op de fiets waar je nog niet geweest bent, wordt (digitaal) beloond. En ja, dat werkt dus zeer verslavend.

Laten we beginnen bij het begin. Allereerst is een Strava-account vereist. De data moet immers ergens vandaan komen. Ten tweede is een account bij veloviewer een must. Die site, een walhalla voor fietsdata, genereert een boel fijne kaartjes en komt met allerlei explorer stats op de proppen.

Rood, wit en blauw
Hierboven zie je een kaartje met rode, blauwe en witte vakjes. In de witte vakjes ben ik nog nooit geweest met mijn racefiets (597 ritjes sinds het najaar van 2010). In de rode vakjes ben ik wél geweest op de fiets. De blauwe vakjes betekenen dat ik daar a) geweest ben met de fiets en b) dat ik ook in de vakjes die er links, rechts en onder en boven aan grenzen heb gereden.

In totaal ben ik in 5058 verschillende vakjes geweest. Het rijden van een standaard trainingsrondjes, over bekende weggetjes, zal dit getal dus niet meer doen vergroten. Een rondje rijden op vakantie, zoals afgelopen weken op Kos, doet dat wel. Gemiddeld heb ik per vakje 6,326 kilometer gereden.

Dan komen we bij wat veloviewer het maximum square noemt, het grootste vierkant. Ik heb een vierkant van 11 bij 11. Dat houdt in dat er een vierkant van 11 bij 11 vakjes op de kaart is, waarin ik in alle vakjes heb gefietst. Op de kaart zie je dat er drie dikke blauwe lijnen zijn: er zijn dus drie vierkanten van 11 bij 11 te vinden waar ik minimaal alles rood heb. Eigenlijk is mijn maximale vierkant dus 13 bij 11, maar hey, dat is geen vierkant, dat is een rechthoek.

Grootste vierkant

Zoals je ziet, kan ik mijn maximum square relatief makkelijk vergroten door door die paar witte vakjes te fietsen. Dan moet ik door twee witte vakjes naast van mijn meest noordelijke grootste vierkant rijden. Die ene tussen Utrecht en Hilversum en die andere ten zuidoosten van Nieuwegein. Maar nog makkelijker rijd ik door dat ene witte blokje net onder Amersfoort. Vanuit mijn huis in Soest ben ik binnen het uur weer thuis.

Hier in Nederland is het, met overal fietspaden, niet heel moeilijk om je vierkant te vergroten. In het buitenland zijn er sporters die er meer moeite mee hebben, getuige een bericht op het blog van veloviewer:

“I’ve had to carry my bike through swamps, hike shorelines at low tide, kayak across estuaries, not to mention skiing and hiking otherwise inaccessible areas. I’ve attempted to enter military installations, only to be turned away at gunpoint! Currently hoping for a cold winter so I can ride across a frozen lake on my studded fatbike…”

Dan heb je als laatste het maximum explorer cluster. Dat is het grootste gebied van aaneengesloten blauwe vakjes. In mijn geval 370. De basis van dat gebied ligt zoals je ziet op de Utrechtse Heuvelrug. Daar waar mijn racefietsen zich het liefst laten zien.

Plugin voor Strava
Natuurlijk is het leuk om zelf op ontdekkingsreis te gaan en uit je hoofd te proberen in witte vakjes te gaan rijden. Maar ik heb een drukke baan en drie kids en dus is tijd zeldzaam. Gelukkig is er een veloviewer-extensie voor Google Chrome, die je in route builder van Strava perfect laat zien waar je nog niet geweest bent. Zelf even een paar lijntjes trekken en voila. Een rondje door witte vakjes is binnen een minuut gemaakt. En dus staat komende week dit rondje op het programma.

Witte vakjes rijden deze week!

Je ziet: af en toe even even een vakje in en uit en soms zal ik slechts voor een paar meter in een vakje zijn. Maar hey, you win some, you lose some. Mazzeltje: de Loosdrechtse Plassen zijn gelukkig niet zo groot dat ik sommige vakjes al zwemmend of schaatsend aan zal moeten doen.

Als je tot hier bent gekomen met lezen: chapeau, complimenten, bedankt. En heel veel sterkte de komende tijd. En als je net zo ver bent gekomen als Nils uit België, met zijn 71 bij 71 wereldrecordhouder, dan hoor ik het graag:

Wereldrecord vierkantjesrijden

Oh ja, kreeg een boel vragen hoe je bovenstaande kaartjes tevoorschijn tovert op veloviewer. Je klikt op Activities, vervolgens zet je de Map aan. En onder de kaart vink daarna Explorer aan, en krijg je met die icoontjes rechts daarvan de verschillende dingen te zien.