The Longest Day; de Zuid-Noord-lijn

Dat er ook in 2019 een Longest Day verreden zou gaan worden, dat wisten we eigenlijk al toen we in 2018 na 440 kilometer in Vlissingen arriveerden. Het is inmiddels een traditie geworden. Weliswaar eentje waarbij je verschrikkelijk af moet zien, maar ook eentje waar elke deelnemer zich het hele jaar op verheugt. Iedereen heeft zin in die ene dag, 21 juni, waarop de zon het langste schijnt. Een dag vol bikkelen en afzien, maar ook met veel pret en geluk.

Het gevloek is dan ook groot als een chirurg van het ziekenhuis in Amersfoort op 10 mei tegen mij zegt dat ik het fietsen wel kan vergeten voor de komende vijf à zes weken. Als ik anderhalve week later ook nog eens te horen krijgt dat ik mij vooral op de Longest Day van 2020 moet richten, is de wereld even te klein. Het advies van dr. Van Olden kan ik moeilijk negeren. Hij is naast arts in Amersfoort ook de ploegarts van wielerploeg Jumbo-Visma en heeft er dus wel enig verstand van. Normaal hang ik aan de lippen bij mensen uit de wielerwereld, nu vind ik zijn verhaal verschrikkelijk.

Ik zet voor mijzelf de deur nog op een kier. Maar als ik een week voor The Longest Day nog geen 440 centimeter kan fietsen, hak ik de knoop door. Voor mij geen mooiste wielerdag van het jaar. Althans, niet op de fiets, maar wel in de ploegleiderswagen. Chauffeur, verzorger en ploegleider ineen. Dan er in de Volkswagen Transporter van schoonvader Evert maar een mooie dag van maken en de heren coureurs maar bien soignés op pad sturen.

Het startschot valt om 04.10 uur op de Bosschstraat in Maastricht. In het halfuur daarvoor stouwt iedereen zich vol met bananen, yoghurt, reepjes en broodjes kaas. Slingerend tussen de studenten door zetten elf man koers richting het noorden, richting Winschoten. Op straat is het nog druk, veel studenten komen net de kroeg uit en beginnen spontaan te applaudisseren als er een in het wit gestoken pelotonnetje zich in gang trekt op weg naar Winschoten, 430 kilometer verderop.

Het begin is lastig, veel kronkelweggetjes in het zuiden van Limburg. En als anderhalf uur later de zon recht in het gezicht van renners en ploegleiding gaat schijnen, is het lastig om te zien waar de weg begint en ophoudt. De zon klimt gelukkig langzaam hoger aan de hemel en de wegen beginnen zich meer en meer aan de oevers van de Maas te houden. In Blitterswijck zwaaien we zogenaamd naar Wout Poels, in Afferden plakken we een band (de eerste in drie jaar!) en al gauw zijn we in Groesbeek waar we in een gastronomische hemel belanden: de ouders van Rick hebben een tafel vol met koude cola, hete koffie en gigantische stukken taart voor ons neergezet.

Iedereen voelt zich nog goed. Herman is op dat moment al tevreden met de eerste 140 kilometer. “Ik heb het hele jaar nog niet zo ver gereden”, zegt hij koeltjes. Dertig minuten later zetten elf verschillende merken frames (toch bijzonder, niet?) koers richting Millingen aan de Rijn, er wordt gereden door een prachtig natuurgebied ten zuidoosten van Nijmegen. Bossen met heuvels en prachtige polders waarvan de ploegleiding weinig meemaakt. Omdat het pontje niet toegankelijk is voor auto’s, racen wij via de snelweg richting Zeddam, voor alweer een koffie op het terras.

Oostwaarts, richting de Achterhoek. En met de wind – die inmiddels uit het westen is gaan blazen – in de rug, gaat het met een gangetje van 40 kilometer per uur naar de volgende stop: Winterswijk. In de auto worden er inmiddels wielerquizjes gespeeld, collega’s geïmiteerd en verhalen uit de oude NOS-doos gehaald. Never a dull moment als je met Han en Pascal op pad bent.

Halverwege de dag kijkt rookie Rob Harmeling nog even fit uit zijn ogen als die ochtend. Hij vindt het een ‘machtige dag’ en is blij met de honderd kilometer die hij de dag daarvoor nog heeft gereden. En dat terwijl hij ons voorafgaand in de appgroep nog bang heeft gemaakt met opmerkingen als ‘trainen is voor talentlozen’. De verbazing is nog groter als Rob na dik 300 kilometer opbiecht dat zijn wekker straks om 07.00u gaat. “Even een clinic geven”, zegt hij met een grote glimlach van oor tot oor. Als hij de dag later een foto stuurt, geloven we het pas echt.

In de Achterhoek en in Twente is het prachtig fietsen. De wegen zijn goed, maar er moet vanwege het hoge bebouwdekomontwijkengehalte goed op de navigatie gekeken worden. Belangrijk is daarbij ook dat er niet per ongeluk een verkeerde afslag genomen wordt en het pelotonnetje in Duitsland belandt. Doel van deze editie is immers: zo dicht mogelijk bij de grens blijven, maar nooit erover. Eén keer gaat het mis en rijden we voor twintig meter in Duitsland. Niemand die er wakker van ligt.

In Gramsbergen worden we feestelijk onthaald. De ploegleiding regelt een half uur voor aankomst van de renners dat er een grote plaat met tosti’s klaarstaat. Zelf nemen we een tripel, een witbier en een gewone. Verschil moet er zijn, toch? De gasten op het terras wilden graag weten wat we in hemelsnaam aan het doen zijn en hoe we in Gramsbergen terechtkomen. De bediening is alleraardigst en zorgt ervoor dat we gauw weer kunnen vertrekken. Winschoten is nog 90 kilometer ver. De schaamte in de auto is dan ook groot als we er even later achterkomen dat we vergeten zijn te betalen. Langs het Coeverderkanaal scheuren we met het schaamrood op de kaken terug.

Ter Apel blijkt het langste en dunste dorp ter wereld. Althans, dat is de mening in de wagen. Aan weerszijden van het water een rij huizen en daarachter niks. Even later, in Jipsingboermussel, ploft het peloton nog eventjes neer. Cola’s verdwijnen als sneeuw voor de zon in de dorstige kelen. Sommigen vallen bijna in slaap. Maar het einde is in zicht. Winschoten doemt op aan de Groningse horizon.

Als we rond half tien aankomen in Winschoten, schiet sportfotograaf Joris Knapen zijn laatste foto’s. Hij is praktisch de gehele dag met ons meegereden en heeft onderweg de meest fraaie foto’s van ons gemaakt. “Ik had toch niets te doen vandaag”, zegt hij droogjes. Wij zijn hem eeuwig dankbaar voor hoe hij deze dag zeer professioneel heeft vastgelegd. Nadat hij onze omhelzingen heeft vastgelegd,  springt iedereen onder de douche.

Achttien bittergarnituur en veel speciaalbier later is de sfeer in de hotelbar opperbest. Zelfs de opgelopen irritaties door de eikenprocessierups kunnen het plezier niet bederven. The Longest Day 2019 was een feest, net als die van 2018 en 2017. Zelfs de plannen voor 2020 worden – eerder dan normaal – door ondergetekende ontvouwd. En hoewel iedereen doodmoe is, wordt de route met gejuich ontvangen. Ik kan niet wachten tot het zover is. Een dag in de auto is hartstikke prima en gezellig, maar ik wil het graag bij deze ene keer laten.

Grote dank aan 36 Cycling die ons voorzien heeft van shirt, broek, windjack en sokken. Dikke kudos voor Studio nulelfzeven voor het helpen bij het ontwerpen van die o zo fraaie wielerkleding. Hieperdepiep hoera voor MIR Sportsmarketing dat ons overladen heeft met reepjes, gelletjes en bidons. Props voor Hooijer Vuurwerk voor het beschikbaar stellen van zijn ploegleidersbus. Ultiem tof hoe Sjoerd voor ons een heerlijke pasta in elkaar heeft gedraaid. Als laatste een dankwoord voor de ouders van Rick in Groesbeek en Arjan en Marlies in Winterswijk voor het openstellen van hun huis voor elf hongerige en zweterige wielrenners. 

En voor de liefhebber is de route ook te downloaden.  

Laatste keer Rondje IJsselmeer. Rij je mee?

Op 1 april gaat de Afsluitdijk voor drie jaar dicht. Nee, dat is geen 1-aprilgrap, maar helaas de bittere realiteit. Om nog een keer te genieten van de prachtige saaiheid van de Dijk der Dijken, rijd ik op zondag 31 maart een Rondje IJsselmeer van +/- 270 kilometer. Wil je mee? Gezellig. Hieronder wat informatie.

  • Pelotonnetje zal om 07.00u vanuit Muiden vertrekken, vanaf de o zo gezellige P1-parkeerplaats (zie onderstaand kaartje). Het is daar gratis parkeren, het is goed bereikbaar per auto (en fiets) en het ligt praktisch aan het parcours. We proberen om uiterlijk 17.00u in Muiden terug te zijn. 
  • Het lijkt erop dat de wind uit het noorden en/of noordoosten zal komen. Dat betekent dat we het rondje tegen de klok in zullen rijden. Dus via Flevoland, Friesland naar de Afsluitdijk. Via Noord-Holland retour. Mocht de wind toch van richting veranderen, kan de rijrichting nog worden aangepast.
  • We rijden self supporting. Dat houdt in dat er geen volgwagen met bidonnen, banden en reservefietsen meerijdt. Alles wat je onderweg nodig dient te hebben, moet je zelf (eventueel in een klein rugzakje) meenemen. Denk aan genoeg binnenbanden, eten, geld en eventueel een OV-chipkaart.
  • Het gemiddelde zal rond de 30 km/u liggen. Misschien iets langzamer, misschien iets sneller. We houden rekening met elkaar, maar we zullen doorrijden als mensen het normale tempo niet meer fatsoenlijk kunnen volgen.
  • Lek? Dat kan gebeuren. We zullen elkaar helpen en op elkaar wachten. Bij grote problemen zoals gebroken wielen, rijden we in principe door. Mocht het aantal lekke banden nou drastisch toenemen en dit voor dermate vertraging en irritatie gaat zorgen, is het onontkoombaar dat er mensen zullen beslissen om door te rijden. Dit is helaas, zo leert de ervaring, niet te voorkomen.
  • Er wordt één of twee keer gestopt. Dit is geen moment voor een driegangenlunch, maar een moment om bij hoogstwaarschijnlijk een pompstation of bescheiden lunchtent een broodje en koffie te nuttigen. Dit alles voor eigen rekening. 

  • Wordt het aantal deelnemers te groot, dan gaan we eventueel over tot het formeren van twee pelotonnetjes. 

Pas op, verslavend (3): fietsen in alle gemeentes

Degenen die mij een beetje kennen of dit blog met enige regelmaat lezen, weten het inmiddels: ik heb nogal een voorliefde voor de getalletjes die bij het fietsen horen. Zo is mijn Eddington-getal inmiddels 97 (nog 5 ritjes van 100+ te gaan!) en staat mijn maximum square op 21. Dat laatste getal is de afgelopen tijd niet echt hard gegroeid, maar dat is weer een ander verhaal.

Maar er is nu nog iets leuks voor de fietsgetallenfetisjisten zoals ik bij gekomen: de Long Term NL Challenge. Deze site laat namelijk in één oogopslag zien in welke Nederlandse gemeentes je al met de fiets bent geweest. En dat zorgt uiteraard weer voor een hoop tochtjes op nieuw terrein en tegelijkertijd voor een boel rivaliteit in app-groepen: de printscreens van wit-oranje plaatjes vliegen mij om de oren.

Het werkt simpel. De site haalt je data op uit Strava. Dit duurt de eerste keer wat langer; alle ritjes moeten immers worden gecheckt en aangezien dat er bij mij inmiddels meer dan 700 zijn, moest ik eventjes geduld hebben. In een e-mail krijg je vervolgens een keurig overzicht en zie je direct in welke gemeente je wel en niet bent geweest. Hoe meer oranje hoe beter.

Mart is onder de indruk van mijn getallen.

In diezelfde mail een flinke rij tekst met wanneer je voor het eerst in een gemeente was en welke plaatsen nog op de bucketlist afgevinkt moeten worden. En geloof me, daar staan een boel plaatsen bij waar je nog nooit van hebt gehoord. Zo wachten de gemeentes Smallingerland, Maasgouw, Berkelland en Eersel nog op een bezoek van mij en mijn De Rosa. Maar tegelijkertijd schreeuwen metropolen als Leeuwarden, Eindhoven, Hengelo en Alkmaar ook nog om mijn aandacht. Werk aan de winkel.

Mijn teller staat op 221 van de 372 gemeentes. En dat is een score waar ik na het zien van een flink aantal andere uitslagen, best tevreden mee ben. Uiteraard hebben twee fietstochtjes van in totaal 900 kilometer, ook wel The Longest Days genoemd, flink bijgedragen aan dit resultaat. Maar met name in het oosten is er voor mij nog flink wat terrein te ontdekken. Drie keer raden waar TLD in 2019 verreden zal worden.

Limburg leidt, Groningen lijdt
Inmiddels hebben bijna 1.500 mensen de Long Term NL Challenge gedaan. Daarvan zijn er 1.050 in de gemeente Gulpen-Wittem geweest. Daarna zijn Valkenburg aan de Geul (1.042) en Eijsden-Margraten (1.034) het populairst. Amsterdam (847) en Utrecht (842) staan op de 18e en 19e plaats. Onderaan staan de Groningse gemeentes Oldambt (143) en Pekela (83).

In totaal heeft de server van bedenker Frank van Moorsel al meer dan een miljoen ritjes geanalyseerd; meer dan 60 miljoen fietskilometers met bijna 2 miljard GPS-punten.

Hier ben ik onderweg in de gemeente Eemnes, zoals de kenner natuurlijk direct ziet.

Wie goed op de kaart kijkt, ziet dat een aantal gemeentes niet meedoet met het spel. Acht gemeentes vallen buiten de boot. Hoe komt dat? Van Moorsel heeft alleen de gemeentes in zijn site opgenomen die hij vanuit zijn woonplaats zónder boot en zonder landsgrenzen te passeren, kon bereiken. En dus vallen de vijf Wadden-eilanden en de drie gemeentes in Zeeuws-Vlaanderen af. Echter, zondagavond bereikte mij het bericht dat dit binnen twee tot drie weken is ‘gerepareerd’. Het aantal te befietsen gemeentes zal dan stijgen naar 380, dat houdt tegelijkertijd in dat mijn percentage van 59 weer zal dalen. Want ik ben van die acht nu nog niet meetellende gemeentes alleen op/in Texel geweest.

Ik ben benieuwd naar jullie score. De hoogste inzending hieronder in de comments krijgt een setje bandenlichters, haha!

UPDATE: Op 1 januari 2019 zal het aantal gemeentes als gevolg van een herindeling dalen van 380 naar 355. Het wordt dus gemakkelijker om een volle kaart te gaan scoren, maar jammer voor deze verslaving is het wel.

Een Drents wielerfeestje op de VAM-berg

Mijn eerste herinnering aan de VAM-berg zal van iets meer dan tien jaar oud zijn. Als slowmotion-redacteur van Studio Sport moest ik naar de Ronde van Drenthe. Het was niet de eerste wielerkoers die ik voor mijn werk bezocht, dat was in 2005 de Eneco Tour. Daar ontmoette ik voor het eerst Mart Smeets. Mijn eerste beeld van Mart-als-collega was een groot lijf dat achterwaarts afdaalde van een klein wankel trappetje op weg naar de stoep waar ik mij bevond. Maar dat is weer een ander verhaal.

Links de kasseien, rechts het asfalt.

Terug naar de Ronde van Drenthe, daar waar ik samen met regisseur en goede vriend Pascal Clement voor enkele uren in een piepklein regiewagentje vertoefde. Het peloton denderde over de VAM-berg heen. De commentator en le régional de l’étape Herbert Dijkstra vertelde vol enthousiasme over de vuilnisbelt waar een strook asfalt overheen was gelegd. “Eens per jaar gaat het hek open en dan mag erover gefietst worden. Tot groot verdriet van alle wielerliefhebbers is deze col de rest van het jaar gesloten.” Met enige dichterlijke vrijheid zet ik zijn quote tussen aanhalingstekens. Gefactcheckt heb ik hem niet, maar iets van die strekking zal het zeker zijn geweest.

Echt veel fietste ik enkele jaren na de eeuwwisseling zelf nog niet. Ik had een mooie Giant TCR met T-Mobile stickers en Shimano 105, maar die stond bij mijn moeder in de schuur. Het interesseerde me niet zoveel of je wel of niet over die vuilnisbelt kon denderen. Hoe anders was dat eind vorig jaar, toen ik voor het eerst hoorde dat je binnenkort over de VAM-berg kon fietsen. Enthousiasme-deluxe. Valverde-achtige klimmetjes in Drenthe, hoe tof wil je het krijgen?

Panorama, kan ik ook.

“Zullen we aan het begin van de herfstvakantie een weekendje naar het Hof van Saksen?” vroeg mijn vriendin begin oktober. “Dat is toch dat mooie bungalowpark in Drenthe?” antwoordde ik retorisch. Ik wist maar al te goed waar dat park lag. De vorige keer dat we daar waren, genoot ik van het tientallen kilometers lange MTB-parcours bij Gieten. Snel checkte ik wanneer de VAM-berg geopend zou worden, ik had immers gelezen dat dat rond de herfstvakantie zou zijn. “Hartstikke leuk, dat Hof van Saksen!” concludeerde ik. Ondertussen zag ik mijn racefiets al in de kofferbak van de auto liggen.

Hoe het gebeurde weet ik niet. Of beter gezegd: hoe het niet gebeurde weet ik niet. Maar dat weekende belandde ik niet op de net geopende Col du VAM. Racefiets ongebruikt mee retour. Maar erg was dat niet. Zwembaden, kinderen, speelparadijzen, tripel karmeliet en goede avonden met vrienden die daar ook verbleven, waren prima redenen om een weekendje over te slaan.

Het is net een Windows-wallpaper he?

Thuis aangekomen na een lang weekend in Drenthe bleek de iPad in het appartementje achtergebleven te zijn. “Hè wat vervelend nou! Nee, u hoeft hem niet op te sturen hoor. Ik kom ‘m gauw zelf even ophalen. Geen énkel probleem.”

De route stond nog in mijn Wahoo, het herfstzonnetje was aanwezig en dus stond niks meer een bezoekje aan de de VAM-hemel in de weg. Afgezien van een lieve oudere meneer die aanbood om een foto van mij op de top te maken en een verdwaalde (?) mountainbiker was er niemand. Ik had de hele VAM-berg voor mij alleen.

Selfie-stand werkt ook op de VAM.

Hoe het daar was? Tof. Drenthe heeft er echt wat van gemaakt. Je kan de berg van vier verschillende kanten opfietsen. En de beklimminkjes zijn best wel stevig te noemen. Stukken van 15 procent waar je echt even flink door moet stampen om niet tot een totale parcheggio te geraken. Het asfalt is fonkelnieuw en ongeveer vier meter breed en dat is als je in je eentje bent uiteraard genoeg. Maar ik kan me voorstellen dat als je daar in een druk weekend met een boel anderen in de rondte rijdt, het wat aan de smalle kant is.

Eén van de vier beklimmingen eindigt op een heuse kasseistrook. Een dikke honderd meter aan kinderkopjes, voor het echte Ronde van Drenthe-gevoel. Afdalen gaat net als het klimmen op een eenrichtingsweg. Wel zo veilig. De haakse bocht aan het einde van het steile stuk naar beneden zorgt ervoor dat de remblokken ook goed getest worden. Dat het net even anders gekund, denk ik bij mijzelf. Maar als ik even later mijn hartslag tot boven de 170 zie gaan, zijn de rembloktranen alweer passé.

Cliché, maar wat geeft het.

Ik doe een stuk of zeven beklimmingen, maak ondertussen wat foto’s en moet lachen om het bord boven op de top: 4800 centimeter boven NAP. Een bord dat over twee jaar als het goed is aan vervanging toe is. Dan komt het Dak van Drenthe op meer dan zestig meter hoogte te liggen.

Met een mooi lusje rijd ik kruipdoor-sluipdoor terug naar mijn auto. Ik heb het naar mijn zin gehad op de VAM-berg en ben blij dat die iPad in huisje 418 is blijven liggen. Ik had zodoende een goede reden om terug te rijden naar Drenthe. Maar is de VAM-berg alleen een goede reden om meer dan honderd kilometer in de auto te zitten? Nee, alleen die berg is niet genoeg. Na een halfuurtje ben je – vind ik – echt wel uitgespeeld. Maar als je (een beetje) in de buurt bent, dan is de VAM-berg hartstikkene mooi om even op te stampen.

The Longest Day, een slopende topdag van 440 kilometer

Na zeventig kilometer lig ik ineens op het asfalt. Ik hang achteraan in de groep, voor mij rijden er twaalf vrienden twee aan twee. Zij rijden wel allemaal vakkundig om die ene steen heen. Ik heb ‘m niet gezien en klats met mijn hoofd op het asfalt. Broek en shirt kapot, maar vooral een flinke deuk in het moraal. Maar kan ik nog door? Het gaat toch niet zo zijn dat ik na maanden trainen en vooral voorpret hier om 07.00 uur ’s ochtends in Holwerd mijn Waterloo ga vinden? Alles doet zeer, maar fietsen kan ik wel. Ik voel me een prutser: hoe kan ik zo stom zijn en die steen niet zien.

Vreugde bij aankomst in Vlissingen

Terwijl Aart – MacGyver – Vierhouten mijn zadel met rubbers en tape weer aan mijn frame monteert zegt Johnny Hoogerland met een grote glimlach: “Kom op hè, toen ik in het prikkeldraad lag, fietste ik ook gewoon door”.  En gelijk heeft-ie. Doorrijden zal ik. Al moet ik met één been verder. Dit is niet alleen de langste, maar ook de mooiste dag van het jaar.

Enkele dagen eerder kijken we met verbazing naar de weersverwachting voor de 21ste. Na dagen van de meest prachtige wind uit het zuidwesten, wordt er ineens windkracht vijf uit het noordwesten verwacht. We gooien de plannen om en kiezen ervoor om in plaats van Vlissingen – Delfzijl van Delfzijl naar Vlissingen te rijden. De eerste tweehonderd kilometer wind tegen. Om ‘m daarna schuin in de rug te hebben.

Groningse nachten zijn kort (vrij naar Brabantse nachten zijn lang)

Om 04.00 uur rijden we na een korte nacht weg in Delfzijl. Het is nog donker, het regent een beetje. Over de grote baan naar het westen. Met achter ons de ploegleiderswagen van Roompot met de alarmlichten. Ik moet denken aan ‘Riders On The Storm’ van The Doors terwijl ik mijn eerste bidonnetje achterover tik. Vorig jaar te weinig gedronken, dat gaat me niet nog een keer gebeuren.

Na een uur worden we ingehaald door een een politiewagen met zijn zwaailichten aan. Oh oh, denken de meesten van ons. Dit kan wel eens een vervelend gesprek gaan worden. Gelukkig heeft de politie-agent een andere prioriteit want op hoge snelheid rijdt hij door.

Selfie!

De sfeer zit er ondertussen goed in. Johnny zorgt voor het broodnodige vertier op de fiets en er wordt veel gelachen, gegeten en gedronken. Vlak voor het Lauwersmeer nemen we een verkeerde afslag. Met de gedachte dat het wel goed komt, belanden we tijdens de tweede editie van onze Longest Day op een ieniemienie fietspad over een militair terrein. Hilariteit alom.

Ineens is daar Moddergat, Friesland. Aan mooie plaatsnamen zeker geen gebrek vandaag. Over schuine dijken, tussen de schapen door en af en toe over een hek. Inmiddels begrijp ik waarom deze paadjes niet op Google Maps te zien waren. Niemand die het vervelend vindt, we zijn met z’n dertienen op de fiets gestapt om een avontuur aan te gaan. Dan hoort dit er ook bij. Onze gemiddelde snelheid zakt wel tot onder de dertig kilometer per uur. Maar ach, zo hebben we langer om van deze dag te genieten, toch? Want daar draait het vandaag om.

Ineens snap je waarom dit niet op Google Maps staat

Na het kleine oponthoud bij Holwerd, laten we het daar niet meer over hebben, is daar ineens Harlingen. Tijd voor koffie en taart om vervolgens aan het Monster van een Afsluitdijk te beginnen. Daar komt 35 kilometer lang de wind overal vandaan, behalve van achteren. Iedereen ziet af als een beest, het is erg moeilijk om het wiel te houden. We proberen een waaier op te zetten, maar na een minuut of tien is-ie aan flarden. Dertien renners rijden verspreid over honderd meter over de langste dijk van Nederland. We zijn een slagveld op wielen. Smeets had met een luide stem ‘hier kan je zo de tune van MASH onder monteren’ geroepen. Vond ik altijd erg als-ie dat zei (deed-ie namelijk nogal vaak), maar nu moet ik erom lachen als ik eraan denk.

De Dijk

Terwijl iedereen vecht voor wat-ie waard is, is het tegelijkertijd ook een prachtig gezicht. Iedereen in hetzelfde prachtige wielertenue (grote, grote dank aan 36 Cycling!) en met dezelfde helm op (POC, geweldig, jullie fijne Octal heeft er voor gezorgd dat ik door kon rijden en wij ons bovendien bien soigné door Nederland konden verplaatsen) vechtend tegen de verschrikkelijke noordwester.

Gelukkig naderen we Callantsoog. Met een uur achter op het ideale schema storten we ons als uitgehongerde buffels op de door de vrouw van Herman bereide pasta en worstjes. Om vervolgens nog even kilo’s winegums en Twixen weg te werken. Niet echt wielervoer (échte reepjes, poeders en gelletjes zitten dankzij MIR Sportmarketing al in onze achterzakken) maar ach, wat geeft het. Iedereen geniet van het moment maar heeft ook enige vrees voor de 250 kilometer die dan op het programma staan.

Keren en draaien door de duinen

Omdat we vanaf nu grotendeels naar het zuiden rijden, hebben we de wind schuin van achteren. De druk kan dus iets van de pedalen. Al zorgen de honderden duinen en duizenden bochtjes ervoor dat van bijkomen niet echt sprake is. De omgeving maakt veel goed, dit gedeelte van Nederland is (ook) prachtig om doorheen te fietsen.

Onderweg toevallig (?) op de foto gezet door Philip Mees (@webmeester)

Via het pontje bij IJmuiden komen we in Noordwijk voor een klein appeltaartje. De teller heeft dan nog niet de 300 gepasseerd. Met de ervaring van vorig jaar in ons achterhoofd, weten we dat het vanaf nu zwaar gaat worden. De kilometers beginnen te tellen. Ploegleiders Pascal Clement en Han Kock houden de moed erin en blijven goed voor ons zorgen. Zonder hun hulp en ondersteuning was deze dag niet mogelijk geweest. Het is bijzonder fijn dat als je ergens aankomt voor een kleine stop je direct een warme tosti in je handen krijgt gedrukt. Jongens, jullie zijn helden.

Emoties na weer een goede verzorging van Han en Pascal

Na Noordwijk volgen Den Haag en Monster. Op en af door de duinen. Ik heb het hier mega-zwaar, telkens op en af, telkens keren draaien, telkens weer aanzetten. We bereiken Hoek van Holland. Twaalf kilometer met de wind vol in de rug naar Maassluis. Ik zit steenkapot, maar dit zijn twaalf heerlijke kilometers. Vanaf nu nog honderd kilometer naar de finish in Vlissingen. Een mentaal fijne grens, maar makkelijk gaat het absoluut niet worden.

Blijheid op wielen

Gelukkig komen de goede benen enigszins terug. Maar dat kan ook komen omdat ik onwijs veel zin heb in een koude IPA en een grote schaal bitterballen. Op de Oosterscheldekering, als de zon bijna onder is en Vlissingen binnen handbereik, is de moraal bij iedereen helemaal terug. We hebben het weer gedaan met z’n allen, we zijn er bijna. We maken nog even een boel foto’s en filmpjes van elkaar – wielrennen blijft een modeshow – en langs het kanaal tussen Middelburg en Vlissingen wordt er nog een keer volle bak doorgereden. Waarom we dat doen, weet niemand.

Oosterscheldekering, IPA en bitterballen binnen handbereik

Feit is dat we om precies 23.00 uur arriveren. Vijftien uur in het zadel, met een gemiddelde van net geen 30 kilometer per uur. Iedereen doet met veel plezier zijn verhaal voor de microfoon van Han Kock om niet lang daarna in café de Concurrent de etappe tot in detail nóg beter na te bespreken.

Een ontzettend fijne dag, met veertien hele fijne vrienden. En zo resoluut als ik vorig jaar schreef “dit doe ik nooit meer”, zo resoluut schrijf ik nu “ik kan niet wachten op de editie van 2019”.