Michele Scarponi en het ‘niet onomstreden’

Het is zaterdag 22 april. Ik sta te wachten bij De Biltsche Hoek. Voor veel fietsers uit Utrecht en omstreken een ideale verzamelplek om vanuit daar een fijn rondje te gaan rijden. Fietsmaat J. is er nog niet. Dan maar even een snelle blik op Twitter om te kijken of er nog nieuws is.

Michele Scarponi overleden, melden meerdere twitteraars op basis van de Gazzetta dello Sport. Het is op dat moment iets voor tien uur in de ochtend. Ook mijn werkgever NOS Sport heeft dan (09.53 uur) al een kort berichtje op NOS.nl gepubliceerd op basis van de Italiaanse sportkrant. Dat bericht zal in de daaropvolgende minuten enkele keren worden uitgebreid.

J. arriveert na enkele minuten. Hij krijgt een grote knuffel van mij. Hij is enkele dagen daarvoor voor de tweede keer vader geworden. Sinds elf maanden weet ik hoe dat voelt. Hij heeft het laatste nieuws nog niet gehoord. Ik hou het nog even even voor me.

We fietsen weg. Ik ben een tikkie afwezig. Het beeld van papa Scarponi met zijn zoontjes op zijn rug, een foto die hij de avond voor zijn tragische ongeluk heeft getwitterd en ik net heb geretweet, krijg ik maar niet uit mijn hoofd. Twee kersverse vaders. Allebei een zoon. Dan hakt zo’n plaat er keihard in. Na driehonderdmeter vertel ik J. wat er met Scarponi is gebeurd. Hij is er stil van.

Scarponi met zijn twee zoontjes

De twee uur daarna kijk ik niet meer op mijn telefoon. Ik hoor een boel piepjes van mijn telefoon. Allemaal WhatsApp’jes. In diverse app-groepen, zowel zakelijk als privé, wordt er gesproken over Scarponi. Ik lees het pas als ik om 13.00 uur thuis ben en gedoucht heb. Dan lees ik ook het tweede verhaal wat er ondertussen op NOS.nl is geschreven en gepubliceerd is om 10.44 uur. Uiteraard valt mijn oog ook op de kop waar zo veel over te doen is:

Begenadigde klimmer Scarponi was populair, maar niet onomstreden

De redactie heeft na het nieuws contact opgenomen met onze wielercommentator en -analist Maarten Ducrot. Hij schetst het leven van Scarponi en dat leidt tot deze online necrologie. De eerste alinea’s beschrijven de levensloop van de Italiaanse veteraan. Zijn beste prestaties worden vermeld. Er wordt uit de doeken gedaan wat voor een karakter hij was: populair, vrolijk, grappenmaker, immer opgewekt, gangmaker, de man van de practical jokes, bijzonder geliefde renner, altijd een woord voor iedereen en altijd gein.

In de zevende en achtste alinea (in totaal heeft het artikel veertien alinea’s) wordt ook het dopingverleden van Scarponi belicht. Scarponi heeft in zijn carrière contact gehad en zaken gedaan met Eufemiano Fuentes, een Spaanse arts die verder geen introductie behoeft, dunkt mij. Ook heeft hij contact gehad met Michele Ferrari (idem). Hij wordt daarvoor twee keer geschorst.

Daarna spreekt Ducrot in een quote zijn waardering uit voor Scarponi. Hij steekt de loftrompet over hoe de Italiaan terug is gekomen na zijn schorsingen.

“Toen hij beter ging presteren dan vóór zijn schorsing doken gelijk de verhalen over doping weer op. Die geruchten zijn nooit uitgekomen. Ik vind het vooral heel knap hoe hij door die moeilijke periode heen is gekomen. Mentaal heel sterk. Ga het maar doen!” – Maarten Ducrot.

Mevrouw van Zetten uit Tiel, een door Mart Smeets veel aangehaald, fictief persoon, heeft na het lezen van dit artikel / deze necrologie een goed beeld wat voor een persoon en renner was. Een populaire man, een begenadigd klimmer, maar wel met een smetje. Dat vindt zijn weg terug in de eerder genoemde kop. Twee pluspunten en een, netjes omschreven, minpunt.

De begrafenis van Scarponi

Voor de duidelijkheid. Het bericht met de kop waarover zo veel te doen is, is dus het twééde bericht dat op NOS.nl verschenen is. Dat bericht, de necrologie, verschijnt een klein uur na het eerste bericht. Het artikel met ‘niet onomstreden’ is dus de follow-up op het nieuwsbericht. Een uur, dat lijkt misschien snel. Maar in het online tijdperk, is dat een lichtjaar. Zeker als je nagaat dat er van Scarponi (logischerwijs) geen necrologie klaar stond. Niemand houdt immers rekening met zijn overlijden.

Álle redacties in binnen- en buitenland hebben van veel bekende en minder bekende personen een necrologie klaarstaan die met één druk op de knop gepubliceerd kunnen worden. Redacties kunnen niet wachten met het schrijven van een levensloop tot iemand daadwerkelijk is overleden. De necrologie van Scarponi stond pas relatief laat online.

Velen, gezien de redacties op Twitter en andere social media, vonden de kop van de NOS boven de necrologie niet kunnen, to put it mildly. Het ‘niet onomstreden’ zou onder andere respectloos en misplaatst zijn. Ik vraag me af waarom. Het is een kop die de lading van het artikel en zijn levensloop dekt. Van de veertien alinea’s gaan er twee over zijn dopingverleden. Een feit dat niet genegeerd kan worden: dat verleden beïnvloedt direct zijn wielercarrière.  Twee schorsingen tijdens je wielerleven is geen sinecure. Er zijn (gelukkig) niet veel renners voor wie dat ook geldt. Zoiets kan niet dus onvermeld blijven. En dat hoort ook in de kop.

Dat in dit bericht volledig voorbijgegaan zou zijn aan het feit dat Scarponi mens met een sportcarrière was, zoals Lidewey Van Noord schrijft, kan ik daarom ook niet beamen. In Bureau Sport uit Erik Dijkstra ook kritiek op de berichtgeving van de NOS. Zijn feiten heeft hij jammergenoeg niet helemaal op een rij en daardoor schetst hij een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

In de gewone wereld én in de sportwereld gaan er nog een boel mensen overlijden wiens leven geen doktersromannetje was. Het heeft geen zin om met z’n allen te gaan voorbeschouwen welke persoonlijkheden ook ‘niet onomstreden’ of woorden van andere strekking genoemd zullen gaan worden. Dat is het ‘fijne’ van journalistiek: je maakt per keer, met de redactie, een afweging. Journalistiek heeft geen handboek, zoiets valt niet in regels te vatten.

In de dagen tussen zijn overlijden en begrafenis duiken er online allemaal mooie filmpjes op van Scarponi. Ik vind het jammer dat ik nooit met hem heb gesproken. Dat hij een graag geziene gozer in het peloton was, daarvan ben ik absoluut overtuigd. En die foto, met zijn zoontjes op zijn rug, daarvan krijg ik nog kippenvel als ik eraan denk. Voor emotie is in de journalistiek absoluut een plaats, maar de waarheid mag er niet onder lijden. De vermelding ‘niet onomstreden’ hoort daarom thuis in en boven een necrologie.


Dit bericht is mijn persoonlijke visie op het geheel, daarom staat het ook op martinello.nl. Dit schrijven moet niet gezien worden als een mening van mijn werkgever. Daarvoor verwijs ik u naar de officiële woordvoerders. 

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig

Het zou zo mooi kunnen zijn: je opent een app op je televisie, je logt in en je kan daar alle WorldTour-wedstrijden bekijken. Live of integraal. Maar helaas. Dat moois is er niet in de wielerwereld. En voorlopig zal dat er ook wel niet komen. Want wie moet de Bernie Ecclestone van het wielrennen worden?

Sinds Eurosport in Nederland én België de exclusieve uitzendrechten van een aantal wielerkoersen heeft bemachtigd, is de zoektocht voor de wielerfan begonnen. Want het is absoluut geen vanzelfsprekendheid meer dat de NOS of Sporza je favoriete wielerkoers uitzendt. Steeds vaker zal je af moeten stemmen op Eurosport 1 of 2.

De Giro is dit jaar alleen live te zien op Eurosport

Daar is natuurlijk niks ergs aan. Afgezien van een boel reclameblokken kan je op Eurosport prima koers kijken. Sterker nog, ze zenden soms de meest prachtige wedstrijden uit die ik anders nooit gezien zou hebben. Maar weet iedereen in Nederland en België de weg naar deze zenders te vinden? Ik vrees van niet. En wat vinden adverteerders en organisatoren van minder kijkers? Ik weet het antwoord wel…

Wie heeft wat?
In de praktijk zijn er twee grote wielerorganisatoren: de RCS en de ASO. Zij hebben het verreweg het meerendeel van de belangrijkste wielerkoersen in hun portefeuille.  Maar er zijn ook nog tientallen losse organisatoren, koersen die alles zelf organiseren en zelf contact leggen met de diverse zendgemachtigden. Al deze factoren zorgen voor een diaspora.

Een kleine greep uit de rechten van ASO en RCS

Voor Milaan-Sanremo moet je bij de RCS zijn. De Ronde van Vlaanderen valt onder Flanders Classics, maar de rechten worden weer los verhandeld. Parijs-Roubaix is van de ASO en de Amstel Gold Race is onafhankelijk. Zie daar de problemen die kunnen ontstaan / ontstaan aan het zijn: elke zondag moet je op een andere zender afstemmen om een klassieker te zien. En, objectief gezien, dat is voor niemand goed.

Ik zou het waanzinnig fijn vinden als de grote spelers in de wielerwereld de handen in elkaar slaan en ervoor zorgen dat de 37 grootste wielerkoersen onder één vlag gaan opereren. Dat is de enige manier waarop de wielerwereld zichzelf een beetje kan gaan redden. Sommige wielerkoersen worden anno 2017 nog georganiseerd door vrijwilligers die niet weten wat er met de rechten van hun koersen gebeurt.

Het wielrennen heeft een Bernie Ecclestone nodig. De man die in de jaren zeventig de F1-teams verenigde en de uitzendrechten als één pakket verkocht. De rest is geschiedenis. En ja, natuurlijk was Bernie een aparte en heeft hij de opkomst van social media totaal verkeerd ingeschat. Maar dat laatste zal door een de nieuwe wielerBernie zeker niet gebeuren.

Ronde van Catalonië

Quid pro quo
Alle 37 WT-koersen zien er dan hetzelfde uit in beeld. Alle 37 wielerkoersen zijn te zien via de eigen app en/of op televisie. Alle WorldTour-ploegen delen mee in de opbrengst van de televisierechten. Zoals het hoort.

De kijker is de winnaar. Al zal die kijker voor extra dingen wel wat centjes op tafel moeten gaan leggen. Want voor niks gaat alleen de zon op. Kijk naar de NBA, de MLB en de Champions League. De fans van die sporten weten waar ze aan toe zijn: compleetheid en kwaliteit. Wil je altijd je favoriete team zien en niet afhankelijk zijn van de keuze van een televisiemaatschappij, dan zal je een extra pakketje aan moeten schaffen. In het wielrennen wordt dat niet anders.

Wat ik daarmee probeer te zeggen: de nieuwe Bernie zal het mes aan twee kanten willen laten snijden. Hij of zij zal zijn rechten ook ‘gewoon’ verkopen aan de Eurosporten, Sporza’s en NOS’en van deze wereld. De gewone, ouderwetsche televisie blijft heilig én een melkkoe.

WorldTourTV
Vanzelfsprekend zullen de Grote Rondes en de zes monumenten altijd wel ergens op televisie te zien zijn. Maar ik wil dolgraag 100 euro per jaar neerleggen als ik daarmee via een app op mijn tv gegarandeerd goed beeld heb van de Tour Down Under, Ronde van het Baskenland, GP Plouay en alle andere topkoersen. Nu moet ik voor een groot aantal van de WorldTour-wedstrijden op zoek naar duistere live-streams, waar ik gek word van de pop-ups. Één ding is daarbij zeker: daarvan belandt geen cent in de wielercommunity.

Velon, een samenwerkingsverband van elf WorldTour-ploegen, doet hard zijn best om bovenstaande te regelen. Maar zie daar ook weer het probleem: het zijn er elf. De zeven andere ploegen die uitkomen op het hoogste niveau doen niet mee. Bijvoorbeeld: hebben de Velon-ploegen een akkefietje met de ASO, de organisator van de Tour, staan de andere ploegen gewoon wel aan de start. Voila, daar is de verdeling weer.

De rol van de UCI? Ja, de internationale wielerbond is de grote afwezige in bovenstaand verhaal. Zij spelen totaal geen actieve rol. Zij en de ASO ruziën af en toe wat met elkaar over wie waar mag starten, maar daar houdt het dan ook bij op.

Mr. Ecclestone.

I Have a Dream
Mijn grote droom: laat de ASO de Bernie worden van het wielrennen en zorgen voor eenheid in de sport. Alle wielerkoersen worden door de Fransen in beeld gebracht. Zij verkopen de uitzendrechten en verdelen het geld over de wielerploegen, die met één stem spreken. Zorg voor een goede directie waar organisator, ploeg, renner evenveel te zeggen hebben. Dan kan het echt wat worden. En zijn we af van individuele grillen van organisatoren en zendgemachtigden.


Ja. Het klopt dat ik werk voor de NOS. Bovenstaande is echter geheel op persoonlijke titel geschreven.

Nieuwe ploegen, nieuwe namen, nieuwe koersen

Het nieuwe seizoen staat op het punt van beginnen. Er zijn een boel ploegen die een ware transformatie hebben ondergaan. Straks in de Tour Down Under, de eerste van de 37 WorldTour-koersen, staan er een boel nieuwe en ‘nieuwe’ ploegen aan de start. De belangrijkste wijzigingen eventjes op een rij.

Bahrein – Merida is nieuw in het peloton. De ploeg heeft, mede dankzij centjes uit het Midden-Oosten, zijn zaakjes goed op orde. Alles lijkt tot in de puntjes verzorgd. Daarmee hebben ze in ieder geval een grote voorsprong op ploegen die deze winter een metamorfose hebben ondergaan.

Zo neem je een teamfoto

Vincenzo Nibali is hét uithangbord van Bahrein, waar Tristan Hoffman ploegleider is. De Italiaan ruilt na vier jaar bij Astana zijn Specialized in voor een Merida-frame. Dat zal even wennen zijn. Hoffman komt over uit de stal van Tinkov. De excentrieke Rus vond dat hij na een paar jaar in de wielerwereld rond te hebben gelopen, genoeg roebels in zijn speeltje had gestopt. Ook IAM, de werkgever van onder andere Stef Clement, vond het wel mooi geweest.

Bahrein is een internationaal gezelschap waar ook Colbrelli, Gasparotto, Haussler, Izagirre, Navardauskas, Pellizotti en Visconti onderdak hebben gevonden.

Een gouden helm, wow.

Niet echt nieuw, maar wel anders is Bora – Hansgrohe. De keukenboer en kranenspecialist hebben een stap naar het hoogste niveau in de wielerwereld gemaakt. En, niet geheel onbelangrijk, ze hebben het grootste uithangbord dat de wielerwereld heeft, binnen weten te hengelen: Peter Sagan. Het fenomeen uit Slowakije kan genieten van hulp van veel ploeggenoten, want écht grote jongens rijden er eigenlijk niet rond bij de Duitse formatie. Oh wacht, Rafal Majka. Ja, hij moet het gaan doen in de Franse bergen. Maar daar heeft Peter Sagan dan weer totaal geen last van.

Droef verhaal bij Lampre. Of wat daar nog van over is. De vrolijke roze Italiaanse metaalbewerker is niet meer. Maandenlang flirtte de ploeg met een Chinees bedrijf; TJ Sports. Maar die zeepbel spatte half december uiteen. Halsoverkop werd er een investeerder in de Emiraten gevonden. De ploeg heet nu UAE Abu Dhabi. En het gaat er allemaal (nog) niet zo professioneel aan toe als bij andere die andere ploeg uit het Midden-Oosten. Dat is niet gek als je half december pas een sponsor vindt, maar het is wel iets om bij stil te staan. Hoe kan het dat je één van de achttien grootste wielerploegen ter wereld bent, en dat dingen dan zo lopen?

Een wit laken en een wielrenner

Over smaak valt niet te twisten, maar het tricot van Abu Dhabi is niet het meest fraaie. Daarnaast is er nog geen website en heeft het Twitter-account pas 1.100 followers. Waarom een nieuw account starten als je toch de inboedel van Lampre overneemt? Dan heb je een fijne pikstart met 76.000 volgers. Amateuristisch is een heel groot woord, maar het voelt wel een beetje zo.

De andere teams hebben wat kleinere mutaties ondergaan. Giant en Alpecin hebben afscheid genomen als naamgever. Sunweb is, zoals al enige tijd bekend, de nieuwe naamgever. Michael Matthews en Wilco Kelderman zijn nieuw in de zwart-witte brigade van Iwan Spekenbrink. John Degenkolb heeft de Duitse ploeg verlaten voor een avontuur bij Trek.

Barguil op de teampresentatie

Alpecin is nu co-sponsor bij Katusha, dat ontrusland is. Reden er vorig jaar nog veertien Russen rond, nu zijn er dat nog maar drie. Ook rijdt de ploeg dit seizoen rond op een Zwitserse licentie en wil het een internationalere uitstraling hebben. Op papier lijkt dat gelukt. Onder anderen Tony Martin, Baptiste Planckaert en Maurits Lammertink zijn overgekomen en zullen samen met Alexander Kristoff en Ilnur Zakarin voor hopelijk mooie dingen gaan zorgen.

Etixx – QuickStep heet gelukkig weer QuickStep. Zoals iedereen, behalve de ploeg zelf, het eigenlijk is blijven noemen. Terpstra krijgt er met Gilbert een mooie ploeggenoot bij. Tommeke Boonen neemt na Parijs-Roubaix afscheid van vijftien seizoen Patrick Lefevere.

Alles voor de sponsor

De WorldTour-kalender is van 27 naar 37 wedstrijden gegroeid. Dat zouden er eigenlijk 38 zijn, maar de Ronde van Qatar meldde zich een paar weken geleden af. Geldgebrek, meldde de organisatie van het oliestaatje. Gelach was de reactie uit het Westen. WorldTour-ploegen moeten verplicht starten in de originele WorldTour-wedstrijden. Ze zijn vrij om deel te nemen in de nieuwe tien koersen. De facto zullen ze eigenlijk overal starten en slaan ze er maar één of twee over.

  1. Cadel Evans Road Race
  2. Abu Dhabi Tour
  3. Omloop Het Nieuwsblad
  4. Strade Bianche
  5. Dwars door Vlaanderen
  6. Ronde van Turkije
  7. Rund um den Finanzplatz
  8. Tour of California
  9. Prudential Ride Londen
  10. Tour of Guangxi

17 januari begint het wielerfeest eindelijk weer, met de Tour Down Under. Ik kan niet wachten.

 

Het shirt van je favoriete wielerploeg bestellen? Succes.

Het lijkt een abc’tje. Je bent fan van een internationale wielerploeg en je wilt dolgraag in dat shirt over de Nederlandse wegen fietsen. Dan surf je toch even snel naar de website van de ploeg om daar via enkele muisklikken je shirtje te bestellen? Helaas, de realiteit is net even wat anders.

Aan het begin het van dit nieuwe wielerseizoen bieden van de achttien WorldTour-ploegen slechts drie (!) die mogelijkheid. Alleen Lotto-Jumbo, Lotto-Soudal en Katusha-Alpecin hebben hun zaakjes op orde. De rest geeft niet thuis, terwijl over twee weken toch echt de eerste grote wedstrijd van het seizoen wordt verreden.

Welke WT-ploeg heeft shirt voor fan beschikbaar?

Toegegeven, bovenstaand overzicht kan nog veranderen als Trek-Segafredo, Sky en Sunweb (het oude Giant) de ploegpresentatie achter de rug hebben en hun outfit voor 2017 ook wereldkundig hebben gemaakt. Maar of de Amerikaanse werkgever van Contador en Degenkolb dan een up-to-date shirt beschikbaar heeft voor zijn fans, is maar de vraag. Vorig jaar was het tot tijdens de Tour de France onmogelijk om via de officiele kanalen een shirt van Trek-Segafredo te bemachtigen.

Het is iets wat ik niet begrijp. Waarom zijn ploegen op dit gebied zo passief als het gaat om het genereren van eigen inkomsten? Teams proberen op alle manieren om fans aan zich te binden en willen graag meedelen in de opbrengsten van tv-rechten. Dat laatste is een logisch verzoek van de ploegen; zij maken immers de koers, maar zien de facto niks terug van de tv-gelden die zendgemachtigden aan de wedstrijdorganisatoren betalen. Maar dat is een ander verhaal.

Waarom zo weinig doen voor de fan waar je als ploeg direct wat aan kan verdienen? Als ik voor mijn fietsvrienden in zes weken tijd vijfentwintig shirts van uitmuntende kwaliteit kan regelen, dan moet een professionele wielerploeg met een professionele kledingsponsor toch minimaal een kleine voorraad (replica-)shirtjes voor fans beschikbaar hebben? En daarmee in ieder geval iets verdienen?

Overzicht van tijdens de Tour 2016.

Even iets tussendoor. Afgelopen jaar, bij de Omloop het Nieuwsblad, zag ik voor het eerst in mijn wielerleven een klein kraampje naast de bus van een wielerploeg. Ik kon daar shirts, sokken, vlaggen, sjaals en bidons van de betreffende wielerploeg kopen. Toegegeven, het liep er geen storm. Maar ze deden het wel. Welke ploeg het was? Lotto-Jumbo. Toch weer die VOC-mentaliteit!

Misschien zie ik totaal iets over het hoofd. En kost het faciliteren van verkoop van eigen spullen alleen maar geld in plaats van dat het iets oplevert? Sowieso, daar ben ik mij van bewust, zal het geen miljoenen in het laatje brengen zoals dat een tijd geleden bij Manchester United gebeurde. Zlatan Ibrahimovic leverde daar in zijn eerste week 75 miljoen op. Cash. De halve stad, het halve land, de halve wereld wilde maar één ding: een voetbalshirtje (van honderd euro) met achterop Zlatan.

Eén simpel rekensommetje. Je verkoopt in een jaar 1.000 wielershirtjes, dat lijkt me geen onrealistisch aantal. Je maakt dertig euro per shirtje winst. Dan verdien je daarmee bijna het minimum salaris voor een WorldTour-renner (36.000 euro). Fan blij, ploeg blij.

Ik beloof jullie, als hondstrouwe lezers van deze site, om in het weekend van de Omloop het Nieuwblad met een nieuw overzichtje te komen. Ik ben benieuwd hoe veel wielerploegen dan hun shirt via hun website voor de fan beschikbaar hebben gemaakt. Ik hoop meer dan drie. En ik zal links en rechts eens aan de ploegen vragen waarom ze niet zo actief zijn op dit gebied.

Oh ja. Volgens de wieleretiquette is het eigenlijk not done om als niet-prof in een shirtje van een profploeg te rijden. Daar ben ik me terdege van bewust. Maar daar ging dit stukkie net ff niet over.

Daarom is er een etiquette.

Het WK in Qatar: feest of farce?

Voor het eerst in de lange geschiedenis van de WK wielrennen was er een kampioenschap in het Midden-Oosten. In 2012 besloot de UCI onder leiding van Pat McQuaid dat het wel eens tijd werd om een keertje te gaan fietsen in de woestijn van Qatar. Het gezeik begon direct.

img_5805

Dat gezeik is eigenlijk niet meer opgehouden. De over het algemeen vastgeroeste wielerwereld zag een WK in Qatar helemaal niet zitten. Er zou in het land helemaal geen wielercultuur heersen, het zou te heet worden en de UCI zou het alleen maar om de centen te doen zijn.

Om met het laatste te beginnen. Is dat erg? Nee. De UCI kan niet tot de rijkste internationale sportbonden ter wereld worden gerekend. Het geld klotst in Aigle allerminst tegen de plinten. Dat de UCI een keer wilde cashen, kan ze niet kwalijk worden genomen. Dat een paar rijke oliesjeiks 12 miljoen euro op tafel wilde leggen om ’s werelds beste wielrenners te zien strijden om een regenboogtruitje? Gauw van profiteren! Dat bedrag is namelijk drie tot vier keer groter dan dat een ‘normaal’ organiserend comité op tafel weet te leggen.

Wat wel een beetje zonde is, is dat Brian Cookson afgelopen week niet weet uit te leggen waar dat grote geld gebleven is. “Dat is al uitgegeven.” Gemiste kans.

Warm? Ja. Heet? Mwah.
De temperatuur. Ja, het was warm. Maar niet heet. Fietsen was te doen. Dat heeft de toteur van dit stukkie vanochtend proefondervindelijk zelf ondervonden. Ja, er hadden wat junioren en beloften last van de warmte. En de ogen stonden op de finish wat dieper in de ogen dan normaal. Maar er is niemand (!) oververhit geraakt. En die temperatuur van Dumoulin dan? Die was toch krankzinnig hoog? Nee, zegt een sportcardioloog en thermofysioloog:

screen-shot-2016-10-17-at-22-43-31

Fietsen met deze temperaturen is nou eenmaal zwaarder. Ook mijn hartslag was tijdens het rondje van 123 kilometer door de woestijn een slag of tien hoger dan normaal. Dus ja, een stuk sneller uitgeput raak je zeker. Survival of the fittest. Het lijkt wel topsport.

Locals hadden geen idee
De inwoners van Doha hadden geen idee wat er aan de hand was. Ze maakten zich vooral zorgen of ze hun auto nog wel voor de deur konden parkeren. That’s all. De Qatari waren zeer hartelijk en verwelkomden iedereen met alle egards. Nee, geen wielercultuur. Maar ze strooien in ieder geval geen punaises op het parcours. Iets wat in Nederland voorafgaand aan de Amstel Gold Race altijd wel een of twee keer gebeurt.

In de hotels en op start/finish was alles goed geregeld. Het vervoer, werkplekken, snel internet, techniek voor televisie? Alles tip top in orde. Beter dan op alle andere WK’s waar ik vanaf 2011 geweest ben.

img_5852

Sagan was de winnaar van een saaie race. Afgezien van de waaiers in de woestijn en de bijna succesvolle poging van Tom Leezer is er geen fluit gebeurd. Maar dat lag niet aan Qatar. Dat lag aan de renners. Een wielerfeest is het vanwege de locatie niet geworden, maar een farce? Absoluut niet.

Volgend jaar Bergen, Noorwegen. Daar schijnt het drie minuten per jaar níét te regenen. Het gezeik kan beginnen.